Tranendrinken

In het altijd lezenswaardige Journal of the Kansas Entomological Society viel mijn oog op een artikel over bijen die mensentranen drinken. Het gaat om werksters van de soorten Lisotrigona cacciae, L. furva en Pariotrigona klossi. Dat zijn kleine, angelloze bijen. Hans Bänziger, kenner van tranen drinkende insecten, werd er door aangevallen in Thailand. Ze zigzagden voor zijn ogen, landden op het onderste ooglid, klauterden door de wimpers en hingen hun uitgeschoven slurfje in het gootje tussen ooglid en oogbal. Eenmaal zuigend van het eiwitrijke oogvocht was hun aanwezigheid nauwelijks merkbaar. Meerdere drinkers op een rij ervoer de onderzoeker als ‘onplezierig’ vanwege de sterke tranenstroom. Knipperen met de ogen deerde de bijen niet. Bänziger deed zijn observaties zelf, met behulp van een spiegeltje, tijdens 38 drinksessies van gemiddeld vijf uur. Petje af voor zijn volhardendheid.

Dat bijen mensentranen drinken was nog niet bekend. Van sommige vlinders wisten we het al, ook dankzij Bänziger. In 1989 had hij zijn eerste ervaring met de mot Chaeopsestis ludovicae. Minder prettig, want die soort haakt zich met zijn scherpe klauwtjes vast in het oog.