Kritiek aanpak van OM in zaak Plasman

De Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten (NVSA) heeft grote kritiek op de wijze waarop het Openbaar Ministerie inzage heeft gekregen in de bankafschriften van het advocatenkantoor van Peter Plasman. NVSA-voorzitter Annelies Röttgering stelt dat het Openbaar Ministerie (OM) het recht op vertrouwelijk contact tussen Plasman en zijn cliënten „op grove wijze” heeft geschonden.

Vorige week bleek dat justitie in het onderzoek naar liquidaties in de Amsterdamse onderwereld heimelijk inzage heeft gevraagd in de bankafschriften van het kantoor van Plasman. De Amsterdamse strafpleiter is de advocaat van Fred R., alias de moordmakelaar, die onder andere wordt verdacht van de moord op kroegbaas Thomas van der Bijl. Via de bankafschriften hoopte het OM meer informatie te krijgen over de vraag wie de opdrachtgevers zijn geweest van Fred R.

Röttgering: „Dit is een schending van het verschoningsrecht. Dat blijkt uit alle relevante jurisprudentie van de Hoge Raad.” Het gaat volgens Plasman om vertrouwelijke gegevens. „Niet alleen van Fred R., maar van alle cliënten van mij en mijn kantoorgenoten. Het OM had deze gegevens niet mogen opvragen zonder mijn toestemming.” Plasman krijgt bijval van zijn beroepsgenoten.

Röttgering ziet een verband tussen het optreden van het OM in de zaak Plasman en de aanhoudende discussie over het vernietigen van afgeluisterde telefoongesprekken tussen advocaten en hun cliënten. Er loopt al tien jaar een discussie met het OM over het vernietigen van deze zogeheten geheimhoudersgesprekken. „En telkens blijkt dat het OM zich kennelijk niet aan de regels kan houden die het zelf heeft opgesteld”, zegt Röttgering. „Dat is zorgelijk.”

Bovendien vindt ze dat het OM het verschoningsrecht van advocaten vaak te beperkt interpreteert. „Je ziet dat het OM steeds verder opschuift als het gaat om het verschoningsrecht van advocaten”, aldus Röttgering. „Bij Plasman zijn stukken opgevraagd op basis van een onjuiste interpretatie van het verschoningsrecht. Dat baart mij grote zorgen.”

Onlangs moest het ministerie van Binnenlandse Zaken na vragen van NRC Handelsblad erkennen dat geheimhoudersgesprekken niet meteen kunnen worden vernietigd, zoals de wet voorschrijft.

Harm Brouwer, de baas van het Openbaar Ministerie, meldde deze week in reactie op een brief van advocaat Jan Boone dat het vernietigen van geheimhoudersgesprekken afdoende werkt. „De gesprekken zijn niet meer raadpleegbaar” voor justitie en politie, stelt Brouwer. Volgens Boone begint het OM daar te schuiven. „De wet is helder: er moet vernietigd worden.”