Nieuwe vrijheid

Herdenken moet, want anders ben je je niet bewust van je verleden. Op je verjaardag herdenk je met je dierbaren het heuglijk feit dat je geboren bent. Heuglijk, ook zo’n woord waarmee je op het belang van de geschiedenis wordt gewezen. Ik ben het er volkomen mee eens. Zonder besef van het verleden is er geen continuïteit, geen overlevering en dus geen beschaving. Maar in het herdenken zit ook een automatisme verborgen. Waarom altijd die grote feesten en plechtigheden als de heuglijke gebeurtenis zich 10 of 100 jaar geleden heeft voltrokken, of algemener gezegd, als het jaartal op een nul eindigt? Omdat je nu eenmaal niet iedere dag of ieder jaar te hoop kunt lopen, cadeautjes kopen, vlag uitsteken of halfstok hangen, taartjes eten, redevoeringen afsteken. In een getal dat op nul eindigt zit een zekere efficiëncy verborgen.

Deze week hebben we massaal de val van de Berlijnse Muur herdacht. Terecht. Dat was ook een gebeurtenis van de hoogste dramatische orde. Maar een verrassing? Naar de vorm die de afbraak heeft gekregen: zeker. Het had niet mooier gekund. Maar aan de andere kant: je kon wel zien aankomen dat er zoiets zou gebeuren. In augustus 1989 gingen de vluchtelingen uit het Oostblok al met duizenden de Hongaarse grens over. In september was in Leipzig een demonstratie van 70.000 mensen die ‘Gorbi! Gorbi!’ riepen. Op 16 oktober waren het er 150.000 met dezelfde boodschap. Op 4 november waren het er in Berlijn bijna een miljoen. De sloop van de Muur was de voltooiing van een langgerekte verrassing.

Ook daaraan is weer een voorgeschiedenis verbonden. In het Sovjetblok heerste economische stagnatie en ook – wat misschien nog belangrijker is – een groot gebrek aan dingen die het leven opvrolijken, ‘luxe artikelen’ zoals we het noemen. Toen de Russische dichter Joseph Brodsky via Wenen naar Amerika emigreerde zag hij voor het eerst de etalages van het Westen. Ja, schreef hij, dat is wat ze ons hebben onthouden. Parfum, lekker ruikende zeep, sieraden, mooie kleren. Per slot van rekening allemaal franje, maar tegelijkertijd absoluut noodzakelijk voor het geluk.

Begin jaren tachtig heb ik veel door het Oostblok gereisd. Polen was het land dat het meest in beweging was. Door bemiddeling van een opstandige Pool die in Nederland woonde, Sacha Malko, kreeg ik een introductie bij de minister van Arbeid, Jacek Kurón, intellectueel van de eerste orde. Ik dacht dat ik hem met het laatst verschenen nummer van The New York Review of Books het grootste plezier zou doen. Ja, hij was er blij mee. Maar, zei hij, als u nog eens komt, wees dan zo goed en neem het laatste nummer van Playboy voor me mee. Vanzelfsprekend. Op weg naar het volgende bezoek is me dat door een Vopo afgenomen.

Michael Gorbatsjov voerde het beleid van glasnost en perestrojka in; openheid en hervorming. In de winter van 1990 maakte ik mijn laatste reis naar Moskou om te zien hoe het er na de negende november voorstond. Via Warschau, Vilnius, Riga en Tallinn. Altijd met de trein. Ik bleef een paar dagen in Riga. Stapte toen weer in de trein en raakte in gesprek met een medepassagier. Hebt u onze treinvideo al gezien, vroeg hij. Treinvideo? De perestrojka had ondernemers in staat gesteld tot het aankoppelen van een bioscooprijtuig; een restauratiewagen met twee grote beeldschermen. Het publiek zat aan tafeltjes, twee aan twee tegenover elkaar. Je overburen keken naar het scherm achter je.

Het voorprogramma was een tekenfilm waarin een Amerikaanse wolf een Amerikaans konijntje achterna zat. Toen de hoofdfilm. Tiroler gejodel, hoempamuziek en daar verschenen de hoofdrolspelers, stevige dames en heren in Oostenrijkse bergdorpkledij. Ze gingen tot actie over. Ik keek naar Grüsse aus den Lederhosen. En vooral naar de gezichten van de mensen die naar deze beroemde film keken. Allemaal te danken aan de val van de Muur.