Retour Den Haag-Brussel

De korte tenen van het lid Haverkamp

Geen dag gaat voorbij of ergens wordt geconstateerd dat de omgangsvormen in de politiek zijn verruwd. Dit zou betekenen dat Kamerleden tegenwoordig wel tegen een stootje kunnen. Niet dus. Tijdens het voortgangsoverleg tussen Kamer en kabinet bleek afgelopen donderdag dat Kamerlid Maarten Haverkamp (CDA) zich ernstig had gestoord aan uitlatingen van minister Van Middelkoop (Defensie, ChristenUnie). Die had begin deze maand in een vraaggesprek met het Reformatorisch Dagblad gezegd dat „de gemiddelde Nederlander en het gemiddelde Kamerlid geen idee heeft van de zwaarte en verantwoordelijkheid” van de functie van een Nederlandse generaal die in Zuid-Afghanistan het bevel voert over een internationale troepenmacht – naar aanleiding van de commando-overdracht van generaal De Kruif aan de Brit Nick Carter. Zo kon de minister zich niet over leden van het parlement uitlaten, vond Haverkamp. Het had hem zelfs „geraakt”. Van Middelkoop vroeg begrip voor de context. Hij had slechts duidelijk willen maken onder wat voor zware omstandigheden De Kruif (die 3.000 Afghaanse militairen en 284 militairen van de coalitie verloor) had gewerkt. Maar Haverkamp bleef erbij. Van Middelkoop had zich nooit zo over Kamerleden mogen uitlaten. Wat rest een politicus van de ChristenUnie dan nog? Inderdaad: hij richt zijn ogen ten hemel. Hetgeen geschiedde. (MK)

Bloedeloos proza in naam voorzitter

Kamerdebatten zijn de volgende dag integraal terug te lezen via de website van de Tweede Kamer. Transparanter kan het niet, zou je zeggen. Maar Kamervoorzitter Gerdi Verbeet vindt het niet genoeg. Zij heeft het initiatief genomen voor de korte debatverslagen zoals die sinds enige tijd ook op de site staan, geschreven door een overheidsdienaar. Waarom? Verbeet: „Om de simpele reden dat de media het niet meer doen.” Ze zei dit tegen een zaal vol journalisten die regelmatig verslag doen van een debat in de Kamer. Maar morren deden ze niet.

Een tegengeluid kwam uit onverwachte hoek. Emeritus hoogleraar rechtsfilosofie Herman van Gunsteren had een jaar lang rondgelopen op het Binnenhof om het ‘politiek-publicitair complex’ te bestuderen. Hij constateerde dat Verbeet niet alleen staat: politici klagen allemaal steen en been over journalisten. Terwijl, constatering twee, parlementair journalisten hun werk over het algemeen naar behoren doen. Vindt hij. Het wordt pas gevaarlijk als de journalisten Verbeet cum suis hun zin geven en Nederland een pers schenken zoals de politiek die wenst. Van Gunsteren: „Dat is in het verleden vaker geprobeerd. Dan krijg je iets als Sovjet-krant Pravda”. Kritiekloos en bovendien geschreven in bloedeloos proza. Zie daarvoor alvast de korte verslagjes op de site van de Tweede Kamer. Geschreven in naam van de voorzitter. (PvO)

Camiels zonnige en vlammende

pitch

Daar liggen ze, in de hoek van zaal Wandelganger in perscentrum Nieuwspoort. Vrijdagavond, grote stapels mappen met informatie voor de media over de kilometerprijs, het nieuwe tarief dat straks andere autobelastingen vervangt.

Tientallen journalisten bevinden zich in dezelfde zaal, in afwachting van minister Eurlings (Verkeer, CDA) die de vaststelling van de toekomstige tarieven zou gaan toelichten. Fijn om even te kunnen inlezen. Maar helaas, dat mag niet van de voorlichters van Verkeer en Waterstaat. Zij schermen de mappen met hun lichaam af. Waarom? Daar hebben de voorlichters geen antwoord op. Misschien zodat de pers minder goed geïnformeerd aan de presentatie van de mediagenieke Eurlings kan meedoen?

De minister houdt een vlammende pitch met veel krachttermen en zonnige cijfers. Het verkeer wordt minder, de files halveren, autorijden wordt voor meer dan de helft van de Nederlanders goedkoper en het milieu gaat erop vooruit. Wie kan daar nu tegen zijn, een sprookje waar af en toe wat minder mooie cijfers niet worden meegeteld?

Als gevraagd wordt hoe de tarieven waarover hij spreekt nu precies in elkaar zitten, wijst Eurlings naar de tafel met informatiemappen. „Daar zit de onderbouwing in, die krijgt u na afloop.” (JW)

Bijdragen: Mark Kranenburg, Pieter van Os en Jeroen Wester.