Scoren tegen Duitsland is nog geen energiebeleid

We tellen weer mee. Dat was onmiskenbaar de grondtoon in het overheersende enthousiasme in de Kamer voor de overname door staatsnetwerkbeheerder TenneT van 11.000 kilometer hoogspanningskabels plus 115 hoogspanningsstations in Duitsland. Die zit, Nederland-Duitsland 1-1.

Na de verkoop eerder dit jaar van energieproducent en -leverancier Essent aan het Duitse RWE (dat voorlopig niets wil weten van splitsen van handel en netwerk) slaan we terug. Merkel wil één netwerkbeheerder, maar zij is te laat. TenneT wordt de baas van een reusachtig net, van Sleeswijk-Holstein tot Tsjechië. Bovendien – psst – de prijs is lager dan wat het waard is, een koopje dat we ons niet kunnen laten ontglippen.

Zoals vaker bij dit soort nieuws dat het alledaags bevattingsvermogen te boven gaat, worden blije argumenten gebruikt die bij nader inzien niet zonder meer plausibel zijn, laat staan dat zij overtuigend worden uitgelegd. Minister Bos, de eerst verantwoordelijke bewindsman, belooft ‘maatschappelijke baten’ van 0,9 tot 1,5 miljard euro. Per jaar, tot het einde der tijden?

Die voordelen vloeien voort uit de verwachting dat stroom in Nederland goedkoper wordt. Nu is stroom hier duurder dan in Duitsland en de prijzen zullen wel naar elkaar toegroeien. Dat gebeurt nu al. Of je daarvoor eigenaar moet zijn van een van de vier Duitse hoogspanningsnetten is de vraag. Als geopolitiek en handel anders lopen, komt er niks van terecht.

Fluctuaties in stroomverbruik zijn door een groter net makkelijker op te vangen, stelt de minister. Maar de TenneT- en E.ON-netten worden niet zo maar communicerende vaten. Er is één grensovergang tussen deze twee netten, waar grote transformatoren het verschillend ‘klokgetal’ moeten opvangen. Onbeperkt heen en weer klotsen vergt veel nieuw geld.

Den Haag was waarschijnlijk ook zo tevreden met het nieuws, omdat het Nederlandse bedrijfsleven en banken een enorme veer moesten laten. Grote buitenlandse avonturen zijn er even niet meer bij. Alleen de oude industriële multinationals draaien nog mee in de top. En baggeren en slepen lukt nog steeds goed. Gaat de staat nu als Europese energie-VOC op pad?

Anders gezegd: moet Nederland buitenlandse marktkanalen bezitten om een goede prijs te garanderen? Toen de energiebedrijven werden gesplitst, was de gedachte dat de draadjes in publieke handen moesten blijven, daar kon je geen risico’s mee lopen. De levering van stroom en gas kon op de vrije markt worden afgehandeld.

Waarom is draadjes en buizen bezitten in Noordwest-Europa nu beter dan handelsbedrijven? Kennis exporteren naar Kennedy Airport, prachtig, maar als overheidsbedrijf Schiphol vliegvelden bezit in Australië, hoezo? Als de NS treinen kan exploiteren in Engeland, dan liever nog grotere inspanningen hier voor een naadloos en spoorboekloos openbaar vervoer.

Ook toen Essent en Nuon in de verkoop gingen was het argument voor massaconsumptie: hiephoi, de prijzen gaan omlaag. Terwijl de directie van Essent eind 2007 in een interne ‘strategienotitie 2008-2012’ schreef dat overname door een grote buitenlandse partij op termijn slecht zou zijn voor prijs, beschikbaarheid en duurzaamheid. In de pr-verhalen is sindsdien het tegendeel verteld om de verkoop van Essent en Nuon te rechtvaardigen. Gelderland zit nu met het luxeprobleem hoe de 4 miljard die het opleverde te besteden.

Nog steeds gaan de sleutelvragen over zekerheid van energieaanvoer, betaalbaarheid en duurzaamheid. Het is onduidelijk waarom de TenneT-overname die doelen dichterbij brengt. Voorlopig worden er (te veel) kolen- en gascentrales bijgebouwd in Nederland en zou de Duitse connectie wel eens handig kunnen zijn om het Nederlandse elektriciteitsoverschot uit te voeren. Maar daardoor wordt die niet-duurzame opwekking in Nederland verlengd, terwijl flexibele, decentrale productie duurzamer is.

Een ander punt waar in de meeste reacties (behalve die van de SP) overheen wordt gedanst, is de financiële kant. Bos geeft groen licht voor een buitenlandse investering door een staatsbedrijf van 4 miljard euro (1 miljard overnamesom plus 3 miljard, noodzakelijke renovatie van het E.ON-net). Dat kan de kredietwaardigheid van TenneT aantasten. Moody’s verlaagde Gasunie’s kredietwaardigheid na een dergelijke Duitse aankoop.

Als TenneT duurder moet lenen, kost dat de afnemer hier ook geld. Zijn de risico’s van verantwoordelijkheid voor dat langgerekte net, dat kennelijk groot onderhoud nodig heeft, voldoende doorgrond? De fusie- en overnameartiesten, die eindelijk weer eens wat te doen hebben, zullen de laatsten zijn om daar op te wijzen. Zij zullen ook niet zeggen dat het niet voor de hand ligt 300 miljoen euro eigen vermogen in Duitsland te investeren dat werd opgebouwd door de Nederlandse gebruiker.

Intussen zijn grote investeringen in eigen land nodig, ook in kabels om de Noordzee-windstroom aan land te brengen. Nu al heeft TenneT bij de Energiekamer verhoging van de tarieven gevraagd tot 70 procent. Weten de ministers van Financiën en Economische Zaken zeker dat de Duitse investeringen niet ten koste gaan van de binnenlandse? Om maar te zwijgen van versnipperde managementaandacht, waar al zo veel Nederlandse buitenlandse avonturen van de laatste tien jaar op stukliepen.

Kennis delen met een erkende ervaringsdeskundige op het gebied van windenergie is prachtig, maar moet je hem daarom kopen? Angela Merkel kan JPB misschien helpen met de eurocommissaris van zijn keus (CDA-politicus Yvonne van Rooy?) als hij haar helpt één Duits stroomnetwerk tot stand te brengen. Geen E.ON-avontuur zou een blessing in disguise kunnen zijn voor schatkist en duurzaamheid.

Wilt u reageren? Email de auteur (opklaringen@nrc.nl) of reageer op nrc.nl/opklaringen