De atlete die als een prinses wil leven

Atlete Tirunesh Dibaba (24) is een loopwonder uit Ethiopië. De meervoudig baankampioene verbeterde in Nijmegen, bij haar eerste serieuze wegwedstrijd, het wereldrecord op de vijftien kilometer.

Tirunesh Dibaba keek wat zuur toen haar vrijdag in Nijmegen, tijdens de persbijeenkomst van de Zevenheuvelenloop, werd gevraagd wat ze ervan vond dat concurrenten haar ‘Babyface’ noemen. Ze nam het woord ‘laatdunkend’ niet in de mond, maar haar priemende ogen spraken klare taal. Nee, dan doet haar Ethiopische bijnaam haar meer recht, vindt de langeafstandsloopster. In eigen land wordt ze ‘Prinses’ genoemd. Terecht, zag je haar denken. Want haar donkeren ogen glinsterden.

Dibaba oogt met haar kindgezicht, tengere postuur en opgestoken haar als een teer en breekbaar meisje dat haar puberale periode amper is ontgroeid. Maar achter die fragiliteit gaat een zelfbewuste, volwassen vrouw en echtgenote schuil, die goed weet wat ze wil. In haar geval is dat als hardloopster een indrukwekkende palmares vergaren en veel geld verdienen om als een prinses te kunnen leven. Ze is de prima donna van de Ethiopische atletes. Dat is veelzeggend in een land waar hardlopen een nationale bezigheid is en de concurrentie moordend.

Dibaba is het niveau van die kolkende competitie al lang ontstegen. Ze heeft op 24-jarige leeftijd al een indrukwekkende erelijst bij elkaar gelopen. Ze is olympisch en meervoudig wereldkampioen op zowel de 5.000 als 10.000 meter. Dibaba schreef vorig jaar bij de Olympische Spelen in Peking geschiedenis door als eerste vrouw ooit op beide afstanden goud te winnen. Verder is ze viervoudig wereldkampioen veldlopen en heeft ze het wereldrecord 5.000 meter in bezit. Tot haar ergernis niet de toptijd op de 10.000 meter. Maar die tijd (29.31,78, red.) van de Chinese Wang Jungxia gaat er volgend jaar aan, voorspelde Dibaba in Nijmegen. Als voorproefje verpulverde ze gisteren bij de Zevenheuvelen het wereldrecord vijftien kilometer op de weg: van 46,55 naar 46,28 minuten.

Atletenmanager Jos Hermens, die Dibaba voor haar eerste serieuze wegwedstrijd naar Nijmegen wist te halen, deelt zijn respect voor de loopster met scepsis over haar rol als echtgenote. In het vorig jaar met veel glamour gesloten huwelijk met de atleet Sileshi Sihine is Dibaba in zijn ogen nogal dominant. En dat ligt voor een deel aan Sihine, erkent Hermens. „Sileshi is dusdanig verliefd dat hij zijn eigen carrière ondergeschikt maakt aan die van Dibaba.”

Daar is Hermens in zijn rol als manager van Sihine niet blij mee. Hij voorspelt de loper, die bij WK’s en Olympische Spelen op de 5.000 en 10.000 meter in totaal vijf keer zilver won achter diens ongenaakbare landgenoot Kenenisa Bekele, een grote toekomst als marathonloper. Maar die keus schuift Sihine volgens Hermens voor zich uit, omdat hij vooralsnog niet uit de schaduw van Dibaba wil stappen. Mopperend: „Hij denkt bij alles eerst aan haar carrière en dan aan die van zichzelf. Doodzonde, want hij heeft het in zich om een werelrecord op de marathon te lopen.”

Dibaba hoor je daar niet over klagen. Nu gaat alle aandacht uit naar haar carrière. En dat vindt ze wel zo prettig, geeft de loopster onomwonden toe. „Ja, ik houd ervan om beroemd te zijn, een mooi huis te bezitten en in een luxe auto te rijden. Het is alleen vervelend dat je veel privacy moet inleveren. Ik begeef me niet zo vaak op straat, omdat ik voortdurend wordt aangeklampt door mensen.”

Van die aandacht had ze geen last in haar onbezorgde jeugd in Bekoji, het hooggelegen dorpje in de zuidelijke regio Arsi waar zo veel Ethiopische topatleten vandaan komen. Bekele natuurlijk, maar ook Derartu Tulu, Dibaba’s nicht die in 1992 bij de Olympische Spelen als eerste Afrikaanse atlete een gouden medaille (10.000 meter, red.) won en dat acht jaar later zou herhalen in Sydney – twee weken geleden won Tulu de marathon van New York. En Fatima Roba, die in 1996 bij de Spelen olympisch marathonkampioen werd.

In huize Dibaba – een tukul, de traditionele Ethiopische woning van modder – raakten de zes dochters en ene zoon geïnspireerd door Tulu, voor wie Dibaba’s ouders in 1992 speciaal naar het enige hotel in Bekoji waren getrokken om haar op televisie goud te zien winnen. In hun huis zonder stroom en water was dat onmogelijk. Tirunesh was nog te klein om mee te gaan; zij zou de race jaren later op video zien. Van de zes Dibaba-meiden bleek Bekelu op nationaal niveau goed te kunnen lopen, ontpopte Ejegayehu zich als een atlete van internationale allure, maar bleek Tirunesh van absolute wereldklasse. Gezien haar naam geen toeval, want die betekent in het Amhaars: ‘Jij bent goed’.

Toen Tirunesh als veertienjarige naar de hoofdstad Addis Abeba toog en bij oudste zus Bekelu introk, was dat om te studeren en pas in de tweede plaats om een professionele loopbaan als atlete te beginnen. Bij aankomst bleek de inschrijvingsdeadline voor een studie verstreken, waarna Dibaba besloot in Addis Abeba te blijven, uit angst bij terugkeer in Bekoji door haar ouders te worden uitgehuwelijkt. Ze besloot alles op de atletiek te gooien. Een jaar later debuteerde Dibaba met een vijfde plaats bij de WK veldlopen voor junioren. De rest is geschiedenis.

De brille van Dibaba is aan geen enkele twijfel onderhevig. Wat niet wegneemt dat ze de tijd mee had. Tot 1991 was in Ethiopië de macht in handen van een marxistisch regiem onder leiding van Mengistu. Die tijd van repressie had als positief neveneffect de gelijke positie van man en vrouw. In dat klimaat was het niet verwonderlijk dat vrouwen gingen hardlopen. Nadat de legendarische marathonloper Abebe Bikila begin jaren zestig mannen aanzette tot hardlopen, inspireerde in 1992 Tulu het vrouwelijke deel van de Ethiopische bevolking. Dibaba kreeg op die manier alle ruimte haar bijzondere kwaliteiten te ontwikkelen.

Hoe gedreven ze ook is, ze blijft dat bescheiden meisje uit Bekoji. Te bescheiden, vindt de Ethiopische atletiekverslaggever Elshadai Negash. In The New York Times zei hij ooit: „Dibaba is Tulu voorbijgestreefd. Maar ze is zo bescheiden dat ze niet de waardering krijgt die ze verdient.” Daarmee doelt hij op het respect buiten Ethiopië. Dat heeft met de afstanden te maken die ze loopt – daarop worden nu eenmaal niet sprinters als Usain Bolt geboren – maar ook met haar strategie. Dibaba’s handelsmerk is haar sprint. Zelden neemt zij in een wedstrijd het initiatief, maar vaak wint zij dankzij haar eindsprint in de laatste ronde. Yifter the Swifter wordt ze meesmuilend genoemd. Een verwijzing naar haar landgenoot Miruts Yifter – in Moskou (1980) olympisch kampioen op de vijf en tien kilometer – die dezelfde tactiek toepaste.

Maar er is ook bewondering voor Dibaba. Bijvoorbeeld van de Amerikaanse Shalane Flanagan, die bij de Spelen in Peking achter Dibaba derde werd op de 10.000 meter. Die zei ooit tegen The New York Times: „Het is een feest om naar Dibaba te kijken, zo mooi loopt ze. Als je achter haar loopt, hoor je haar zelfs niet ademen.”

Maar wat betekende Dibaba’s optreden in de Zevenheuvelenloop? Een overgang van de baan naar de weg? Dibaba glimlachte en zei: „Voorlopig niet. Ik zie het als een test voor een toekomstige overstap naar de marathon.”

Maar het had ook een financiële reden, wat ze er overigens niet bij vertelde. Dibaba ontving voor ruim drie kwartier hardlopen in en om Nijmegen 30.000 euro aan startgeld en een bonus van 50.000 euro voor haar wereldrecord.