Dood op de stip

Er stond een kist in de middencirkel van het voetbalstadion in Hannover, waar 40.000 fans afscheid namen van Robert Enke. Hun doelman pleegde afgelopen dinsdag zelfmoord door oog in oog met een trein te gaan staan.

Het stadion als kathedraal voor een begrafenis. De Duitse televisie zond het rechtstreeks uit. In een week tijd werd het verdriet van een familie uitvergroot tot trauma van een voetbalclub en vervolgens tot een week van nationale rouw.

Was het een mis? Een eerbetoon? Een major event?

In het stadion lieten fans hun tranen de vrije loop. De gebreide sjaals met de clubkleuren van Hannover 96 deden afwisselend dienst als vlag en snotlap. Mensen die Enke de laatste jaren alleen maar vanaf de tribune hadden gezien, werden overmand door diepe gevoelens. Verweesd keken ze op het megascherm naar de laatste reddingen van hun held. Applaus.

‘Voetbal is emotie’. Ik kan slecht tegen dat veelgebruikte zinnetje. Als voetbal emotie is, dan is postzegels verzamelen het ook. Eten? Zeer emotioneel. Alleen op het toilet zitten ook; je kunt op zo’n plek zomaar overmand raken door emoties. Je doet je bankzaken via internet en opeens vallen de druppels op je toetsenbord.

Het ging in Hannover om iets anders. De afgelopen week wisten mensen zich pas te verplaatsen in het leven van Enke. Precies zoals muziekfans gemeenschappelijk verdriet beleefden na de dood van Michael Jackson.

Zou het ook massale gêne geweest kunnen zijn die het stadion zo bezwangerde? Enke worstelde met depressies en onverwerkt verdriet vanwege zijn overleden kind, maar hij durfde het niet openbaar te maken.

Voetballers worden voornamelijk beoordeeld op het voetbalveld. Waar het in Enkes openbare leven als keeper om draaide was: hield hij de nul tijdens een wedstrijd? Je leven gereduceerd tot negentig minuten in het doel staan en daarna wachten op het rapportcijfer in Kicker.

Ik vroeg me af wanneer een overleden voetballer in een kist op de middenstip mag. Komt het legioen naar de Kuip als Roy Makaay zelfmoord pleegt? Stromen de tribunes vol als Ed de Goeij uit het leven stapt? Veel zal afhangen van hoe aaibaar iemand tijdens zijn carrière is geweest. Aaibaar op afstand, welteverstaan.

Ik schoof op de bank naar voren toen spelers van Enkes voetbalteam het veld opliepen. Ze moesten de kist dragen. Arnold Bruggink was erbij. Ik heb Bruggink één keer ontmoet. Aardige, slimme jongen. Hij zocht wanhopig met zijn ogen naar een punt in de lucht, daarna tuurde hij naar het gras. Ik leefde met hem mee.

De grens tussen Nederland en Duitsland vervaagde en hoe bizar ik het uurtje rouwtelevisie ook vond, ik kon me de last op de schouders van Bruggink goed voorstellen.

De spelers tilden hun doelman op. Als dat vroeger gebeurde na het stoppen van een beslissende penalty, zou Bruggink hem gejonast hebben. Nu had hij alleen maar levenloze kilo’s in handen. Hij tilde zijn collega over het veld, de poort door, naar de klaarstaande auto. Daar lieten Bruggink en zijn maten hun doelman voorgoed alleen.

In het stadion zong een meisje een versie van You’ll never walk alone. De fans hoorden niet hoe vals het klonk, verdoofd als ze waren door de dood van hun vereenzaamde doelman, die buiten het stadion in een lijkwagen werd weggereden.