Iedereen doet het, maar in 't geniep

Op zestig gebruikte matrassen speelt Dood Paard het toneelstuk Reigen van Schnitzler. Het gaat over seks, maar ook over burgerlijkheid en de dubbele seksuele moraal.

„Sommige zijn best ranzig”, zegt acteur Kuno Bakker, wankelend over een stapel van zestig oude matrassen. „We hadden eerst nieuwe matrassen, maar die waren saai egaal blauw. Deze oude hebben leuke bloemetjesmotieven, of ze zijn knalroze.”

Toneelcollectief Dood Paard speelt Reigen van Arthur Schnitzler op een podium van matrassen, met als achterdoek wat oude vitrages. Dit opmerkelijke schandaalstuk uit de Weense fin de siècle, geschreven in de winter van 1896, bestaat uit tien scènes waarin tien mensen in estafettevorm kortstondig de liefde bedrijven: de hoer doet het met de soldaat, die het vervolgens met het kamermeisje doet, die het vervolgens met de jongeheer doet, die het vervolgens met een jongedame doet, die het vervolgens met haar echtgenoot doet, die het vervolgens met een lief kind doet, die het vervolgens met een dichter doet, die het vervolgens met een actrice doet, die het vervolgens met een generaal doet, die het vervolgens niet doet met de hoer uit de eerste scène.

Dood Paard noemt deze versie Reigen ad lib, maar het had ook Reigen ad infinitum, of Reigen ad fundum kunnen heten. Actrice Manja Topper: „Het gaat maar over één ding, maar juist de weg ernaartoe is steeds anders, waardoor er toch veel variatie in het stuk zit.”

De spelers staan half in ondergoed, half in bonte verkleedkistkleding. Afgezien van een vluchtig strookje vrouwentepel zijn er geen onbedekte geslachtsdelen te zien. De half ontblote staat der spelers werkt vooral ontluisterend, niet lustopwekkend. Kuno Bakker – kaal met baard en buik – is bijvoorbeeld bloot onder een rode doorkijkjurk. Die ontluistering past goed bij het stuk. Schnitzler ontluistert niet alleen het liefdesspel – dat hier als een kille seksmachine wordt neergezet – maar ook de dubbele seksuele moraal. Iedereen doet het, maar wel in het geniep.

Manja Topper: „Het gaat alleen maar over lust. Maar juist daardoor kun je er van alles op projecteren. Schnitzler laat zijn estafette bijvoorbeeld door alle lagen van de bevolking gaan: van hoer en soldaat naar de burgerij, en naar de schone kunsten. Zo geeft hij inherent ook maatschappijkritiek.”

Dit is na Elfriede Jelinek (Prinsessendrama’s) en Thomas Bernhard (Ritter, Dene Voss) de derde Oostenrijkse schrijver op rij die Dood Paard speelt. Topper: „Dat is min of meer toeval, maar nu het zo is, valt er wel een lijn in te zien. Ze werden alle drie geconfronteerd met een verstikkend bekrompen burgerlijke samenleving. Ik herken wel parallellen met ons land, dat onder deze christelijke regering ook steeds meer die kant op gaat, als reactie op de meer hedonistische decennia die achter ons liggen: ‘Fatsoen, moet je doen’.”

Bakker: „Natuurlijk zijn wij zelf ook niet vrij van die moraal. Als je de getrouwde man in dit stuk ziet, die overspel scherp veroordeelt maar het ondertussen met een minderjarig meisje doet, dan denken wij ook: wat een lul!”

„Niet zozeer omdat hij het met een jong meisje doet”, zegt acteur Gillis Biesheuvel, „maar vooral door die dubbele moraal. Die overigens in ons allemaal zit. We zijn tegen overspel, maar ondertussen. We houden onszelf voor de gek.”

Dood Paard zorgt dat het publiek er voortdurend van doordrongen is naar toneel te kijken. De acteurs spelen een rol, maar spelen ook acteurs die een rol spelen. De groep heeft, ook ter vervreemding, een eigen stijl van gestileerde lelijkheid. De spelers laten duidelijk merken dat ze niets menen van wat ze zeggen. De pose en de leugenachtigheid van de personages wordt er zo stevig ingepeperd. Manja Topper speelt op schelle toon, met hoge sneren. Door en door cynisch. Twee gastspelers, Vincent Rietveld van De Warme Winkel en ingénue Thirsa van Til zijn minder ingevoerd in deze stijl, en zeggen dus vaak dingen die je gewoon gelooft, of die soms ontroerend zijn.

Bakker: „Aardig is dat Schnitzler de aanloop en de afwikkeling van de vluchtige ontmoetingen beschrijft, maar niet de daad zelf. Wanneer het zover is, geeft hij dat aan met een rijtje bloemetjes. Althans, in de uitgave die wij lazen. Het kan ook een rij asterisken zijn.”

In de voorstelling wordt de daad verbeeld door videoprojecties op de vitrages die Marco Brambilla maakte voor de verzameling korte films Destricted (2006). Begeleid door een snelle jazzdrumsolo zie je op stroboscoopsnelheid een montage van clichéshots uit pornofilms.

Manja Topper: „Het gaat ook gewoon over de liefde. Je kunt zeggen: wat hebben al die liefdesuitingen te betekenen als ze na de daad meteen het raam uitgaan? Maar ze hebben in ieder geval voor dat moment geldigheid. Op dat moment geloven ze erin.”

Première vanavond in Frascati, Amsterdam. Aldaar t/m 17 nov. Aansluitend tournee langs Leiden, Alkmaar, etc. Inl: 020-4214990 of www.doodpaard.nl.