Oostwaartse draai Turkije is niet eng maar juist slim

Een zelfbewust Turkije dat goede relaties heeft met ál zijn buren maakt meer kans geaccepteerd te worden door de EU, dan een geïsoleerd Turkije dat de problemen op zijn deurmat niet heeft weten op te lossen.

Senior adviseur bij het Istanbul Policy Center. Hij was tussen 1998 en 2009 lid van het Europees Parlement voor GroenLinks. Schreef samen met Europarlementariër Jan Marinus Wiersma (PvdA) onder meer ‘Na Mars komt Venus. Een Europees antwoord op Bush’ (2007) en ‘Sturen bij de moslimburen. Hoe Europa de democratie kan bevorderen’ (2007).

De laatste weken verschijnen steeds meer artikelen in de Amerikaanse en Nederlandse pers die suggereren dat Turkije bezig is afscheid te nemen van het Westen en zijn heil zoekt in het Oosten (NRC 27 oktober, NRC-website 2 november, The New York Times 28 oktober, website Foreign Affairs 26 oktober). Aanleiding voor deze sombere beschouwingen zijn de Turkse toenadering tot de buurlanden Irak en Syrië, de toenemende spanningen tussen Turkije en zijn oude strategische partner Israël en het recente, al te vriendschappelijke bezoek van de Turkse premier Erdogan aan Iran. Volgens kritische analisten zijn het allemaal voorbeelden van een islamisering van de Turkse buitenlandse politiek, veroorzaakt door teleurstelling over de bijna vastgelopen onderhandelingen met de Europese Unie en terug te voeren op het islamistische karakter van de regerende AKP.

Ik ben van mening dat deze analyse niet deugt en dat Turkije terecht probeert op meerdere borden te schaken zonder daarmee het ultieme doel van toetreding tot de EU in gevaar te brengen. Sterker, ik denk dat een zelfbewust Turkije met goede relaties met al zijn buren méér kans maakt geaccepteerd te worden door een sceptische EU dan een geïsoleerd Turkije dat de problemen op zijn deurmat niet heeft weten op te lossen.

Het werd tijd dat Turkije zijn politiek in de regio op de schop nam. Die stamde namelijk nog uit de Koude Oorlog. Turkije hoorde als NAVO-lid bij het Westen, de Turkse oostgrens met de Sovjet-Unie was deel van het IJzeren Gordijn en de meeste Arabische buren hadden meer affiniteit met Moskou dan met Washington. Gevolg was een Turkije dat tientallen jaren met zijn rug naar het Oosten opereerde. Het is inderdaad geen toeval dat het juist de AKP is, een conservatieve partij met wortels in de politieke islam, die eindelijk werk maakt van het herstellen van de banden met de moslimburen. Mij ontgaat echter wat daar zo inherent slecht aan is. In mijn ogen is het verstandig om historisch gegroeide meningsverschillen op te lossen in plaats van ze te cultiveren. Goede relaties met de buren is bovendien een harde eis van de EU aan alle kandidaat-lidstaten. Immers, als Turkije ooit lid wordt van de EU zijn Armenië, Iran, Irak en Syrië in een klap ook ónze buren.

Dat Turkije en Armenië besloten hebben diplomatieke betrekkingen aan te gaan en hun grens te openen, wordt gelukkig alleen door nationalistische hardliners in beide landen gezien als een ongewenste ontwikkeling. De nieuwe Turks-Iraakse banden zijn opzienbarend. Na jaren voorzichtig manoeuvreren heeft Ankara goede relaties opgebouwd met de centrale regering in Bagdad en, belangrijker, met het regionale Koerdische gezag in Noord-Irak. Dat laatste is van levensbelang in de strijd met de Koerdische terroristische beweging PKK die zijn toevlucht heeft gezocht in Noord-Irak. Middels binnenlandse hervormingen en goede contacten met de Iraakse Koerden probeert de regering-Erdogan de PKK te isoleren. Daar is niks islamistisch aan, dat is eindelijk doen wat Europa al zo lang gevraagd heeft: de Koerden in Turkije meer rechten geven en goede relaties opbouwen met de Koerden in Noord-Irak.

Met Syrië verkeerde Turkije tien jaar geleden nog op voet van oorlog. Recent bezocht een Turkse regeringsdelegatie de Syrische hoofdstuk Damascus, tekende tientallen samenwerkingsakkoorden en besloot tot het schrappen van de wederzijdse visumplicht. Zelf zou ik me ook nu nog niet erg prettig voelen in het gezelschap van de seculiere dictator Assad, maar ik begrijp goed dat Turkije zijn best doet de verhoudingen te normaliseren met het land waarmee men een grens van bijna duizend kilometer deelt. Is dat niet gewoon slimme diplomatie die niets te maken heeft met fundamentalistische scherpslijperij?

Met grote buur Iran zijn de relaties het ingewikkeldst. Ik deel de kritiek op de Iranpolitiek van de regering-Erdogan. Niet omdat die te islamistisch zou zijn, maar omdat Turkije naïviteit combineert met overmoed. Ankara zou kritischer moeten zijn op het liegen en bedreigen in Teheran als het gaat om het Iraanse nucleaire programma en zou realistischer moeten zijn met betrekking tot de eigen mogelijkheden om president Ahmadinejad op andere gedachten te brengen. Turkije trekt in zijn toenadering tot Iran vooral een te grote broek aan. Dat heeft meer met overdreven ambities te maken dan met een perfide Turks plan om samen met Iran het Westen te rug toe te keren.

Dat Turkije een paar weken geleden een gezamenlijke militaire oefening met de oude bondgenoot Israël afblies, wordt door de bezorgde analisten gezien als het ultieme bewijs dat Ankara de bakens aan het verzetten is. Zeker omdat dat affront volgt op een steeds luider wordend Turks protest tegen het Israëlische optreden in de Gazastrook en de niet-aflatende bouw van nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Wat Turkije echter doet, symbolische maatregelen nemen als reactie op Israëlische onwil te luisteren, is een manier van reageren die in grote delen van Europa op veel sympathie kan rekenen. Steeds minder Europeanen kunnen immers begrip opbrengen voor een Israëlische politiek die een oplossing van het centrale conflict in het Midden-Oosten steeds moeilijker maakt en voor hun eigen regeringsleiders die wel zeggen het daarmee oneens te zijn, maar niet bereid zijn daar consequenties aan te verbinden. Turkije doet dat wel. Men kan het daarmee oneens zijn, maar zeggen dat de reden voor die opstelling gelegen is in de geloofsovertuiging van Erdogan en zijn kabinet is te makkelijk.

De huidige Turkse leiders weten drommels goed dat Turkije goede nieuwe relaties met zijn buren kan opbouwen juist ómdat het onderhandelt met de EU over lidmaatschap. Breken met Europa zou de aantrekkingskracht van Turkije voor zijn buren in één klap drastisch reduceren. Ik ben ervan overtuigd dat het opbouwen van goede contacten in een regio waar de EU al jaren geen voet aan de grond krijgt, een bewuste strategie is om Turkije te promoten als onmisbare schakel in een toekomstige Europese Midden-Oostenstrategie. Dat is samenwerken in het Oosten om uiteindelijk door het Westen geaccepteerd te worden als volwaardig lid van de club. Dat is niet islamistisch, dat is slim.