Een stralende toekomst

De tienjarige tweeling Brian (links) en Kevin Sullivan begon op 6 oktober 1950 vanuit het Londense treinstation Liverpool Street aan een lange reis naar de andere kant van de wereld: Auckland, Nieuw-Zeeland.

De Britse regering had toen nog de gewoonte om arme of verweesde kinderen naar kolonies te sturen, waar ze een beter leven in het vooruitzicht gesteld was. Op die manier zijn tussen 1618 en 1967 naar schatting 150 duizend kinderen naar Canada, Australië en Nieuw-Zeeland gestuurd.

Hun leven werd er in de meeste gevallen niet beter op: veel kinderen, sommigen pas drie jaar oud, kwamen terecht in opvanghuizen, waar ze vaak geslagen en seksueel misbruikt werden. Anderen werden ingezet als goedkope arbeidskrachten op boerderijen. Broers en zussen werden uit elkaar gehaald bij aankomst.

Een Britse parlementaire onderzoekscommissie concludeerde in 1998 dat deze gedwongen verhuizingen „een racistische motivatie kenden”. Door ‘goede blanken’ naar de kolonies te sturen werd de bevolking daar opgewaardeerd. Ed Balls, staatssecretaris voor jeugdzaken, noemde deze praktijk onlangs „een schandvlek op onze maatschappij. Het is belangrijk dat er excuses worden gemaakt aan mensen die dit is overkomen”.

Dat is precies wat er vandaag gaat gebeuren: de Australische premier Rudd biedt tijdens een herdenkingsceremonie in Canberra officieel excuses aan voor de gedwongen verhuizingen, in het bijzijn van enkele honderden slachtoffers. Ook de Britse premier Brown zal dat binnenkort doen, werd gisteren bekend.