Griekse held ontrukt aan duivenpoep

Je slaapt in een kasteel dat tot gastenverblijf is omgevormd. De gastvrouw laat je het huis zien en wat vind je? Een museumstuk met een bijzondere geschiedenis.

Op de linkeroever van het riviertje de Indrois, in het stroomgebied van de Indre en de Loire bij het dorpje Chédigny, staat op een rotsachtige verhoging in het landschap Château le Breuil Rochereux.

De oorsprong van het kasteel gaat terug tot begin 13de eeuw, toen Bochard de Saint Michel hier de belangen van de heren van Loches verdedigde. Van dwangburcht veranderde het Château du Breuil in de loop der eeuwen tot een buitenhuis. De huidige eigenaresse, de Roemeens-Schotse architect Roxanna MacDonald, hoopt in de komende jaren de restauratie te voltooien met de inkomsten die zij genereert door de helft van het slot als gîte te verhuren.

Afgelopen zomer bracht ik een week door op het kasteel. In haar rol van slotvrouwe stelde Roxanna er een eer in om haar gezelschap op de eerste dag van het verblijf een aperitief aan te bieden in de gedeeltelijk gerestaureerde privévertrekken van het château. Tijdens de rondleiding viel mijn blik op een bewerkt stuk marmer, dat in een hoek van de kamer stond opgesteld. In één oogopslag wist ik dat we stonden te kijken naar een prachtig stuk Grieks beeldhouwwerk uit de derde eeuw voor Christus, de hellenistische periode in de Griekse kunst, die men met de veldtochten van Alexander de Grote laat beginnen. Het reliëf stelde het dodenmaal van een heros voor, een held met bovenmenselijke gaven die in het oude Griekenland na zijn dood semi-goddelijke status kreeg toebedeeld en vereerd werd met offergaven. De baardige heros ligt halfnaakt op zijn aanligbed. In zijn opgeheven rechterhand heeft hij waarschijnlijk een rhyton vastgehouden, een drinkbeker in de vorm van een hoorn. Voor hem staat een tafeltje, waarop als offergaven ronde en piramidale koekjes staan uitgestald. Rechts van hem is een slaafje druk doende met een mengvat, van waaruit de heros wordt voorzien van wijn. Op de linkerzijde van het reliëf zijn nog enkele voorstellingen te herkennen: de helft van een varkentje, dat door een knecht wordt begeleid om te worden geofferd, en – zittend op de bank – de echtgenote van de heros, die een doosje met wierook in de hand houdt. Zij strooit de wierook in een brander, die tussen de koekjes op de tafel staat. Een idyllisch tafereel.

Hoe komt een museumobject als dit terecht in een kasteeltje langs de Loire? Roxanna MacDonald had de steen gevonden in de pigeonnier van het kasteel, de duiventil bovenin de centrale polygonale toren, hij lag onder een laag van 60 centimeter duivenpoep. Na schoonmaak werd de liggende held zichtbaar.

Onderzoek leert dat het landgoed rond 1890 eigendom was van de familie Dauprat. Twee leden van deze familie zijn als secretaris in dienst geweest van de diplomaat-ingenieur Ferdinand de Lesseps, de man van het Suezkanaal. Heeft één van de Dauprats het votiefreliëf als souvenir meegenomen van zijn verblijf in het oostelijke Middellandse Zeegebied? Of cadeau gekregen van zijn werkgever? Ook rest de vraag waarom de anonieme heros jarenlang heeft moeten bivakkeren in het koerende gezelschap van de duiven – weliswaar de vogels van de liefdesgodin Aphrodite, maar op den duur toch geen waardig gezelschap voor een heros van stand.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

De auteur van het artikel Griekse held ontrukt aan duivenpoep (16 november, pagina 18) is niet Juurd Halbertsma, zoals vermeld stond, maar Ruurd Halbertsma.