Marianne Timmer, altijd een klasse apart

Een ernstige enkelblessure maakt een einde aan de laatste olympische droom van Marianne Timmer (35). In haar lange carrière groeide ze uit tot de beste Nederlandse schaatsster.

Met een gebalde vuist sloeg Marianne Timmer op tafel. „Ik heb nooit ergens last van”, mopperde ze. Het was kort voor de Winterspelen van Nagano, in februari 1998. Uitgerekend op dat moment had ze wel ergens last van – ze voelde zich ernstig beperkt door een hardnekkige rugblessure. Maar dat seizoen kwam het allemaal nog goed. Met goud op de 1.000 en de 1.500 meter groeide ze uit tot de koningin van de M-Wave.

Ruim tien jaar en vele medailles later is Timmer nu wel gevloerd voor de Spelen. ‘Vancouver’ verdween vrijdagavond uit zicht voor de 35-jarige sprinter uit Groningen, maar die onheilstijding kreeg ze pas gisterochtend, na een MRI-scan in een ziekenhuis in Zwolle. Bij de ongelukkige val van vrijdag, veroorzaakt door de Chinese Jing Yu, blijkt Timmer diverse breuken te hebben opgelopen in haar hielbeen. Een beknelde schaats onder de boarding van Thialf maakte een vroegtijdig einde aan de carrière van de meest succesvolle Nederlandse schaatsster aller tijden.

Toen ze per brancard van het ijs werd gehaald schoot ‘Vancouver’ direct door haar hoofd. „Dat vind ik het allerergste”, zei Timmer gisteren. „Ik wilde naar de Olympische Spelen. Vancouver zit al twee jaar in mijn hoofd. Ik heb daar ontzettend veel voor gelaten en tegenslagen overwonnen. Toen ik op de brancard lag, dacht ik ook: ‘Het kan toch niet waar zijn dat het zo gaat eindigen?’ Dit is verschrikkelijk.” Nog één keer had Timmer willen vlammen, op het evenement waarvoor zij alles opzij kon zetten. Zoals afgelopen zomer, waarin ze de twee moeilijke seizoenen met tegenslagen, blessures en ziekte achter zich liet. „Het afgelopen jaar heb ik diep weggestopt”, zei ze een maand geleden nog in deze krant.

Ze was fit, had geen pijntjes, en voelde dat ze in Vancouver nog een rol van betekenis kon spelen. Haar optimisme groeide toen ze tijdens de eerste wereldbekerwedstrijd in Berlijn, ruim een week geleden, voor het eerst in bijna twee jaar een medaille behaalde, op haar geliefde afstand: de kilometer.

De ernst van de blessure maakt het onwaarschijnlijk dat ze dit seizoen nog het ijs op stapt. Voor het herstel staat een periode van zeker twaalf weken, zei haar coach Jac Orie. Bovendien mag ze haar voet wekenlang niet belasten, waardoor trainen uitgesloten is.

Zelf wilde Timmer gisteren nog niet vooruitlopen op haar toekomst. Zelfs een rentree op het ijs, aan het eind van het seizoen, sloot ze niet uit. „Mijn eerste zorg is nu dat ik weer gewoon kan lopen. De arts heeft me verteld dat wanneer ik niet oppas, ik letsel heb voor de rest van mijn leven.” Als het aan haar ligt keert ze nog terug op het ijs. „Maar ik moet oppassen dat ik niet iets onherstelbaar kapot maak. Ik ga eerst netjes doen wat de artsen mij vertellen en dan zien we wel verder.”

Niet alleen Timmer was zwaar aangeslagen; Orie en de rest van de ploeg, die net nieuwe sponsors had gevonden, reageerden ontsteld. „Dit komt hard aan”, zei Orie. „Ze heeft afgelopen zomer ontzettend hard getraind en alles opzij gezet. Haar resultaten waren weer goed. Dat er dan zo abrupt een einde aan moet komen is heel tragisch.”

Timmer, jarenlang alleenheerser onder de Nederlandse sprinters, was behalve het boegbeeld van de voormalige DSB-ploeg de ervaren sportvrouw die haar jonge teamgenoten Margot Boer, Annette Gerritsen en Laurine van Riessen op het spoor van internationaal succes zette. Timmer heeft een speciale plaats in het schaatsteam, dat in het voorseizoen ook al werd geplaagd door de perikelen rond het faillissement van hoofdsponsor DSB.

Timmer won in haar imposante loopbaan onder meer drie gouden olympische medailles, waarmee ze op gelijke hoogte staat met Ard Schenk en Yvonne van Gennip. Na de ‘gouden’ reis naar Nagano werd ze uitgeroepen tot sportvrouw van het jaar.

In Salt Lake City (2002) kon ze haar olympische succesreeks van 1998 geen vervolg geven. In de aanloop naar dat olympische toernooi raakte Timmer verstrikt in verschillende privézaken, waaronder een slepend juridisch conflict over een nieuwe commerciële schaatsploeg, met haar ex-coach Wopke de Vegt. Ze scheidde van haar man en coach, de twintig jaar oudere Peter Mueller, de man die haar in Nagano naar olympisch goud had geleid. Maar die relatie had haar ook in de knel gebracht met haar eigen familie. Kort voor de Spelen van Salt Lake City kreeg ze nog een klap bij het overlijden van haar kompaan en oud-trainer Egbert van ’t Oever. Van schaatsen kwam voor het gevoelsmens Timmer in die periode weinig meer terecht.

Langzaam krabbelde ze daarna weer op, en hervond het plezier op het ijs. Dat Timmer in 2004, opnieuw in Nagano, als eerste Nederlandse wereldkampioen sprint werd, bevestigde dat ze de juiste beslissingen had genomen. Op de Spelen van Turijn (2006) verraste ze opnieuw met goud, op de 1.000 meter, nadat ze op de 500 meter was gediskwalificeerd (valse start).

Pieken als het moest, was altijd haar kracht. Ook al leek het in het voorseizoen vaak nergens op, als de echte winter in aantocht was nestelde ze zich weer stilletjes in de top. Als geen ander weet zij hoofd- en bijzaken te scheiden, zei Orie enkele jaren geleden. „Hoe belangrijker de wedstrijd, hoe scherper Marianne wordt.”

Haar neus voor de hoofdzaken in de sport bezorgde haar een erelijst, ook buiten de Spelen, waaraan weinig schaatssters kunnen tippen. Bij de WK afstanden won ze twee keer goud. Ze werd tien keer nationaal sprintkampioen en won elf keer goud bij de NK afstanden.

Nog één keer had ze haar bijzondere talent willen laten zien, op 18 februari om 13.00 uur, lokale tijd, Vancouver. Maar in dat wonder gelooft ze zelf ook niet meer.