DEBAT VAN DE WEEK

Duitsers: geen humor? Nederlanders: zuinig? Goethe instituut, Rotterdam. Door Goethe instituut en Arminius. Dinsdag 10 november.

De Nederlander bestaat wel

Nederland is wereldkampioen klachten over de gezondheidszorg. Dat bleek uit zo’n vol staatje in een powerpointpresentatie waar ik wel wat langer bij had willen stilstaan dan de halve minuut die de spreker er voor had gereserveerd. Nederland boven en daar alle andere landen onder.

En inderdaad, veel kan beter in de zorg, met wachtlijsten, schaarse, duur betaalde artsen, papierwerk, reorganisaties. Maar in veel andere landen zijn er meer redenen tot klagen. Roemenië, Bulgarije? De powerpointer, Huib Wursten van het bedrijf ITIM International, specialist in cultuurverschillen, had een betere verklaring voor de malheur: de Nederlander is feminien en dat betekent dat hij graag klaagt. Een feminiene cultuur heeft zelfkritiek en dat is ook voordelig. Later voegde hij er nog de eigenschap aan toe dat Nederlanders hun collectief gemaakte afspraken graag onderweg verbeteren. Dat lijkt me ook een mooie verklaring voor de gecompliceerde zorgstelsels die voortdurend op de schop gaan.

Duitsland, het land waarmee in dit debat werd vergeleken, klaagt minder en is dus masculiener. Duitsers zijn ook competitiever. Maar hoewel dit debat in het Goethe-instituut was georganiseerd, keek Wursten verder dan Duitsland alleen. Toen hij eenmaal zijn koffertje had uitgepakt, was hij niet meer te stuiten. In gedachten vloog hij over de hele wereld. Hij werkt met een gedurende veertig jaar beproefd klasseringssysteem dat is ontwikkeld door de buiten de Nederlandse grenzen beroemde Geert Hofstede, nog steeds zestiende op de lijst van belangrijkste denkers over het zakenleven van The Wall Street Journal. Hij onderzocht 17.000 werknemers van de internationale automatiseringsgigant IBM en vergeleek alle rangen met elkaar, manager met manager, werknemer per werknemer en kwam op grote onderlinge culturele verschillen. Naast feminien/masculien is er gescoord op machtsafstand, individualisme, gerichtheid op de lange termijn en vermijding van onzekerheid. Voor een internationaal bedrijf is dat belangrijk, want de verschillen verklaren waarom de directieven uit het hoofdkantoor in eigen land werken, maar in het buitenland vaak niet. Een Duitse manager zegt nooit „kijk er eens naar”, of „wat vind je er zelf van?”, maar hier kan dat. Met andere woorden: dé Nederlander bestaat niet maar de

Néderlander wel.

Daar had Wurstens tegenspeler, Monica Flacke, niet van terug. Zij is conservator van het Duits Historisch Museum in Berlijn en zij schreef een mooi boek over stichtingsmythes van Europese landen: Mythen der Nationen. Duitsland heeft Luther die de katholieke kerk de rug toekeerde en de Bijbel in het Duits vertaalde. Flacke weet alles van het beleg en het ontzet van Leiden, de haring en het witte brood. En alle bezette Europese landen hebben zich in de oorlog kranig verzet tegen de Duitsers. Niet dus. In haar visie is nationale identiteit een constructie op grond van verhalen. Maar de scorelijsten van Wursten tonen aan dat er meer aan de hand is. Als je vakantie viert, zie je het niet. Je merkt pas hoe nationaal geconditioneerd je bent als je in het buitenland gaat werken. Na een half jaar voel je hoe het botst. Elke migrant ervaart dat.

Flacke denkt dat identiteit veranderlijk is op grond van haar mythen. Wursten vindt van niet en hij heeft een berg materiaal om dat te staven. De uitnodiging suggereerde dat het alleen over Nederlanders en Duitsers zou gaan, maar we roken aan iets veel groters. Nationale verschillen. En de voertaal was niet Duits, niet Nederlands maar Globish, het voor ieder vreemde Wereld-Engels.

Maarten Huygen