Serge Baudo vindt mystieke balans in Pelléas et Mélisande

Klassiek Pelleas et Mélisande van C. Debussy door Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Serge Baudo. Gehoord: 14/11. ****

Een akelige, zelfs genante voorgeschiedenis kleefde zaterdag aan de concertante uitvoering van Debussy’s opera Pélleas et Melisande in de Matinee. De eenmalige concert uitvoering (niet op de radio herhaald wegens de duur) zou worden gedirigeerd door Edo de Waart. De Waart – berucht om vele afzeggingen om hem moverende, veelal persoonlijke redenen – eiste ondanks zijn eredirigentschap bij het Radio Filharmonisch Orkest echter een zodanig astronomisch honorarium dat Ed Spanjaard, specialist in juist dit repertoire, bereid werd gevonden zijn agenda vrij te maken. Daar ging, aldus directeur van het Muziekcentrum van de Omroep Anton Kok, „iets pijnlijk mis in de communicatie”. Spanjaard bleek slechts op een shortlist te staan. De keuze viel toch op de Fransman Serge Baudo.

Op papier leek dat uitermate schrijnend en ook erg jammer; Spanjaard zou in Pelléas et Mélisande zeker een betoverende orkestrale kleurenrijkdom hebben weten op te roepen. Gelukkig voor de volle zaal bleek Baudo daar ook toe in staat. De symbolistische, ongrijpbaar mystieke orkestrale sfeer in Pelléas staat of valt met subtiliteit in de balans en de afwerking, maar het Radio Filharmonisch Orkest realiseerde vanaf de verzadigde woudklank waarmee de opera opent alle gewenste Franse parfums, sferen en timbres. Soms had er nog zachter gespeeld kunnen worden; dat hadden Spanjaard en De Waart, die de zaal veel beter kennen, anders ingeschat.

In Pelléas et Mélisande draait alles om het onzichtbare, en dat onzichtbare (de liefde, natuurlijk) is dan ook nog in een duister woud gesitueerd en in symbolentaal (haren, ring, grot, zee, getal twaalf) versleuteld. In de figuur van Pelléas, gezongen door tenor William Burden, bleven de krochten van diens verlangens verstopt in een te bedeesde welluidendheid. Wat dat betreft had Mélisande er beter aan gedaan haar gevoelens te beperken tot echtgemaal Golaud, hier spectaculair gezongen door Oliver Zwarg. Zelfs diens snikken aan het eind, niet de subtielste in de operahistorie, gingen door merg en been, juist doordat Zwarg de tederheid, de passie en de oprukkende naijver van Golaud zo aangrijpend tot leven had gewekt. Henriette Bonde-Hansen was een fraaie, terughoudende Mélisande – passend bij het personage, en in mooi contrast met de dartele helderheid van Ilse Eerens als Yniold.