Veldslagen voor de jachtvrienden

Tentoonstelling Te paard! De wereld van Philips Wouwerman. Mauritshuis t/m 27 februari. Catalogus € 37,50.

Philips Wouwerman, de Haarlemse schilder aan wie het Mauritshuis een tentoonstelling wijdt, is het tegendeel van de tragische, door armoede, drankzucht en echtelijke ruzies geteisterde kunstenaar. Wouwerman kunnen we zonder meer geslaagd noemen: productief, succesvol en gefortuneerd. Hij bezat de voor kunstenaars zeldzame maar handige combinatie van vakmanschap en zakentalent. Wouwerman (1619-1668) had een niche in de kunstmarkt ontdekt. Hij ontwikkelde zich tot de meest vooraanstaande paardenschilder. Niet zo glad en saai als Engelsen dat later deden, maar het paard in vele rollen en houdingen. Als nobel rijpaard, als krijgsros, als afgedankt knol. Geduldig staan Wouwermans paarden bij de hoefsmid en gelaten sjokken ze weg over het rulle duinpad.

De markt voor dit type schilderijen lag goed in de meer gefortuneerde en adellijke kringen. Mensen voor wie de jacht de belangrijkste vrijetijdpassering is geweest. En die ook konden betalen voor de vele bijfiguren op Wouwermans doeken. Paarden moeten in die kringen een alledaags gespreksonderwerp zijn geweest, zoals auto’s in de huidige machowereld. Wat moest een tsaar met een bloemstilleven of een boerenkermis, nee voor je jachtvrienden kon je beter tien veldslagen ophangen.

Toch leefde Wouwerman niet bij paard alleen. Van Wouwerman zijn zo’n 600 schilderijen bekend en het Mauritshuis selecteerde er 33. Te zien valt hoe getalenteerd en veelzijdig deze man is geweest en hoe hij de invloeden van andere kunstenaars onderging. De boerenpersonages van de gebroeders Van Ostade, het Hollandse landschap met wolkenluchten van Ruysdael, de Italiaanse heuvels van Pieter van Laer. Wouwerman wist de specialismen van deze voorbeelden te integreren en soepel te verwerken in zijn eigen genre, het paard in zijn omgeving. Vakkundig en navoelbaar wist hij, onder vele hoeken, het paard weer te geven in uiteenlopende houdingen en met alle subtiliteiten van vacht en musculatuur.

Aanvankelijk zijn de composities vrij simpel, zoals een intiem groepje van een vrouw met twee kinderen in een Italiaans landschap. Maar langzamerhand werden zijn composities voller en beweeglijker. De keerzijde van die drukke en rijk bevolkte doeken is een gebrek aan focus. De voorstellingen lijden dan aan onoverzichtelijkheid, als is dat bij krijgsgewoel wel weer functioneel.

Het is bij Wouwerman altijd de moeite waard om naar de details te kijken. Hoe mooi kon hij met een warm en subtiel coloriet levendige groepje mensen aan de rand van de weg of bij een herberg schilderen. Het vaak gebruikte rood van ruitermantel of paardenzadel, het wit van de altijd in een soort maanlicht badende schimmel en het blauw van de hemel geven het werk onbedoeld nog een sterk Nederlands karakter.

De tentoonstelling toont Wouwermans in zijn veelzijdigheid in thematiek (winterlandschappen, zeegezichten, religieuze voorstellingen en enkele tekeningen ) met veel werk uit particuliere collecties. Het merkwaardigste schilderij stelt een ridder voor die de tijd, de dood en nog eens een monster verslaat, een wat verouderd thema dat Wouwerman nieuw leven heeft ingeblazen. Knap en ook wel afschrikwekkend. Het succes is hem met terugwerkende kracht gegund, maar je zou willen dat hij ook die andere genres vaker had beoefend.