'Vrouwenvoetbal is mijn roeping'

Marleen Molenaar werd als meisje de nieuwe Johan Cruijff genoemd. Nu is ze manager vrouwenvoetbal van AZ. DSB-bankier Dirk Scheringa kan door zijn faillissement de club niet langer sponsoren. ‘Wat er met hem gebeurt, dat gun je niemand.’

‘Mijn vader vertelde me vroeger voor het slapengaan vaak hoe hij als klein jongetje brood moest halen voor het hele gezin. Mijn oma gaf hem een gulden en dan liep hij van Oostzaan naar Westzaan, twee uur heen en terug. Op een dag kwam hij aan en toen bleek dat hij onderweg die gulden was verloren.”

Hier moest Marleen Molenaar altijd huilen.

„Hij liep trillend van angst naar huis, wat zou zijn moeder boos zijn. Ze waren al zo arm en ze konden die gulden niet missen en hij had ook geen brood bij zich, oh, oh, oh. Maar nu komt het.”

Hier moest Marleen Molenaar altijd lachen.

„Zijn moeder was helemaal niet boos. Ze zei: kom maar bij me zitten, daar kun jij toch niets aan doen, je bent nog maar een klein jongetje. Dikke tranen, want hij had ook zo’n pijn aan zijn voetje. Hé, wat loop je raar, trek je laarsje eens uit, laat me eens even kijken. En wat kwam daar tevoorschijn?”

Ze is even stil.

„Die gulden!”

Een sprookje.

„Sprookje?”

U geloofde hem?

„Natuurlijk geloofde ik hem. Dat verhaal is helemaal waar. Zo was dat in die tijd.”

Familie Molenaar, zoetwatervissers. Het zevende kind heette Klaas, het tiende Cees. Samen bouwden ze na de oorlog Wastora op – Wasmachines, Stofzuigers, Radio’s – en in 1972 namen ze de voetbalclub AZ over. Alkmaar Zaanstreek-combinatie.

Eerst: een paling van een gulden die in vijven werd gehakt, klanten betaalden per moot vijfentwintig cent. Later: vier gulden winst op een BICO-wasmachine van tweehonderd gulden. Wastora verkocht er anderhalf miljoen.

Marleen Molenaar (46) is de dochter van Cees Molenaar. Toen ze tien was, noemde Rinus Michels haar de nieuwe Cruijff. Ze speelde zes jaar in het Nederlands vrouwenelftal. Ze is de eerste manager vrouwenvoetbal van AZ. De vrouwen van AZ werden in 2008 en in 2009 landskampioen.

Het restaurant van Hotel Jan Tabak in Bussum – haar idee om daar af te spreken. Strak zwart bloesje, cowboylaarzen, mascara, geen lipstick. Ze komt binnen met in beide handen een telefoon. Ze neemt nog twee keer op en gaat dan zitten.

Waarom wilde u niet bij u thuis afspreken?

„Iedereen kan altijd bij me binnenvallen en ik ben ook gastvrij, maar...”

Niet voor journalisten.

„Nou ja, wat schieten we er mee op.”

U woont naast uw ouderlijk huis, zagen we in De Reünie.

„Ik kwam als kind vaak in het huis naast ons, ik vond het toen al leuk. Het is van hout, niet luxe, wel groot. Het gaat me niet om luxe, wel om warmte en sfeer.”

De Reünie is een televisieprogramma van de KRO: oud-klasgenoten die elkaar weer zien. Marleen Molenaar deed (met Linda de Mol) vwo op Het Nieuwe Lyceum in Hilversum. Ze werd geboren als Zaanse, groeide op als Gooise.

Een gelukkig gezin?

„Volkomen gelukkig, totdat mijn vader overleed, op 23 juli 1979. Hij was op 16 juni eenenvijftig geworden, ik op 16 mei zestien. Mijn ouders hadden een huwelijk zoals iedereen zou wensen. Ik bedoel, als ik mensen een tijd niet gezien heb, durf ik bijna niet te vragen hoe het met ze gaat. Negen van de tien keer zijn ze gescheiden.” Zelf is ze ook gescheiden.

„Mijn ouders waren gek op elkaar. Mijn moeder is tot de dood van mijn vader verliefd op hem gebleven.” Haar moeder leeft nog.

U was een vaderskind?

„Ik zou het zelf nooit zo omschrijven, maar mensen zeggen tegen me dat ik precies mijn vader ben, uiterlijk en innerlijk. Met mijn moeder ben ik ook close, maar tegen mijn vader keek ik echt op. En hij vond mij geweldig. Trots, dat ik zo goed was met de bal. Als hij op de bank ging zitten, zat ik er ook meteen, in dezelfde movement.”

Ze kende de opstelling van clubs als Schalke 04 uit haar hoofd. Schalke 04 is een voetbalclub uit de wijk Schalke in Gelsenkirchen, Duitsland. Ze kon meepraten. En haar moeder? Kon ook meepraten. Haar moeder was op haar zestiende in de familie Molenaar gekomen. Klaas en Cees waren toen zelf nog fanatieke voetballers.

Van voetballen houden was een manier om het uw vader naar de zin te maken?

„Wij werden echt niet geprest hoor. Het ging vanzelf. Mijn zus was meer van het kunstschaatsen en het toneelspelen, dat was geen enkel probleem. Alleen, ik was twee en toen schopte ik al tegen de bal. Met vier kon ik hem al behoorlijk hoog houden. Een voetbalvader is daar nou eenmaal trots op.”

Eenenvijftig is jong om dood te gaan.

„Het was verschrikkelijk. Mijn vader was stoer en sterk, hij wist alles, hij was goed in sport, Wastora, AZ, een fantastisch gezin, en opeens is hij ziek. En je weet het amper, want hij brengt het zo dat je er niet aan denkt dat hij ziek is.”

Leukemie, voor wie het niet wist. Cees Molenaar ging naar Houston in de Verenigde Staten om zich te laten behandelen. Zijn gezin ging mee. Klaas Molenaar en zijn vrouw gingen ook mee.

„Pas toen de dokter naar ons toe kwam en een hand op mijn knie en die van mijn moeder legde, begreep ik dat het fout zat. Iedereen gaf bloed voor mijn vader, mijn moeder, mijn zus, mijn oudste broer, en ik wilde ook bloed geven. Het mocht niet, omdat ik te jong was. ’s Ochtends had de dokter nog tegen me gezegd dat het toch voor één keer zou kunnen. Toen hoefde het dus niet meer.”

Klaas Molenaar werd in Houston aan de bloedvaten rond zijn hart geopereerd, ze bleken bijna dicht te zitten. Zijn broer had nog net voor hem kunnen regelen dat hij daar behandeld werd.

Op dat moment was het misschien nog erger geweest om haar moeder te verliezen, denkt Marleen Molenaar. Haar moeder was altijd thuis, haar vader was altijd aan het werk. Nu denkt ze vaak: was mijn vader er maar, wat had ik graag zijn raad gehad. Wel of niet in de zaak (ze werkte bij Wastora tot de kinderen kwamen), wel of niet naar het buitenland (ze voetbalde in de Verenigde Staten), wel of niet naar AZ – ze had blind zijn advies opgevolgd.

Hij zou ook trots zijn geweest op zijn AZ-dochter?

„Ik hoop dat ik het doe zoals hij het gedaan zou hebben.”

We hoorden dat u moest worden overgehaald om naar AZ te gaan.

„O ja? Ik zal zeggen hoe het gegaan is. Vera Pauw en de KNVB hebben eerst alle betaaldvoetbalclubs in Nederland gepolst of er interesse was voor vrouwenvoetbal, en AZ zei: we willen wel, maar we hebben nu al te weinig velden en wie moet dat gaan doen?”

Vera Pauw is bondscoach van het Nederlands vrouwenelftal. Marleen Molenaar en zij kennen elkaar van toen ze daar zelf voetbalden.„Vera zei dat ze wel iemand wist en ze noemde mijn naam. Ik kom daar voor een gesprek met Marcel Brands en Dirk Scheringa – ik had hen al vaak de hand geschud. Maar ik zei echt niet: ik ben de dochter van Cees en ik heb in het Nederlands elftal gespeeld.”

Marcel Brands is de technisch directeur van AZ.

„Marcel schijnt toen wel zes keer te hebben gevraagd of ik echt dezelfde Marleen Molenaar was als de Marleen Molenaar die hij kende. Hij kon zich niet voorstellen dat ik op zo’n hoog niveau had gespeeld.”

Vera Pauw zegt dat u meer kwaliteiten hebt dan u zichzelf toedicht.

„Ik hoor ook dat ik te vaak op de voorgrond ben. Mensen realiseren zich niet dat het ook door vroeger komt, door mijn vader en oom, mijn eigen voetbalverleden. Net nog, terwijl ik hier aankom, word ik gebeld door De Wereld Draait Door: of ik vanavond in de uitzending wil komen. Aan de ene kant zou ik wel willen, want vrouwenvoetbal verdient alle aandacht en het is mijn passie. Maar ik zeg toch: nou, nee, doe maar niet, ik moet zo mijn moeder van 78 naar Alkmaar brengen, want AZ speelt vanavond, en mijn zoon gaat ook mee. Als ik het echt zo graag zou willen, zei ik wel ja. Ik heb er ook over gedacht om jullie af te bellen. Ik dacht: moet het nou wel, weer een interview, net met al die toestanden. Maar Marcel Brands zei: doe het maar, want AZ gaat gewoon door.”

Met die toestanden bedoelt ze: Dirk Scheringa. Het is de week van het faillissement van zijn bank.

U kent Dirk Scheringa goed?

„Ja.” Ze aarzelt. „Normaal zou ik dieper op deze vraag ingaan, maar dat is nu lastig. Wat er met die man gebeurt, dat gun je niemand. Er is ook een andere kant van de medaille. In het Twente Stadion hangt een megaspandoek. Na de gebroeders Molenaar, nu ook Scheringa met zijn speeltje klaar? Onze naam is weer in alle kranten te lezen, maar niet altijd op een leuke manier. Ik wil graag zeggen dat de situatie toen heel anders was dan de situatie nu met Dirk Scheringa.”

De familie Molenaar trok zich uit AZ terug in 1986, AZ degradeerde in 1988 naar de Eerste Divisie. In 1981 – negen jaar nadat de Molenaars de club gekocht hadden en twee jaar na Cees Molenaars dood – was AZ landskampioen geweest.

Wat is er anders?

„We zagen in de jaren tachtig dat de bezoekersaantallen tegenvielen. Mijn vader had altijd al gezegd dat AZ de sponsors te weinig kon bieden, zoals media-opbrengsten, relatiemarketing, skyboxen. Het stadion De Alkmaarderhout werd te klein. Ze waren AZ gaan sponsoren uit liefde voor het voetbal en om de club van de ondergang te redden, maar op een gegeven moment moest er gekozen worden voor Wastora – er werkten vijfhonderd mensen. Het was niet te verantwoorden om bij Wastora te bezuinigen en bij AZ dure voetballers aan te kopen. Maar Wastora heeft AZ schuldenvrij achtergelaten.”

Wastora, in de jaren na de oorlog nog bijna een monopolist, had concurrentie gekregen. In 1992 werd het bedrijf verkocht. In 1993 brandde het hoofdkantoor van het oude Wastora in Zaandam af.

U bedoelt dat Wastora het netter heeft gedaan dan DSB?

„Nee, alleen dat het geen vergelijkbare situatie is.” Ze verandert van onderwerp. „Het is niet zo dat Wastora opeens stopte met de sponsoring en dat AZ toen in elkaar klapte. Misschien hadden mijn oom en mijn vader veel eerder moeten stoppen. Of misschien hadden ze veel langer moeten doorgaan, met een nieuw stadion en zo. Ik weet het niet.”

Ziet u overeenkomsten tussen de gebroeders Molenaar en Scheringa?

„Nou ja, in de zin van dat ze zich uit het niets omhoog hebben gewerkt wel, ja. Noord-Hollanders, het zakendoen, de liefde voor het voetbal, AZ – ja.

Dominante mannen die op alles en iedereen hun stempel drukten, dus ook op u?

„Nee hoor. We hoefden niet in de zaak te komen werken en ik hoefde niet te voetballen. Wat mijn vader leuk vond: dat ik rechter zouden worden. Meester Marleen Molenaar. Dat klonk zo leuk, zei hij. Hij heeft niet eens meegemaakt dat ik in het Nederlands elftal ging voetballen. Ik ben ook niet gefrustreerd geweest dat ik geen jongen was en zo, en dat ik dan meer kansen had gehad. Het was allemaal heel ongedwongen. Na mijn huwelijk in 1993 heb ik tien jaar niets met voetballen te maken gehad en nu weer wel. Nu zegt men dat ik in de sporen van mijn vader treed. Zelf ben ik daar niet mee bezig.”

Hoe gaat u om met tegenspraak?

„Heb ik natuurlijk liever niet. Als ik iets inbreng, is het altijd weloverwogen. Dat heb ik van mijn vader.”

Ambitieus?

„Ja, al vraag ik geen dingen waarvan ik weet dat ik ze niet kan vragen. Ik eis niet dat het vrouwenvoetbal net zo wordt neergezet als het eerste van AZ. We worden nu wat faciliteiten betreft gelijk gesteld aan Jong AZ. Dat begrijp ik. Wat niet wil zeggen dat ik alles direct accepteer. Toen er aan het begin van het seizoen een presentatiegids van alle spelers van AZ gemaakt werd, zei ik: waarom geen aparte gids voor de vrouwen? Zeiden ze: heeft Jong AZ ook niet. Zei ik: vrouwenvoetbal is nieuw, het heeft extra aandacht nodig, ook voor eventuele sponsors.”

En toen?

„Ik heb het laatst tegen Marcel gezegd en ik zag aan zijn gezicht dat hij toch een beetje dacht: ja, ja, ja.”

Bemoeit u zich met de opstelling?

„Nee, we hebben een uitstekende trainer en die bepaalt de opstelling. Ik praat er wel eens met hem over. Maar dan heb ik het meer over de ontwikkeling van bepaalde speelsters. Zeg ik: die en die zou meer tot haar recht komen als je haar daar en daar neerzet.”

Ze begint zelf over de groeibriljantjes die de vrouwen van de AZ-spelers kregen toen die in 1981 kampioen waren geworden. Als dat maar niet wéér in de krant komt. „Briljantjes van 129 gulden per stuk, in de aanbieding bij Wastora. Als Scheringa zoiets gedaan had, had iedereen gezegd: wat een knieperd.”

Maar toen werd het poenig gevonden.

Dan de bontjassen. „Het was koud toen, kouder dan nu, en heel veel mensen droegen bontjassen. Dat wordt er nooit bij verteld. Laatst had een journalist het weer geschreven: de Molenaars met hun groeibriljantjes en hun bontjassen. Ik heb hem er op aangesproken. Ja zeg, het moet een keer ophouden. Degenen over wie het gezegd wordt, kunnen zich niet meer verweren.”

Wat ze ook wil vertellen: hoe visionair de Molenaars waren. „Mijn opa zei al voordat er televisie was: ooit komt er een kastje waardoor we de hele wereld kunnen zien.”

Nou goed, dat is misschien wel een sprookje.

Maar: „Mijn vader en mijn oom waren de eersten met gratis koffie in de winkel. Heel Zaandam stond bij ons gezellig koffie te drinken. Niet ergens achteraf, nee, op de begane grond, op de duurste vierkante meters. Een crèche in de winkel, waren ze ook de eersten mee. Namen op de shirts van de spelers. Een elektronisch scorebord. Überhaupt sponsoring.”

Op zondag organiseerden de gebroeders Molenaar wel eens een bootdagje, namen ze alle spelers en hun vrouwen mee uit varen. „En dan stond daar echt niet de champagne met kaviaar klaar hoor. Kaviaar, dat lustten we niet eens.”

Als AZ in Utrecht moest spelen, kwamen de spelers langs het huis van haar ouders. Koffie, taartje. „Veertig jaar geleden. Voetbal, de zakelijke kant, dat was toen allemaal zo anders.”

Anderhalve week later komt ze weer precies op het afgesproken tijdstip bij Jan Tabak binnen. Ze pakt de autobiografie van Klaas Molenaar die op tafel ligt en strijkt met haar hand over het omslag: de twee broers in getekende portretten. „Wat een leuke man hè.” Ze bedoelt haar vader.

Achterin: een foto over twee pagina’s van haar oom op de golfcourse bij zijn huis. „Het was gewoon een weilandje”, zegt ze. „Maar dan beter gemaaid. Er werden golfdagjes georganiseerd voor de familie en voor de spelers.”

Ze vertelt hoe erg ze het vindt dat haar huwelijk is stukgelopen. Ze is van de oude stempel, zegt ze. Ze had haar kinderen graag het voorbeeld van haar ouders gegeven. Maar ook: hoe gelukkig ze is als ze met haar kinderen – het zijn er twee – op de bank naar Gooische Vrouwen ligt te kijken. Als ze ’s morgens nog even bij haar in bed komen.

Ze vertelt hoe ze zich voelde toen de AZ-vrouwen kampioen werden. „We werden in het supportershome gehuldigd alsof we wereldkampioen waren geworden. Ik wist niet of het publiek wist wie ik was, maar ik kreeg de microfoon in mijn handen en zei: ik ben net als jullie, een echte AZ-fan, als klein meisje heb ik aan de hand van mijn vader alle wedstrijden bezocht. Daarna kwamen er van die grote stoere kerels naar me toe: dat ze mijn vader nog gekend hadden. De tranen stonden in hun ogen.”

Gisteravond, vertelt ze, was ze bij het WK-kwalificatieduel Nederland-Macedonië, in Zwolle. Op de weg naar het stadion stonden files, op de tribunes zaten zesduizend blije mensen. „Jeetje, dacht ik, wat hebben we in korte tijd al veel neergezet.”

Dat vrouwenvoetbal helemaal geaccepteerd wordt en uitgroeit naar een volwaardige sport op internationaal niveau – dat is haar droom.

Dan dat verhaal van haar vader over de bakker en de gulden. „Ik had het er over met mijn moeder, ze zei dat mijn vader echt niet van Oostzaan helemaal naar Westzaan hoefde te lopen – het was veel korter. Ze vond dat hij het wel erg zielig had gemaakt.”