Lagere recidive Utrechtse allochtoon

Jonge veelplegers van Nederlandse komaf plegen gemiddeld meer delicten dan jonge veelplegers met Marokkaanse ouders. Dat blijkt uit onderzoek naar een groep veelplegers in de stad Utrecht.

Wel komt meer dan de helft van de veelplegers uit de Nederlands-Marokkaanse groep. Een kwart van de veelplegers in Utrecht is van Nederlandse komaf.

Autochtone veelplegers werden per persoon gemiddeld met 16,5 delicten in verband gebracht en de Marokkaanse Nederlanders met gemiddeld 11. Volgens de onderzoekers van de Universiteit Utrecht blijven autochtone veelplegers langer crimineel actief dan de Marokkaanse Nederlanders.

Volgens Ido Weijers, hoogleraar Jeugdrechtspleging aan de Universiteit Utrecht, is de oorzaak van de hogere recidive onder Nederlandse veelplegers meestal dat zij ook criminele familieleden hebben. De allochtone veelplegers uit Utrecht komen relatief vaak uit probleemgezinnen (schulden, echtscheiding, arbeidsongeschiktheid), maar de andere gezinsleden zijn vrijwel nooit crimineel.

De resultaten van het onderzoek, dat Weijers deed in opdracht van het Openbaar Ministerie, worden in december gepresenteerd. Hiervoor werden de daden van 81 minderjarige veelplegers geanalyseerd. De daders werden willekeurig gekozen van lijsten veelplegers die politie en het OM in Utrecht elke drie maanden opstellen.

Wat betreft de verhouding tussen Marokkaans-Nederlandse en autochtone veelplegers is de steekproef in Utrecht volgens Weijers representatief voor de grote steden. Utrecht wijkt wel af doordat er geen Antilliaanse gemeenschap is. Dat laatste betekent volgens hem dat de resultaten niet één op één kunnen worden vertaald naar bijvoorbeeld Rotterdam.

NRC Weekblad: veiligheid