Cultuur is de olie van Bobo

Journaliste Femke van Zeijl werkt aan een boek over verstedelijking in Afrika.

Voor nrc.next houdt zij een weblog bij. Momenteel woont ze in Bobo, in Burkina Faso.

Een kroegje, niet meer dan een afdakje met wat stoelen, uitkijkend op het strand. De geur van de Indische Oceaan mengt zich met de roosterlucht van de visjes die de Mozambikanen meebrachten om te grillen. Een van hen prutst aan een radio die geen bereik lijkt te hebben.

En dan gebeurt het. Opeens klinkt uit de radio muziek. De hele kroeg komt in beweging. Iedereen laat zijn lijf meedeinen op de maat. Ook als ze stilzitten, dansen ze: een arm, een hand, een onwillekeurige heupbeweging. De hele barraca swingt.

Ik vertel het vaak als mensen me vragen wat me zo trekt aan Afrika. Als dochter van dansdocenten werd ik grootgebracht met de liefde voor dans en muziek, en het trof me hoezeer iedereen in die Mozambikaanse kroeg die liefde deelde. Zo anders dan in Nederland, waar de meest meeslepende ritmes mogen klinken maar mensen op een barkruk blijven zitten als waren zij eraan vastgeschroefd.

Het gebeurde zeven jaar geleden, maar al op dat moment wist ik dat ik zou terugkeren. Het was mijn eerste kennismaking met het feit dat muziek en dans, maar ook andere vormen van kunst, een veel vanzelfsprekender deel uitmaken van het Afrikaanse dagelijks leven dan van het westerse. Zo’n belangrijk onderdeel dat ik er mijn zoektocht naar het stadsleven in Afrika mee afsluit.

En dat moest natuurlijk in Burkina Faso, het allerarmste land van West-Afrika. Ingesloten door land en niet gezegend met oliebronnen, is er in dit land bar weinig om de economie vooruit te stuwen. Maar het is vermaard om zijn rijke culturele leven.

„Cultuur is de olie van ons land”, verklaarde een Burkinese minister in 2001. Zo vindt er jaarlijks het belangrijkste filmfestival van Afrika plaats, Fespaco, weten Europese galeries de Burkinese beeldend kunstenaars te vinden en bieden westerse reisorganisaties culturele reizen naar Burkina Faso aan.

In Bobo Dioulasso, de hoofdstad in de tijd dat het land nog Opper Volta heette, zijn hele stadswijken gewijd aan verschillende kunstvormen. De bronsgieters vind je in Koko, de muzikanten en de instrumentenbouwers in Bolomakoté. In Farakan moet je zijn als je op zoek bent naar geverfde lappen stof. En in menig restaurant treden avond aan avond lokale artiestenformaties op. De stad – met een half miljoen inwoners – telt vier culturele centra met eigen programma’s, zodat je iedere avond wel een optreden of expositie zou kunnen bezoeken.

Het is niet de folklore die me interesseert, maar juist de manier waarop de traditionele cultuur zich mengt met moderne invloeden. Cultuur is immers geen statisch gegeven, en zeker verstedelijking jaagt culturele veranderingen aan. Ook de Bobolezen worden de hele dag geconfronteerd met westerse invloeden, van Amerikaanse hiphop tot illegaal gekopieerde Hollywoodfilms. Verdwijnt door de globalisering het eigene of weten ze hun draai te geven aan de al die invloeden van buitenaf?

Dat is een van de dingen die ik de komende maand in Bobo wil uitzoeken.

Daarnaast wil ik weten wat de kunstenaars drijft. Want de meeste creativiteit levert niet genoeg op om van te kunnen leven. Waarom tokkelt de muzikant op zijn traditionele kora, waarom volgt de werkloze danseres om de andere dag lessen in het cultureel centrum en waarom giet de bronssmid het ene na het andere beeld dat vervolgens staat te verstoffen in zijn openluchtatelier? Is het een bezigheid bij gebrek aan beter, of hopen ze ooit te worden ontdekt en zo hun weg te vinden naar het welvarende Westen?

Misschien is kunst een dusdanig ondeelbaar onderdeel van de Bobolese identiteit dat ze niet anders kunnen, net zoals de lijven onwillekeurig aan het bewegen slaan op het moment dat ergens muziek klinkt.

In Ibadan, Nigeria, ging iedereen om tien uur naar bed en heb en ik welgeteld één keer gedanst, nota bene op een kinderfeestje. Hier hoor ik als ik ’s avonds in bed lig altijd wel ergens muziek, getrommel of gezang: het nachtleven van Bobo is dan ook befaamd. En sommige dingen moet je als journalist gewoon ondergaan.