Sanborn gilt over kookpunt

Jazz Gehoord: David Sanborn, 13/11 in WATT, Rotterdam.****

Als kind leed hij aan polio die hem problemen aan zijn longen bezorgde. De saxofoon bleek een goede therapie. Nu is David Sanborn 64 jaar. Een gepassioneerde geluid - ‘gehuil’ en gillend hoge noten - is nog altijd zijn handelsmerk. En hoe typisch is ook zijn embouchure: het mondstuk van de sax hangt rechts in de mond, een beetje scheef in de hoek. Hij heeft er een uit duizenden herkenbare sound door: een beetje schurend fel, met toonspetters in korte salvo’s, of zwierend in het middenregister.

Met zijn wat hitsig hoog door de ziel snijdende toon trof Sanborn gisteren ook in de Rotterdamse WATT snel doel. Ja, hij is de man van de solo in Young Americans van David Bowie. En ook bij James Taylor, de Stones of Stevie Wonder liet hij zijn instrument jaren professioneel gillen. Maar daarnaast zijn er ook genoeg jazzalbums die overtuigen dat hij niet alleen de man is van de gladde poplicks. Hij werkte op zijn sax, met de nodige bloed, zweet en tranen, alle muzikale mogelijkheden af, en kruipt met zijn fusion steeds meer richting de akoestische jazz.

Bij tourneeconcerten als die van gisteravond drijft Sanborn echter meer op zijn routine. Dat viel weer af te leiden aan het behagelijk swingende Full House – al jaren zijn opener. Of de manier waarop de onberispelijk geklede saxofonist de stukken afrondde: de vuist omhoog en naar beneden, punt.

In de nieuwe muziek afkomstig van Here & Gone, een ode aan saxofonist Hank Crawford – lang in dienst bij Ray Charles, schuilde wel een uitdaging. De blues en soul mengden prima met de jazz. Zo waren er momenten dat Sanborn ineens, gevoed door de sappige grooves van drummer Gene Lake en bassist Richard Patterson, tegen het kookpunt zat. Of er zelfs net overheen ging met schelle trillers. Zeker toen toetsenist Ricky Peterson lage, zompige synthesizertonen paarde aan het basgeluid: Sanborn blies er ineens hard en gemeen doorheen.

Wonderlijk was echter het einde, na ruim een uur spelen plus romige toegift. Ondanks aandringen van de band bleef Sanborn erbij.