Rijden en betalen

Het wetsvoorstel Kilometerprijs dat minister Eurlings (Verkeer, CDA) nu naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, is blijkbaar de „betekenisvolle en onomkeerbare stap” die het kabinet bij zijn aantreden had beloofd te zullen zetten om de bereikbaarheid over de weg te verbeteren.

Het is te hopen. Want tegelijkertijd kan worden geconstateerd dat de minister er niet in slaagt om al in de lopende kabinetsperiode een daadwerkelijk begin te maken met de invoering van de kilometerheffing. Dat voornemen stond in 2007 wel in het regeerakkoord van CDA, PvdA en ChristenUnie. Pas in 2012 krijgen de eerste automobilisten met de heffing te maken. Dat is dus ná de Tweede Kamerverkiezingen, die op zijn laatst in mei 2011 zullen worden gehouden.

Dit uitstel was al bekend en was voor Kamerleden eerder reden om te twijfelen aan de oprechte bedoelingen van Eurlings: wilde hij echt wel de geschiedenis ingaan als de eerste minister van Verkeer die erin slaagde een onder automobilisten misschien niet zo populaire prijstoeslag door te voeren?

Met zijn wetsvoorstel heeft Eurlings mogelijk met deze scepsis afgerekend. Mogelijk, want of deze stap wel zo betekenisvol en onomkeerbaar is, moet nog blijken. De geschiedenis bevat genoeg voorbeelden die twijfel hierover rechtvaardigen. Toen de huidige eurocommissaris Kroes minister van Verkeer en Waterstaat was, werden er, in de tweede helft van de jaren tachtig, al plannen gesmeed om tot een systeem te komen van wat toen roadpricing werd genoemd. Haar opvolgers kwamen, of ze nu lid van CDA, VVD of PvdA waren, met varianten: rekeningrijden, variabilisatie, tolpoorten. Met het prijsmechanisme als instrument en met als uitgangspunt dat niet autobezit, maar autogebruik moest worden ontmoedigd. Ze haalden het geen van alle.

Voor het voorstel van Eurlings werd de weg bereid door het vorige kabinet. Al in 2005 stemde de Tweede Kamer in met het plan Anders Betalen voor Mobiliteit van minister Peijs (CDA). Dat was mede het resultaat van gemeenschappelijke aanbevelingen van milieu- én autolobby: het maatschappelijk draagvlak dus waar Eurlings ook zo naarstig naar streeft.

De kern van zijn voorstel is dat belastingen die het autobezit aanslaan, opgaan in de kilometerprijs. Wie veel rijdt in een niet zo schone auto en dat ook nog eens in de spits doet, is straks duurder uit. Anderen, bijna 60 procent volgens berekeningen die de minister liet uitvoeren, sparen geld uit.

Het staat te bezien. Er zijn nog genoeg vragen. Gaat het systeem niet vastlopen in zijn eigen complexiteit? Is het openbaar vervoer berekend op een mogelijke overstap van een substantieel aantal automobilisten?

Een andere vraag is hoe de provincies moeten worden gecompenseerd als zij straks een belangrijke inkomstenbron, de opcenten op de motorrijtuigenbelasting, verliezen. Het treft dat de omvang van het openbaar bestuur een van de mogelijke bezuinigingsobjecten is waarop het kabinet ambtelijke werkgroepen laat studeren. Bestaansrecht en takenpakket van de provincies zijn dus terecht eerst aan de orde.