Maar weinig tsunamichristenen volharden

De hulpverleners die vijf jaar geleden na de tsunami Thailand binnenstroomden brachten vaak hun christelijke geloof mee.

Elske Schouten

Toen de vloedgolf kwam, was Opas Wiwattanaporn aan het werk bij het Coco Palm Resort in het Thaise Phang Nga. Hij vertelt erover alsof het gisteren is gebeurd, in plaats van bijna vijf jaar geleden. Hoe hij zich eerst in veiligheid kon brengen door van dak naar dak te springen, maar toen dacht dat het veiliger was om te gaan zwemmen. Verkeerd gedacht, de stroming was veel te sterk. ,,Het voelde alsof je met je gezicht in de bubbels van een jacuzzi zit”, zegt hij. Zeker een minuut ging hij kopje onder, hij dacht dat hij zou verdrinken. Toen kwam hij boven. ,,Al mijn amuletten waren weg, behalve het kruis.” Een week eerder had hij toevallig dat crucifix gekocht.

Nu hoort Wiwattanaporn bij de nieuwe christenen in Phang Nga. De provincie ten noorden van vakantie-eiland Phuket was het zwaarst getroffen van Thailand: ruim 4.000 kustbewoners, hotelemployees en toeristen kwamen om. De bewoners zijn boeddhist of moslim. Maar veel hulpverleners kwamen van kerken, en die namen hun geloof mee.

,,Mensen worden christen omdat ze zien dat christelijke organisaties hen helpen en van hen houden”, zegt pastoor Wasan Sriwattananuphong, die vóór de tsunami al preekte in een van de weinige kerken van Phang Nga. Na de vloedgolf ging hij helpen aan de kust. Hij kreeg hulpgelden van buitenlandse kerken en bedrijven, en bouwde tachtig huizen voor families die hun woning waren kwijtgeraakt. Tussendoor leerde hij tsunamislachtoffers over Jezus.

Terwijl er vóór de tsunami drie kerken waren in Phang Nga, zijn dat er nu vijftien, zegt Sriwattananuphong. Waaronder die van hem in het dorp Ban Pruteaw: een eenvoudig gemeenschapscentrum gebouwd met geld van het Duitse bedrijf Siemens, waar lokale kinderen nu Engels én bijbelles krijgen. En dan is er de kerk van de katholieken, de baptisten, de methodisten, de presbyterianen, de pinkstergemeente, enzovoorts. ,,Iedereen wilde zijn eigen kerk.”

Maar de Heer riep niet alle Phang Nga-bewoners zo luid en duidelijk als Opas Wiwattanaporn. Sommige kerken werden beschuldigd van het chanteren van slachtoffers: eerst bekeren, dan pas hulp. Sriwattananuphong kent er ook zo een. ,,Ze bezorgen ons een slechte naam.”

Bovendien bleek het geloof van veel tsunamichristenen weinig volhardend. Op het hoogtepunt waren zo’n 800 Phang Nga-bewoners bekeerd, schat Sriwattananuphong. Maar toen zij vanuit vluchtelingenkampen terugkeerden naar hun dorp, keerden velen ook terug naar het boeddhisme. ,,Die mensen waren niet oprecht”, zegt hij. ,,Ze bekeerden zich alleen om méér hulp en spullen te krijgen.” Nu zijn er nog zo’n 200 over. Sriwattananuphong houdt zijn zondagsdiensten voor zeven mensen.

Supanee Settapanid van de protestantse Phang Nga Kerk heeft nog niet één tsunamislachtoffer kunnen bekeren. In het nieuwe christelijke koffiehuis A Cup of Joy, met een muurschildering van Jezus op het strand, legt ze uit dat ze in een islamitisch dorp werkt. En die wilden aanvankelijk niet eens dat de christenen kwamen helpen. Zelf was ze vroeger boeddhist, net als pastoor Sriwattananuphong.

Soms komen zendelingen om de nieuwe kerken te steunen. ,,Maar het is moeilijk voor ze, want zij willen echt zien dat mensen christen worden”, zegt Settapanid. Zelf vindt ze het ook lastig om in een moslimdorp te werken. ,,Het is wat God ons vraagt om te doen. Maar het is echt niet leuk als mensen zeggen: we willen jullie cement niet.” Toch denkt ze niet dat het voor niets is. ,,Er is een zaadje geplant.” Misschien onthouden de kinderen dat er een tsunami was, en dat christenen kwamen helpen. Settanapanid: ,,Wie weet worden ze ooit nog christenen.”