'Met data advocaat niets gedaan'

Het Openbaar Ministerie vroeg de bankafschriften van advocaat Peter Plasman op, maar deed er niets mee, zegt de officier van justitie. Het liquidatieproces in Amsterdam kan gewoon doorgaan, vindt hij.

„Gerechtvaardigd, rechtmatig, zorgvuldig en transparant”, zo kwalificeerde officier van justitie Hans Oppe in de rechtszaal vanochtend het opvragen van de bankafschriften van het kantoor van advocaat Peter Plasman. Bovendien, zo verklaarde Oppe, is er met de stukken niets gedaan en hoeft het dus verder geen gevolgen te hebben voor de gang van zaken in het grote liquidatieproces dat momenteel dient in Amsterdam.

Plasman, die in het onderzoek naar liquidaties in de Amsterdamse onderwereld moordmakelaar Fred R. bijstaat, kwalificeert het opvragen van de bankafschriften als „nog nooit vertoond”. Volgens de Amsterdamse strafpleiter heeft het Openbaar Ministerie (OM) in strijd met de regels tussen april en december 2006 bankafschriften van zijn kantoor opgevraagd. Hij wordt daarbij gesteund door de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten, die spreekt van een „grove schending” van het verschoningsrecht van Plasman.

Plasman betoogde vanochtend dat deze kwestie het belang van de onderhavige strafzaak overstijgt. Op de afschriften staan de namen van alle cliënten van het kantoor die betalingen hebben gedaan.

Plasman wil dat er onderzoek gedaan wordt naar de zaak door het verhoren van een aantal betrokken rechercheurs, officieren van justitie en de deken van de Orde van Advocaten. „Pas dan kunnen we vaststellen hoe ernstig deze schending is.” Het OM ziet geen reden voor een dergelijk onderzoek.

Waarom vroeg het OM de bankafschriften eigenlijk op?

Plasmans cliënt Fred R. werd in de zomer van 2006 gearresteerd voor de moord op kroegbaas Thomas van der Bijl eerder dat jaar. Justitie ziet Fred R. als een cruciale schakel tussen opdrachtgevers en uitvoerders van liquidaties.

De vrouw van Fred R. zit begin 2007 in geldnood en vraagt haar man – die vastzit – om geld, zo blijkt uit telefoontaps van de politie. Fred R. bespreekt het met zijn advocaat. Als blijkt dat Plasman geld overmaakt naar de gevangenisrekening van Fred R., vragen justitie en politie op 29 mei 2007 de bankafschriften van Plasmans kantoor op bij de ING Bank. Zo hopen ze te ontdekken door wie Fred R. financieel wordt ondersteund én wie mogelijk de opdrachtgever voor de moord op Van der Bijl is.

Een week later ontvangt de politie de bankafschriften. De gegevens worden, volgens de politie zonder kennis te nemen van de inhoud, in een envelop gestopt die wordt gesloten en na twee weken in bewaring wordt gegeven bij de officier van justitie. Deze stopt de bankafschriften in een kluis en kijkt er niet meer naar om. Totdat de afschriften ruim twee jaar later, eind oktober 2009, tijdens het verhoor van een politieagent over het onderzoek terloops aan de orde komen.

Dit recente verhoor is voor het OM aanleiding om op 4 november 2009 een brief naar alle advocaten in het liquidatieproces te versturen. Het OM beweert dat de bankafschriften niet zijn gebruikt. Allereerst omdat „de kans buitengewoon gering” werd geacht dat het uitpluizen van de bankgegevens iets zou opleveren, zo staat in de brief. Een tweede reden was de „oplaaiende geheimhoudersperikelen in andere strafzaken”.

Kennelijk wisten de betrokken officieren van justitie dat het hier gevoelige materie betreft. Het verschoningsrecht is een belangrijk leerstuk in de Nederlandse wet.

Verdachten hebben recht op vertrouwelijk contact met een advocaat, net als cliënten die geen verdachte zijn. Andersom heeft een advocaat een plicht tot geheimhouding, net als een arts of een notaris. Om te voorkomen dat advocaten gedwongen kunnen worden vertrouwelijke informatie te verstrekken – tijdens een getuigenverhoor bijvoorbeeld – heeft een advocaat verschoningsrecht: hij mag weigeren informatie over zijn cliënten te geven.

Volgens de regels moet het OM voor het opvragen van gegevens die onder de geheimhoudingsplicht van een advocaat vallen contact opnemen met de deken van de Orde van Advocaten. De orde raadpleegt de advocaat in kwestie, de advocaat zelf beslist of gegevens onder zijn geheimhoudingsplicht vallen en of deze verstrekt mogen worden.

De vraag die de rechtbank nu moet beantwoorden is of het opvragen van Plasmans bankgegevens rechtmatig was. En zo nee, wat de gevolgen daarvan moeten zijn in de zaak van Fred R.

Achtergronden op nrc.nl/onderwereld