Dwing duurzame stroom af met boetes

Met subsidies worden bedrijven niet aangezet tot investeren in duurzame stroom. Wat wel helpt is een verplichting daartoe en een forse boete, stelt Frans Rooijers.

Nederland gaat enkele nieuwe grote kolencentrales bouwen, terwijl dat voor de CO2-uitstoot zeer ongunstig is. Minister Cramer (Milieu, PvdA) uitte haar zorg al op de conferentie van de Club van Rome. En Stichting Natuur en Milieu wil de kolencentrales aan banden leggen.

Maar is dit ook mogelijk? Het probleem is dat de politiek niet in staat was om regels op te leggen aan de energiebedrijven om de bouw van nieuwe kolencentrales te voorkomen. Immers, de nieuwe kolencentrales voldoen aan alle regels. Ook zullen de energiebedrijven emissierechten kopen voor de CO2 die de nieuwe centrales uitstoten. En – in tegenstelling tot de overige industrie – zullen ze er ook voor betalen.

De overheid heeft in de jaren negentig gekozen voor marktwerking. Ook de milieuregels werden aan de markt aangepast. Maar dat is niet goed gebeurd. Het CO2-plafond is niet laag genoeg gekozen. De energiebedrijven hebben onvoldoende belang bij duurzame energie gekregen.

De Europese Unie heeft afgesproken dat de CO2-uitstoot 20 procent lager moet zijn in 2020. De Nederlandse regering wil zelfs een verlaging van 30 procent. Dat lijkt veel, maar het CO2-plafond is een soort verlaagd plafonnetje: het lijkt echt, maar er zit nog veel ruimte boven. Dit komt doordat de CO2-besparing ook in het buitenland behaald mag worden of doordat emissierechten in de voormalige Oostbloklanden mogen worden gekocht. En deze vroegere Oostbloklanden hebben door hun economische vrije val in de jaren negentig een overvloed aan verhandelbare rechten.

Naast de recessie zorgt ook de verschuiving van industriële activiteiten van Europa naar Azië ervoor dat de industrie en elektriciteitssector samen gemakkelijk onder het plafond blijven met hun emissies.

Hoe minister Cramer denkt die 30 procent minder CO2-uitstoot in 2020 te halen, is voor alle specialisten compleet onduidelijk. Terwijl het toch zo simpel is: als het CO2-plafond fors wordt verlaagd, zullen de energiebedrijven vanzelf andere beslissingen nemen.

Ook denkt de politiek dat met subsidies over tien jaar eenderde deel van de elektriciteit uit wind, zon en biomassa zal bestaan. Maar dat is een illusie. Subsidies creëren geen belangen voor een andere, duurzame energievoorziening.

Het ziet er echt niet naar uit dat de energiebedrijven de komende jaren meer dan de helft van hun investeringen in wind en biomassa stoppen. Ze doen dat niet omdat de doelstelling van 35 procent duurzame elektriciteit bij de minister ligt en niet bij hen. Zij hebben er geen enkel belang bij. Integendeel, nieuwe investeringen in windenergie brengen de rentabiliteit van hun investeringen in gas- en kolencentrales in gevaar.

Daarom is een verplichting om 35 procent duurzame elektriciteit te leveren de enige manier om de duurzame markt van de grond te krijgen. Het Centraal Planbureau heeft onderzocht dat zo’n verplichting in Nederland goed uitvoerbaar is. Die verplichting kan de politiek morgen invoeren. Landen als België en Groot-Brittannië kennen die verplichting al. Er zijn dus geen EU-regels die dit verhinderen.

Als de boetes voor bedrijven maar hoog genoeg zijn, zullen energiebedrijven zoeken hoe ze die 35 procent duurzame elektriciteit tegen de laagste kosten kunnen maken of inkopen. Pas dan zal de marktwerking in lijn komen met de milieudoelen van de regering.

Frans Rooijers is directeur van het milieuadviesbureau CE Delft.