Gedwongen ontslag

Afscheid nemen van columnisten, cartoonisten en ander loslopend publicitair wild doet vaak veel pijn. De publicist voelt zich afgedankt, zijn fans wenen woeste tranen en de verantwoordelijke hoofdredactie volhardt, zich onbegrepen voelend, zwijgzaam in haar beslissing.

Het jongste incident doet zich bij Het Parool voor. Ik constateer dit zonder leedvermaak, want elke krant heeft op dit gebied zijn verleden. Het betreft de cartoonist Joep Bertrams, „ook bekend van de tv (Nova)”, die al ruim twintig jaar voor Het Parool politieke prenten maakt.

Eén van die prenten staat sinds 1998 ingelijst boven mijn bureau. Het is een cartoon van Bill Clinton, in hemdsmouwen en bretels, wiens broek bijna openbarst van een forse erectie waaraan een bordje met ‘Sorry’ is opgehangen. ‘Een zware last’ staat eronder.

De cartoon stamt uit de dagen van Monica Lewinsky, ‘that woman’ met wie Bill zei geen seksuele relaties te hebben gehad. Bill voegde eraan toe, en dat vond ik nog een graadje hilarischer: „These allegations are false. And I need to go back to work for the American people. Thank you.”

Het is naar mijn waarneming de beste Clinton-cartoon – ook internationaal – geweest die er in die periode gemaakt is.

Bertrams kon er wat van, en wat mij betreft: kán. De hoofdredactie is echter een andere mening toegedaan.

Hoofdredacteur Barbara van Beukering legde vorige week in de rubriek Persweeën uit: „Joep heeft ontzettend lang in de voorhoede van het vak gezeten. En wij vinden dat hij dat nu niet meer doet. Wij vinden dat er geen ontwikkeling meer in de politieke prent in Het Parool zit. Hij appelleert niet meer aan het tintelende gevoel dat zo’n tekening moet geven.”

Boven deze rubriek waren zeven verontwaardigde lezersreacties afgedrukt. „Mevrouw Van Beukering heeft gelijk, het is tijd voor iets nieuws. Ik zeg mijn Parool bij deze op”, schreef een van hen.

De affaire kreeg een curieus vervolg. Van Beukering had in Persweeën geschreven dat „de chefs op de krant” haar overwegingen „unaniem konden volgen”.

Maar afgelopen zaterdag moest zij toegeven dat niet in het stuk had gestaan „dat de redactieraad met dit besluit bepaald ongelukkig was”. Zij had de lezers niet willen „confronteren met dit interne meningsverschil”.

Tien centimeter verderop stond een bijzondere ingezonden brief afgedrukt. Collega-tekenaar Peter van Straaten schreef: „Ook ik wil van mijn kant een krachtig protest laten horen tegen het laten vallen van Joep Bertrams. Afgezien van het feit dat ik het volstrekt oneens ben met het oordeel dat zijn werk aan kracht zou hebben ingeboet, een tekenaar die al twintig jaar de politieke prent voor Het Parool maakt, verdient een waardiger afscheid.”

Ik kan me geen eerder geval herinneren waarbij een collega-publicist het in de eigen krant zó scherp voor een ontslagen collega opnam. Chapeau. De vraag is: wat nu?

Het zou volgens mij óók een unicum zijn als de hoofdredactie haar beslissing introk. Dat doen leiders over het algemeen zelden, ze vrezen verlies van gezag.

Maar in mijn ogen zou het juist van dapperheid getuigen als zo’n hoofdredacteur nu eens zei:

„Weet je wat, veel lezers zijn tegen, de redactieraad is tegen, Peter is tegen, ik schuif mijn mening ditmaal opzij en Joep kan blijven. En nu moet ik weer aan het werk voor het volk van Amsterdam. Dank u.”