Partij voor de Consument

Het politieke bedrijf is een duiventil. Keer op keer fladderen landsbestuurders naar de geld- en vastgoedbranche, terwijl omgekeerd financiële carrièremakers het in de politiek willen proberen. Vorige week nog verklapte ex-journaliste Wouke van Scherrenburg, de voormalige reclamemascotte van ING, dat D66 haar graag in de Tweede Kamer wilde hebben (al is dat haastig door D66-voorman Pechtold ontkend). Ook het SER-kroonlid Robin van Linschoten heeft liefde voor zowel de politiek als de geldbranche. Hij begon ooit als valutahandelaar bij de toenmalige Nederlandse Middenstandsbank (NMB), switchte naar de politiek, waar hij het bracht tot staatssecretaris van Sociale Zaken (tot zijn gedwongen ontslag in 1996). Recent eindigde zijn bestuursfunctie bij DSB Bank wegens het faillissement.

De geldwereld trekt ex-politici zoals stroop vliegen. Hans Wiegel, oud-minister, is al een tijdje het gezicht van Bouwhuis Vastgoed, dat beleggers een hoog rendement garandeert, maar niet valt onder het toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Willem Vermeend, ex-minister van Sociale Zaken, was tot voor kort commissaris bij de in opspraak zijnde tussenpersonenorganisatie Afab. Ex-minister-president Wim Kok zit al jaren in de Raad van Commissarissen van ING. Dan Ed Nijpels. Deze politieke duizendpoot, nu bestuursvoorzitter van pensioenreus ABP, was jarenlang commissaris bij DSB Bank. Dat maakte hem de collega van Gerrit Zalm. Deze switchte van ministerschap naar DSB Bank, en van DSB naar staatsbank ABN Amro.

Is dat erg, die vrijages tussen politiek en geldbranche? Ja, desastreus. Zowel politici als de geldwereld snakken naar vertrouwen. Maar de consument/burger baalt. Hij zit, op advies van zijn geldbedrijf, met een woekerpolis, een loodzware hypotheek én slechte beleggings- en pensioenproducten. Hij zoekt naar schuldigen voor die ramp. Als dan blijkt dat diverse (ex-)politici en de geld- en vastgoedwereld erg intiem zijn met elkaar, laadt de Tweede Kamer de verdenking op zich een gezellig lobbyclubje te zijn, dat te schappelijke toezichtregels en tandeloze gedragscodes goedkeurt voor hun financiële en vastgoedvrienden.

Ondertussen blijven geldbedrijven de consument ‘knollen voor citroenen verkopen’, constateerde bestuurder Theodor Kockelkoren van de AFM deze week. Daarom is het hoog tijd voor de oprichting van een politieke Partij voor de Consument (PvdC). Deze partij moet korte metten maken met te hebzuchtige geldbedrijven, waken over de integriteit van politici, en zorgen dat de markt er is voor de consument, in plaats van andersom.

Wie durft?

Iedereen mag een politieke partij oprichten. Dat vergt, naast geld voor de oprichting en de verkiezingscampagne, een eigen mening, doorzettingsvermogen en veel vrije tijd. Een partijnaam mag, inclusief spaties maximaal 35 karakters zijn. Daaraan voldoet de titel Partij voor de Consument (PvdC).

Officiële stukken

Een politieke partij is een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid. Dat vergt een notariële akte, registratie bij de Kamer van Koophandel en registratie bij de Kiesraad (www.kiesraad.nl). Dat laatste kost een waarborgsom van 450 euro. Dat bedrag krijgt u terug als u op de dag van de kandidaatstelling een geldige kandidatenlijst inlevert.

Campagne voeren

Campagne voeren vergt geld en tijd. Het geld komt bijvoorbeeld uit contributies van leden of uit giften van personen of consumentenorganisaties. Vermijd bij giften en sponsoring belangenverstrengeling.

Meer van Erica Verdegaal via nrc.nl/ nrcweekblad