Hij zou mijn leven veranderen

Amerikanen stellen te veel vertrouwen in hun meest charismatische leiders.

Ook ik voelde als zwarte man met Obama mee. En toen kwam de ontgoocheling.

Het is iets meer dan een jaar geleden dat we bij onze televisieschermen stonden en Barack Obama zijn overwinningstoespraak zagen openen met de woorden: „Als er nog ergens iemand is die betwijfelt of in Amerika alles mogelijk is, die zich afvraagt of de droom van onze grondleggers ook in onze tijd nog leeft, die twijfelt aan de kracht van onze democratie, dan heeft hij vanavond zijn antwoord gekregen”.

De wereld leek vol bewondering bij de aanblik van de nieuwe president, zoals hij daar in Chicago’s Grant Park trots en zelfverzekerd een reeks gedurfde beloften deed aan een massaal toegestroomd en dolblij publiek. De mogelijkheden leken eindeloos, niet alleen omdat het tijdperk-Bush eindelijk voorbij was, maar ook omdat een intelligente, welbespraakte zwarte man op het punt stond het Witte Huis te betreden.

Als Togolese burger die is opgegroeid in Frankrijk en de VS voelde ik persoonlijk zoveel verwantschap met Obama – en zijn Afrikaanse kalmte – dat die avond van de vierde november 2009 een nieuw tijdperk in mijn eigen leven leek in te luiden. Een tijdperk waarin zoals mijn vriend Spike Lee, de filmer, tegen me zei: „alle zwarte mannen een stapje extra zouden moeten zetten”.

Wat kan er in een jaar veel veranderen.

Weliswaar valt er te lezen en te horen dat de Amerikaanse economie weer uit het dal klimt, maar de werkloosheid ligt inmiddels op 10,2 procent (het hoogste cijfer sinds 1983), Obama’s hervorming van de energiewetgeving is tot stilstand gekomen, en de herziening van de immigratiewet is op een laag pitje gezet.

Obama’s glamour-bod op de Olympische Spelen in zijn geboortestad? Chicago eindigde helemaal onderaan. Zijn pogingen om twee belangrijke Democratische bondgenoten te redden in de race om het gouverneurschap in Virginia en New Jersey? Beide gouverneurs werden moeiteloos door Republikeinen verslagen.

Sommige critici beweren zelfs dat Obama zijn redenaarstalent is kwijtgeraakt, dat zijn toespraken minder spannend zijn en dat zich bij openbare gebeurtenissen met de week minder belangstellenden laten zien. Zou de door de oppositie als ‘socialistisch’ bestempelde president mettertijd geheel verschrompelen?

Ik zie een andere dynamiek in werking, en die heeft niet zozeer met Obama als wel met de psyche van het Amerikaanse volk te maken. Amerikanen stellen gewoonlijk te veel vertrouwen in hun meest charismatische gekozen ambtsdragers en dat vertrouwen gaat samen met de verwachting van wonderen. Obama heeft wat dat betreft zijn zaak geen goed gedaan door van zijn campagneleus ‘Yes We Can’ een strijdkreet te maken.

In het eerste jaar van zijn ambtstermijn heeft Obama de verwachtingen niet in de hand weten te houden en ook al geeft hij inmiddels toe dat ‘verandering moeilijk is’, er zal nog een pijnlijke – en misschien wel lange – aanpassingsperiode volgen voordat de Amerikanen gaan beseffen dat hij ook maar een mens is.

Voor mij begon de ontgoocheling toen ik besefte dat Obama Guantánamo niet zo snel zou kunnen sluiten als hij had gezegd. Ook hij bleek toch een politicus.

En alle politici moeten beloften doen om gekozen te worden. Zo moet ook Sarkozy de prijs betalen voor zijn verheven campagnebelofte dat hij zou breken met het verleden. In dat opzicht heeft Sarkozy heel veel weg van zijn voorganger Jacques Chirac, die privé weleens schijnt te hebben gezegd dat ‘beloften alleen bindend zijn voor de ontvangers’.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Obama lof verdient voor de grote vooruitgang in tal van belangrijke kwesties, met name op het gebied van onderwijs, milieu en stedelijk beleid. Zijn handreiking naar minderheden, homoseksuelen en verscheidene godsdienstige gemeenschappen moet worden geprezen. Zijn buitenlandse staat van dienst mag al dan niet een Nobelprijs voor de Vrede waardig zijn, maar ondanks de problemen in Irak, Iran, Afghanistan en het Midden-Oosten heeft hij het imago van Amerika in het buitenland duidelijk hersteld.

Nu moet Obama gaan proberen de kijk van Amerika op zichzelf te veranderen. En misschien zou dit nieuwe zelfonderzoek moeten beginnen met realistischer verwachtingen van alles wat de leider kan volbrengen, gelet op de ongunstige omstandigheden en ongeacht zijn status van beroemdheid. Eerlijk gezegd is de Amerikaanse president niet zo machtig als bijvoorbeeld de Franse, en het Amerikaanse Congres biedt een geducht tegenwicht aan de uitvoerende macht van het Witte Huis.

Obama is nooit de Messias geweest, maar te veel argeloze Amerikanen hebben hun fantasie de vrije loop gelaten en hun stoutste hoop gevestigd op het beeld van de man die ze als hun verlosser zagen. Zelf ben ik blijven geloven dat Obama zich kan transformeren tot een leider die Amerika en de rest van de wereld verandering brengt, maar ik denk wel dat dit alleen kan als hij snel leert van al het slechte nieuws dat maar blijft binnenstromen. Obama heeft net als Bill Clinton zijn gebreken, maar hij is nog altijd onze beste kans is om blijvende veranderingen door te voeren.

Claude Grunitzky is een journalist en ondernemer van Togolese afkomst. Hij woont en werkt in New York.