'Het leiderschap van Oranje is geen thema'

Na een afwezigheid van vier interlands door een voetblessure keert Mark van Bommel vanavond tegen Italië terug in Oranje. „De ploeg oogt stabiel.”

Het tragische nieuws van de zelfdoding van de Duitse doelman Robert Enke schokte deze week ook het Nederlands elftal. Eljero Elia (HSV) maakte afgelopen weekeinde het laatste doelpunt tegen de voormalige sluitpost van Hannover 96. En Mark van Bommel heeft hem als collega-aanvoerder een paar keer de hand geschud voor de toss en de aftrap. Bondscoach Bert van Marwijk besloot dinsdagavond na het diner alle spelers op de hoogte te stellen van de daad van international Enke.

In de aanloop naar de oefeninterland tegen regerend wereldkampioen Italië, vanavond in Pescara, probeerde Van Bommel naar een verklaring te zoeken. Hij kende Enke als een „goede prof, zonder gekke dingen”, maar voegt eraan toe dat je nooit weet wat er precies om gaat in een topvoetballer. „Dat heeft vaak te maken met het gegeven dat je enorm in de belangstelling staat. Als een amateur zondagmorgen in zijn eigen doel schiet, wordt hij daar later door zijn teamgenoten op aangesproken. In de kantine is iedereen het bij een biertje alweer vergeten. Over ons falen of gedrag wordt veel langer gesproken. Je krijgt heel snel een stempel opgedrukt.”

Theo Zwanziger, voorzitter van de Duitse voetbalbond DFB, heeft een onderzoek aangekondigd naar de geestelijke gesteldheid van topvoetballers die onder druk staan en, zoals Enke, depressief kunnen worden. Van Bommel vervolgt: „Ik heb ook wel eens momenten dat ik liever niet besta. Bijvoorbeeld als ik weer eens een domme rode kaart heb opgelopen. Dan sluit ik me soms een paar dagen voor alles af. De een kan dat beter verwerken dan de ander. Het hoort bij de topsport om hiermee om te gaan. Als ik er zelf niet meer uit zou komen, ga ik hulp zoeken.”

De situatie van Bayern München, de werkgever van Van Bommel en trainer Louis van Gaal, is niet zodanig dat geestelijke bijstand moet worden ingeroepen, maar vrolijk kunnen de betrokkenen er niet van worden. Der Rekordmeister staat achtste in de Bundesliga op zes punten van koploper Bayer Leverkusen. In de Champions League is de situatie nogal uitzichtloos. „Er zit vooruitgang in ons spel”, vindt Van Bommel niettemin. „We domineren elke wedstrijd, we zijn veel in balbezit, al is het vaak op eigen helft, maar we scoren heel moeizaam. Het hoge niveau van de trainingen bij het Nederlands elftal zie ik nog niet bij Bayern. Het heeft ook te maken met de afwezigheid van verschillende goede spelers door blessures. Al mag dat geen excuus zijn. Ploegen stellen zich op ons in, gaan ineens heel verdedigend spelen. Daar moeten we beter mee omgaan.”

Zijn ploeggenoot Luca Toni heeft intussen zijn excuses aangeboden voor zijn overhaaste vertrek na de eerste helft van het thuisduel met Schalke 04. Zonder Louis van Gaal te noemen, sprak de aanvaller op zijn website over „vier maanden vol ontberingen en misverstanden met de huidige trainer”. Daarmee verklaarde de 32-jarige aanvaller ten dele zijn vlucht uit het stadion nadat hij door Van Gaal in de rust was gewisseld. Toni verder op zijn site: „In mijn loopbaan heb ik me nooit eerder zo impulsief en verkeerd gedragen.”

Van Bommel benadrukt dat Van Gaal de woorden van manager Uli Hoeness serieus moet nemen. Hij verklaarde afgelopen weekeinde dat de Amsterdamse oefenmeester zich tot de Kerst geen zorgen hoeft te maken, maar dat er in de winterstop wel een serieuze evaluatie zal plaatshebben. Zou Van Gaal dan de laan uitgestuurd kunnen worden als de prestaties niet verbeteren? Van Bommel sluit dat niet uit. „Als Bayern gelijkspeelt is het een catastrofe, als we verliezen vergaat de wereld bijna en als we winnen vindt iedereen het een normale zaak. Kortom, alles wordt gemeten naar het resultaat. Een trainer krijgt geen tijd iets op te bouwen. De volgende competitiewedstrijd tegen Bayer Leverkusen moeten we winnen.”

Dat laatste is voor het Nederlands elftal in de oefencampagne voor het wereldkampioenschap in Zuid-Afrika van minder belang. De ontmoeting met wereldkampioen Italië kan niettemin een aardige test opleveren na een serie van voornamelijk kwalitatief zwakkere opponenten. Van Bommel bekeek de laatste vier interlands door zijn voetblessure vanaf de zijlijn en geeft hoog op over de staat van Oranje. „De ploeg oogt stabiel. We krijgen weinig doelpunten tegen, het passen en trappen zit er goed in. Daardoor kunnen we ook aanvallend hogeschoolvoetbal laten zien. Er lopen voorin vier aanvallend ingestelde spelers die een wedstrijd kunnen beslissen. De zeven anderen moeten beseffen dat zij zich in dienst stellen van dit kwartet. Daarbij zijn de woorden die Guus Hiddink eens tegen mij zei, van belang: probeer als voetballer nooit door de ondergrens te zakken. Dan behoud je altijd je waarde voor het elftal.”

Maar waar staat Oranje nu in het internationale spectrum? Is de derde plek op de FIFA-ranglijst reëel? „Alleen Spanje en Brazilië staan boven ons. Wij zijn de beste van de rest. Wij hebben al jaren geen prijzen meer gewonnen. Spanje is Europees kampioen, Brazilië won de Confederations Cup. We moeten natuurlijk niet denken dat we er al zijn. Een aantal jongens is internationale top, maar kan nog meer laten zien.”

Als de namen van Clarence Seedorf en Edwin van der Sar vallen, lijkt van Bommel niet afwijzend te staan tegenover een terugkeer van beiden. Over Van der Sar: „Ik hoop dat Edwin nog een jaar doorgaat. Hij is de beste keeper van de wereld.” En over Seedorf: „Clarence wil ook wereldkampioen worden. Hij is nog steeds een van de betere spelers van Nederland. Moeilijk.”

En dan is er nog zijn eigen rol die hij ondanks zijn persoonlijkheid niet te dominant wil maken. Hij zou de nieuwe aanvoerder kunnen worden als Feyenoordspeler Giovanni van Bronckhorst onverhoopt het WK niet haalt. Maar: „Ik zie mezelf niet als leider van Oranje. Het leiderschap is geen thema bij ons.”