Weer twaalf nieuwe soorten bottenwormen gevonden in zee bij Californië

Er zijn veel meer soorten diepzeewormen die van botten leven (Osedax) dan tot nu toe werd aangenomen. Zeebiologen van het Californische Montery Bay Aquarium Research Institute hebben in de Montery Bay twaalf nieuwe soorten gevonden. Daarmee is het totaal op zeventien gekomen (bmc Biology, 10 november).

Hetzelfde team ontdekte in 2002 met behulp van een onbemand duikbootje de eerste twee soorten Osedax. Zij werden op 2981 meter diepte in gezonken walvisbeenderen op de bodem van Montery Bay aangetroffen (Science, 30 juli 2004).

De verschillende soorten Osedax komen voor op dieptes tussen 25 en 3000 meter. De diepzeewormen hebben geen ogen, mond of darmstelsel. Ze ‘eten’ via de huid met behulp van symbiotische Oceanospirillales bacteriën. In ruil voor zuurstof breken die bacteriën de complexe organische stoffen uit het botmateriaal af tot geschikt voedsel voor de worm, ze verzorgen daarmee de voorvertering voor hun gastheer.

De vrouwtjes zijn een paar centimeter lang, de mannetjes microscopisch klein. Zij blijven altijd larf en leven met vijftig tot honderd tegelijk in de eileider van een vrouwtje. De vrouwtjes hebben aan het ene uiteinde intrekbare tentakels met een soort pluim voor zuurstofopname. Aan het andere uiteinde zit een wortelstructuur waarmee ze het bot in groeien. Het zijn net boomwortels, de wormen gebruiken ze om voedingsstoffen op te nemen.

DNA analyse liet zien dat de nieuwe en oude soorten vijf gemeenschappelijke voorouders hebben. Het is echter lastig om te bepalen hoe oud de wormen precies zijn. Daarvoor moeten de onderzoekers mutatiesnelheden inschatten. Die zijn verschillend voor ongewervelden in diep en ondiep water en de Osedax komen in beide voor. De verschillen zijn groot: in het ene geval zijn de wormen 45 miljoen jaar oud en in het andere wel 130 miljoen jaar oud.

Een ander probleem is dat ongewervelden als de Osedax zacht weefsel hebben dat zelden fossiliseert. Maar de wormen laten wel karakteristieke boorpatronen achter in botten. Een analyse van oude walvisbotten moet nu meer duidelijkheid geven over de precieze leeftijd van de wormen.

Andere onderzoekers hebben in Antarctica, Japan en Zuid-Californië nog meer nieuwe soorten ontdekt. Er is geen kruising tussen de verschillende soorten bekend, zelfs al zitten twee soorten in hetzelfde walviskarkas op 1820 meter diepte. De verschillen tussen de soorten zijn daardoor erg groot. Alle nieuwe soorten worden binnenkort officieel benoemd en beschreven. Djoke Hendriks