Hamas verdient geen steun

Hamaspolitici hebben nooit excuses aangeboden voor de moorden op honderden Joodse burgers noch hun handvest, vol nazi-propaganda, gewijzigd, meent Alfred Pijpers.

Ga praten met Hamas, luidt de dubieuze oproep aan de Nederlandse regering die honderden „politici, wetenschappers en deskundigen” op 10 november in een advertentie in NRC Handelsblad plaatsten, „zonder voorwaarden” vooraf. Daags daarop volgde een artikel van Sietse Bosgra met dezelfde boodschap. Dubieus, omdat gesprekken met Hamas, door wie ook, nooit iets hebben veranderd aan de gewelddadige en fundamentalistische inslag van deze groepering. Verder zal toenadering tot Hamas Iran in de kaart spelen, het Midden-Oostenbeleid van Obama ondermijnen en de kans op Palestijnse staatsvorming verder verkleinen.

„Wij zijn ervan overtuigd dat er voor het Israëlisch-Palestijns conflict geen militaire, maar alleen een politieke oplossing is […]” aldus de ondertekenaars in hun toelichting.

Echter, in militair opzicht heeft het drastische Israëlische optreden tegen Hamas eerder dit jaar wel degelijk gewerkt. Sinds januari 2009 zijn er slechts enkele projectielen afgevuurd op Zuid-Israël.

Er is vanaf de oprichting van Hamas, in de jaren tachtig, trouwens altijd met Hamas gepraat, ook door Israël (die de beweging aanvankelijk zelfs steunde als alternatief voor de PLO). Die contacten bleven ook voortduren nadat Hamas in 1988 zijn fameuze handvest had opgesteld, waarin de gewelddadige eliminatie van de Joodse staat wordt bepleit. Compleet met de ‘Protocollen van de Wijzen van Zion’. Pas toen Hamas vanaf het midden van de jaren negentig doelgericht vele honderden Israëlische burgers ging opblazen in autobussen, restaurants en discotheken, werd de ‘islamitische verzetsbeweging’ volledig in de ban gedaan, ook door Amerika en de Europese Unie. Verder is de religieuze Hamasbeweging er altijd op uit geweest zich te ontdoen van seculiere Palestijnse partijen zoals Fatah. Dat lukte pas nadat Israël in 2005 de Gazastrook had ontruimd en de weg vrijkwam voor grootschalige Palestijnse bewapening, gevolgd door de gewelddadige staatsgreep van Hamas in 2007. Te suggereren dat deze Palestijnse broedertwisten in gang zijn gezet door onder meer de Europese boycot, zoals de ondertekenaars van het manifest doen, is wel heel veel eer voor de Europese Unie.

Talloze diplomaten, parlementariërs en oud-politici (onder wie Jimmy Carter) hebben de afgelopen jaren gesproken met Hamasvertegenwoordigers in de Arabische hoofdsteden, in Ankara en Moskou, in Zwitserland en Noorwegen. Egyptische diplomaten hebben daar een volledige dagtaak aan. Dit alles heeft niets opgeleverd. Na afloop van de Gaza-oorlog (dus niet in de hitte van de strijd) heeft de Hamasleiding tientallen Palestijnse tegenstanders zonder enige vorm van proces geëxecuteerd.

Als Hamas zo ‘pragmatisch’ is geworden zoals Bosgra beweert, dan kan het zich toch in ieder geval verzoenen met de gematigde Palestijnse groepen? Nooit hebben Hamaspolitici zelfs maar het begin van verontschuldigingen aangeboden voor de honderden Joodse burgers die moedwillig door hun toedoen zijn vermoord in de Israëlische straten, en nooit heeft de Hamasleiding ook maar één letter gewijzigd in het lugubere handvest van de beweging, dat doorspekt is met expliciete nazipropaganda. Wat Hamas-chef Khaled Meshal daarover ook mag beweren in de westerse media.

Op papier heeft Fatah ook nog een problematisch handvest, zoals Bosgra terecht signaleert, maar feitelijk en formeel onderschrijft die partij allang de erkenning van Israël door de PLO, waar Fatah deel van uitmaakt.

Het is spijtig dat de ondertekenaars van de oproep, onder wie diverse oud-ministers zoals Dries van Agt, Hans van den Broek, Hans van Mierlo, en Laurens Jan Brinkhorst, de ware aard van Hamas niet langer onderkennen. Het is ook een beetje goedkoop om nu voortdurend de huidige minister van Buitenlandse Zaken, Maxime Verhagen, voor de voeten te lopen met ingezonden stukken en manifesten. Van Mierlo heeft tijdens zijn eigen ambtsperiode in het midden van de jaren negentig de terreurdaden van Hamas scherp veroordeeld. En Brinkhorst was minister in het tweede kabinet- Balkenende, dat in september 2003 ook de politieke vleugel van Hamas op de Europese lijst van terroristische organisaties liet plaatsen.

Een gesprek met Hamas ‘zonder voorwaarden’, zoals in de oproep wordt gesteld, zou ook een klap in het gezicht zijn voor Obama. Hij heeft vanaf het begin van zijn verkiezingscampagne toenadering tot Hamas nadrukkelijk afgewezen, zolang deze organisatie niet bereid is het geweld tegen Israël af te zweren, en de reeds bestaande Palestijns-Israëlische akkoorden te respecteren.

Een Europese erkenning van Hamas als gesprekspartner zou voor Iran, dat Hamas beschouwt als een vooruitgeschoven pion tegen Israël, een extra stimulans zijn om de wapenzendingen naar de Palestijnse gebieden (en Libanon) op te voeren, en doorkruist de Amerikaanse diplomatie om een gemeenschappelijk front te maken tegenover de nucleaire ambities van Teheran.

Verder vormt de oproep een ondermijning van het toch al broze Palestijnse Gezag op de Westelijke Jordaanoever, dat alles in het werk stelt om de Palestijnse economie op poten te krijgen. Deze inspanningen beginnen vrucht af te werpen, zoals blijkt uit een recent IMF-rapport, waarin bescheiden economische groei wordt voorspeld, in weerwil van de Israëlische bezetting.

Dit mede dankzij een effectiever wordend Palestijns veiligheidsapparaat, dat Hamasstrijders (‘moordenaars’ in de woorden van president Mahmoud Abbas) aanpakt die ook op de Westelijke Jordaanoever de macht in handen proberen te krijgen. Het is van groot belang dat de Europese Unie, samen met Amerika, deze voorzichtige stappen tot Palestijnse staatsvorming blijft ondersteunen, zeker onder de huidige Israëlische regering, die daar te weinig aan doet. Het is daarom volstrekt onduidelijk waarom uitgerekend de sympathie uitgaat naar een Palestijnse groepering die, met behulp van Iran, zo goed mogelijk de vrede probeert te saboteren. Wie de Palestijnse zaak een goed hart toedraagt mag best anti-Israël zijn, maar moet wel voor de juiste Palestijnse partij kiezen.

Alfred Pijpers is verbonden aan het Instituut Clingendael.

Het artikel van Sietse Bosgra staat op nrc.nl/opinie