'Godenslaap' van Mortier

‘Ik ben een hoer van mijn eigen verbeelding”, zei Erwin Mortier toen hij vlak na ontvangst van de AKO Literatuurprijs voor Godenslaap (De Bezige Bij) in Nova werd geïnterviewd. Dat hij het meende werd duidelijk toen hij kort daarna herhaalde: „Zoals ik al zei, ik ben een prostitué van mijn verbeelding.” Het klinkt een beetje semidiepzinnig, maar ook een beetje beledigend (of niet, dat is maar hoe je het bekijkt). Want probeert Mortier nu te zeggen dat de lezers van zijn boeken hoerenlopers zijn?

De lezer als hoerenloper hoeft bij Mortier in ieder geval niet op een vluggertje te rekenen; dit is meer een escortservice voor de hele nacht, want het boek komt traag op gang. In het hele eerste deel staan mooie zinnen, maar de vele herhalingen in de beschrijving van de vroege jeugd maken de opbouw erg traag. Maar wie kritiek durft te leveren op het tempo, wordt door critici aangepakt (zie de column van Elsbeth Etty op nrcboeken.nl). Lees de eerste 100 bladzijden dus vooral als een poëticaal manifest en als weergave van de traagheid van de tijd voor de Eerste Wereldoorlog. Daarna kom je – om maar in de ongelukkige beeldspraak van Mortier te blijven – ruimschoots aan je trekken.

In de kritieken werd Mortier terecht uitgebreid geprezen om de manier waarop hij WO I had vormgegeven: niet vanuit soldatenlevens of vanuit de loopgraven, maar vanuit de herinnering van een negentigjarige vrouw. En ook de AKO-jury merkte in het rapport al op (en dat in termen waardoor iedereen al wist dat de prijs onmogelijk naar iemand anders kon gaan): ‘Eindelijk een grote roman over de Grote Oorlog in de Nederlandstalige literatuur! In Godenslaap toont de Vlaamse auteur Erwin Mortier wie de echte hoofdrolspeler in de Eerste Wereldoorlog was: niet de soldaten of de technologie, maar Moeder Aarde. Zij was het die nu eens bestraffend en dan weer verzoenend de soldaten in de loopgraven uitspuwde of onder haar rokken liet wegkruipen. […] Mortier is haar laatste eloquente vertegenwoordiger en beschrijft als geen andere Nederlandstalige auteur de pleziertjes van de burger, maar ook de kilte en distantie die hem rijk hebben gemaakt en die hem uiteindelijk hebben vernietigd in een weergaloze orgie van staal en strijd.’ Prima omschrijving overigens, en er leek dit jaar zowaar vrij algemeen consensus over de winnaar.

Misschien dat Mortier door die ‘pleziertjes’ en de ‘orgie’ in het rapport zich realiseerde eigenlijk een ‘hoer’ te zijn, maar hij herstelde zich snel tot verhevener niveau: in datzelfde interview met Nova verklaarde hij dat dit boek een ‘traan’ was in het verdriet van België, het land van ‘een tweede Genesis in mineur’ zoals in Godenslaap te lezen is. Een huilende Maria – dat is vertrouwder terrein voor de literaire verbeelding.

Toef Jaeger