CO -reductie in buitenland is grote klimaatzwendel 2

Rijke landen krijgen korting op hun CO2-uitstoot voor projecten in het buitenland. Maar die waren er ook zonder hulp al gekomen, meent Mirjam de Rijk.

In de aanloop naar Kopenhagen presenteert de Europese Unie zichzelf graag als wereldwijde klimaatleider door te wijzen op de belofte om 30 procent minder CO2 uit te stoten, als andere landen ook ambitieus zijn. Wat Europese leiders er niet bij zeggen is dat tweederde hiervan mag worden afgekocht door projecten in ontwikkelingslanden, waarvan een groot deel niet leidt tot echte CO2-reducties.

Volgens het bestaande klimaatakkoord van Kyoto mogen rijke landen hun CO2-uitstoot ook verminderen door in arme landen projecten op te zetten. Deze mogelijkheid wordt het Clean Development Mechanism (CDM) genoemd. Rijke landen krijgen in ruil voor CO2-reducties ‘gecertificeerde emissierechten’. Een uitsparing in bijvoorbeeld Mexico geeft Nederland het recht meer CO2 uit te stoten.

Deze handel in CO2-rechten lijkt een goed idee. Voor het klimaat maakt het immers niet uit waar op aarde de CO2-uitstoot wordt verminderd. Dus waarom niet dáár reduceren waar dat het goedkoopste kan?

De handel in CDM blijkt echter een grote klimaatzwendel. De praktijk van de afgelopen jaren heeft geleerd dat CDM niet of nauwelijks leidt tot CO2-vermindering. De credits worden vooral gebruikt om geld door te sluizen naar energieprojecten die toch al zouden worden uitgevoerd. Minder dan 10 procent van de CDM-projecten is gericht op energiebesparing.

Neem de Allain Duhanyan-waterkrachtcentrale in India. Deze centrale zal 75 miljoen dollar ontvangen voor het voorkomen van de CO2-uitstoot, terwijl het al vóór de bouw duidelijk was dat het een economisch zeer rendabel project betrof. De centrale was er dus ook zonder financiering via het CDM gekomen. Door de aankoop van CDM-credits betalen we voor een papieren CO2-uitstoot die in werkelijkheid niet plaatsvindt. Miljarden euro’s van consumenten en belastingbetalers in Europa komen op deze manier terecht bij projectontwikkelaars en een groeiend leger van handelaren in CDM-credits.

De Universiteit van Stanford (VS) schat dat eenderde tot tweederde van alle CDM-credits geen feitelijke emissiereducties vertegenwoordigen. Een studie van het Duitse Öko-instituut bevestigt dit beeld. Uit een onderzoek onder deelnemers aan het CDM blijkt dat 71 procent van de ondervraagden het eens is met de stelling dat veel CDM-projecten ook zonder het CDM zouden zijn uitgevoerd.

Meer dan de helft van alle CDM-projecten in de wereld komt uit het ‘arme’ China. Het gaat dan vooral om investeringen die sowieso zouden plaatsvinden. Zelfs nieuwe kolencentrales in China en India mogen CDM-credits verkopen, omdat ze energie-efficiënter zijn dan de bestaande centrales. Een voorbeeld hiervan is de Reliance Power Group in India. Dit bedrijf gaat een nieuwe kolencentrale bouwen van vierduizend megawatt die jaarlijks een hoeveelheid CO2-emissies gaat uitspugen die qua omvang vergelijkbaar is met die van de totale verkeerssector in Nederland.

Het belang van CDM voor de klimaatconferentie in Kopenhagen mag niet onderschat worden. De Europese Unie klopt zichzelf op de borst door te wijzen op haar bereidheid om in Kopenhagen af te spreken haar CO2-uitstoot met 30 procent te verminderen. Wat er niet bij wordt gezegd is dat de EU-lidstaten onderling hebben afgesproken dat tweederde hiervan met CDM-projecten in ontwikkelingslanden mag worden afgekocht. Europa zal door deze afkoop de uitstoot van broeikasgassen op eigen grondgebied met slechts 10 procent verminderen in 2020 ten opzichte van 1990. Volgens deze week gepresenteerde cijfers van het Milieu Agentschap van de Europese Commissie zitten de 27 EU-lidstaten nu al op dat niveau, en hoeven ze dat alleen nog zo te houden. Dankzij CDM zal de EU tot 2020 dus geen fundamentele transitie naar een koolstofarme economie inzetten.

Willen we klimaatverandering serieus aanpakken, dan is het belangrijk dat de Europese economie drastisch verandert door energiebesparing en het grootschalig opwekken van hernieuwbare energie in Europa zelf. Wat is de Europese belofte van 30 procent minder broeikasgassen straks in Kopenhagen waard als Europa deze grotendeels afkoopt met ‘nep-credits’ en weigert politiek moeilijke klimaatmaatregelen te nemen op eigen grondgebied?

Mirjam de Rijk is algemeen directeur van de Stichting Natuur en Milieu

Voor meer artikelen over de komende klimaattop: nrc.nl/kopenhagen