Hoger onderwijs mag eigen kwaliteit bewaken

Minister Plasterk wil het accreditatiestelsel voor universiteiten en hbo’s vereenvoudigen. Of dat minder bureaucratie oplevert, is onduidelijk.

Universiteiten en hogescholen mogen straks een deel van de kwaliteitscontrole op hun eigen opleidingen verzorgen. Daarmee hoopt minister Plasterk (Onderwijs, PvdA) de bureaucratische druk op deze instellingen te verlagen. Hij stuurde donderdag een wetsvoorstel ter vereenvoudiging van het huidige accreditatiestelsel naar de Tweede Kamer.

Instellingen voor hoger onderwijs moeten uitgebreid rapporteren aan externe instanties om in aanmerking te komen voor de accreditatie van nieuwe en bestaande opleidingen. Zonder toestemming van de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) mag een opleiding niet worden aangeboden. Het papierwerk waarmee deze visitaties gepaard gaan, vergt echter veel tijd van docenten. Daarom stelt minister Plasterk voor het regime te verlichten door bepaalde elementen van de kwaliteitszorg op instellingsniveau te laten plaatsvinden.

Universiteiten en hbo’s kunnen straks, vrijwillig, die interne kwaliteitsbewaking laten beoordelen door de NVAO. Als de kwaliteitszorg voldoende bevonden is, zullen nieuwe en bestaande opleidingen een korter accreditatieproces doorlopen. Daarbij zal het meer gaan over vakinhoudelijke zaken en minder over structurele kwesties als personeelsbeleid en studiebegeleiding, die meestal op instellingsniveau geregeld worden. „Het is niet de bedoeling dat er lijstjes worden afgevinkt,” schrijft Plasterk aan de Tweede Kamer, „maar er is ruimte voor het timmermansoog.”

Het wetsvoorstel is tot stand gekomen na uitgebreide consultatie van universiteiten en hbo’s. De reacties van beide partijen op het wetsvoorstel verschillen echter. De HBO-Raad, het samenwerkingsverband van Nederlandse hbo’s, is blij met het wetsvoorstel, zegt een woordvoerder. „De minister heeft goed geluisterd naar mensen uit de praktijk. Op een aantal hbo’s hebben proefprojecten gedraaid en de bevindingen daar hebben geleid tot aanpassingen van het beleid.”

De Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU) is gematigder in haar lof. „De VSNU is voorstander van instellingsaccreditatie,” zegt een woordvoerder, „maar we zijn bezorgd over de administratieve lastendruk die het nieuwe systeem met zich mee zal brengen. Er komt een extra toetsing op instellingsniveau bij, maar op basis van de uitgevoerde proefprojecten is de beoogde lastenvermindering op opleidingsniveau allerminst gegarandeerd.” Dat zou betekenen dat de bureaucratie eerder toe- dan afneemt.

De VSNU ziet daarom meer in kwaliteitstoetsing zoals die nu in Vlaanderen wordt opgezet, aldus de woordvoerder. Daar verdwijnt de koppeling tussen de toets op instellings- en opleidingsniveau. Alle opleidingen worden sowieso volgens het lichtere accreditatieregime gecontroleerd. „Dat biedt wat betreft de lastenvermindering meer soelaas.”