Na acht maanden aftasten werd het Canon

Océ zocht een partner voor schaalvergroting, maar nu wordt de Venlose printerfabrikant voor 730 miljoen overgenomen door de Japanse fabrikant Canon.

Op weg naar het spreekgestoelte steekt financieel directeur Toshizo Tanaka van Canon zijn hand uit naar Rokus van Iperen, topman van Océ. Van Iperen heeft op een persconferentie in het Okura Hotel in Amsterdam net de overname van de Venlose fabrikant van kopieermachines door Canon toegelicht.

Als Tanaka zijn speech beëindigt maakt hij een lichte Japanse buiging naar zijn journalistenpubliek en steekt als hij terugloopt naar zijn stoel weer zijn hand uit naar Van Iperen. Het is een teken van het respect dat het grote Japanse Canon wil tonen voor het kleine Nederlandse Océ. Een bedrijf dat al 130 jaar oud is. Canon is jonger, slechts 72 jaar oud.

Océ is een klein bedrijf dat grootse printers maakt. Maar ook al wordt de technologie achter de grootformaatprinters en volumeprinters van het Venlose bedrijf overal geprezen, Océ bleek te klein om zelfstandig een groot distributienetwerk op te zetten in de Aziatische en Japanse markt.

Van Iperen begon in augustus 2008 al met het zoeken naar een strategische partner. Voor de ingegehuurde adviseurs van consultant McKinsey, de advocaten van De Brauw Westbroek Blackstone en de zakenbankiers van ING was al voor de economische crisis toesloeg duidelijk dat de enige oplossing een overname was van Océ, dat de schaalgrootte ontbeerde om nog te kunnen concurreren in een consoliderende printermarkt.

Het bedrijf breidde zijn al langer lopende samenwerking met de Japanse printerfabrikant Konica Minolta uit en het leek erop dat Océ een min of meer gelijkwaardige partner had gevonden: beide bedrijven verkochten elkaars producten en ontwikkelden samen nieuwe technieken.

Maar Océ raakte in zwaar weer door de financiële crisis. De auto-industrie, de bouwsector, de financiële wereld: alle grote afzetmarkten van Océ werden getroffen door dalende omzetten. Om die reden kochten ze zelf geen printers meer en maakten ze minder gebruik van hun bestaande printerpark. Daardoor verdiende Océ weer minder aan de omzet van inkt en andere diensten, beide doorgaans toch al lucratiever dan het verkopen van nieuwe printers.

Terwijl de ene herstructurering op de andere volgde, hield Van Iperen gesprekken met „alle spelers in de industrie”, waaronder Canon. In maart dit jaar al kreeg Canon van de Japanse zakenbank Mizuho het idee toegespeeld om met Océ over een overname te praten. Acht maanden lang hebben de twee bedrijven elkaar daarna afgetast. Dat is ongebruikelijk lang, meestal duren overnameprocessen slechts enkele maanden en legt de kopende partij veel sneller zijn eisen op tafel legt.

In mei was Rokus van Iperen opnieuw in Japan, om het 10-jarig bestaan van Océ Japan te vieren. Van Iperen liet toen al doorschemeren dat het voor Océ moeilijk is om op eigen kracht voet aan de grond te krijgen op de Aziatische markt.

Nu de deal rond is en Canon zijn officiële bod heeft uitgebracht, presenteert Van Iperen de overname als het beste wat Océ in jaren is overkomen. „De bedrijven zijn complementair, en vormen een wereldleider op printgebied.” Het ligt voor de hand dat de samenwerking met Konica Minolta nu wordt beëindigd, al wilde Van Iperen hierop vanmorgen nog niet vooruitlopen.

„Dit is de beste optie voor alle belanghebbenden”, zegt Van Iperen. Hij wijst erop dat het bod van 730 miljoen euro neerkomt op 8,60 euro per aandeel, ruim tweederde bovenop de slotkoers van vrijdag. Ten opzichte van de gemiddelde beurswaarde van het afgelopen jaar is de premie zelfs nog hoger. Maar in een breder perspectief lijkt het bod toch niet zo spectaculair: de koers van Océ lag in 2007 nog boven de 18 euro, en in de jaren daarvoor eigenlijk altijd boven de 15 euro.

Volgens analist Maarten Altena van SNS Securities is het dan ook niet uitgesloten dat een concurrent van Canon, bijvoorbeeld het Amerikaanse HP, op korte termijn alsnog een tegenbod op Océ zal doen. Van Iperen is daar kort over: „Ik kan geen commentaar geven op andere gesprekken die we hebben gehad.” Een groep grote aandeelhouders, samen goed voor een belang van 19 procent, heeft het bod al geaccepteerd, op aangeven van Océ zelf.

Ook al blijft Océ volgens Van Iperen een zelfstandige divisie van Canon, blijft het management zitten en houdt het bedrijf de zeggenschap over alle Europese en Canadese activiteiten, voor het personeel is het vreemd om na 130 jaar Océ-traditie opeens onder Japanse supervisie te vallen, beaamt Herman van de Beek, voorzitter van de ondernemingsraad van Océ. Van de Beek werd gisteren onder embargo op de hoogte gesteld, maar de ondernemingsraad buigt zich nog over een officiële reactie. Volgens bestuurder Ron van Baden van FNV Bondgenoten was er bij de meeste personeelsleden al wel het besef dat er „iets ging veranderen.”

De manier waarop Japanse bedrijven met hun personeel omgaan, is volgens Van Baden niet per definitie slechter dan in Nederland. Canon is in ieder geval een van de weinige Japanse elektronicabedrijven die de afgelopen maanden geen grote massa-ontslagen hebben aangekondigd.