Lévi-Strauss was juist bij uitstek empirisch ingesteld

Antropoloog en filosoof Ton Lemaire meent dat de vorige week overleden Claude Lévi-Strauss voor Nederlanders te veel een Franse rationalist zou zijn geweest: „Nederlanders zijn toch meer empirisch ingesteld” (NRC Handelsblad, 4 november). Maar Lévi-Strauss was bij uitstek empirisch ingesteld. Op de vraag welke boodschap hij had voor jonge antropologen antwoordde hij in 1972 aan Leidse studenten (met zeer Franse tongval): „Fieldwork, fieldwork, fieldwork.” Hij kwam (graag) naar Leiden, o.a. omdat zijn proefschrift over verwantschapssystemen (1948) in 1952 ‘herkend’ werd door de Leidse hoogleraar J.P.B. de Josselin de Jong, die aantoonde hoezeer de benadering van Lévi-Strauss en die van de Nederlandse structuralisten overeenkwamen. Die benaderingen hadden overigens dezelfde wortels (de Franse Année Sociologique, Durkheim, Mauss). De ‘Leidse richting’ werd ontwikkeld door Nederlandse indologen, vanaf de jaren 1920-30, en vierde tot twintig jaar geleden in Leiden en elders hoogtij. De structuralistische ‘Leiden-Parijs-connectie’ heeft bijna veertig jaar bestaan, dus meer dan ‘een tijdje’ zoals Lemaire beweert, namelijk drie generaties antropologen: die van J.P.B. de Josselin de Jong, die van P.E. de Josselin de Jong e.a., en van hun leerlingen, van wie sommigen nu hoogleraar zijn. Lévi-Strauss heeft aan het Nederlandse structuralisme een grote impuls gegeven, waardoor het een internationale reputatie verwierf, en promovendi uit drie continenten aantrok.

Dr. Sj. Zanen

Wageningen, Leids antropoloog