De lezer schrijft over militairen en foto’s

Opvallend dat NRC Handelsblad op de voorpagina van 6 november zes kolommen inruimt met kleurenfoto’s over het bloedbad op een militaire basis in de VS. Boven het stuk staat dat het gaat om een militair ‘van Palestijnse afkomst’ en dat hij moslim was. Justin, een in het stuk opgevoerde getuige, zegt bang te zijn voor moslim-bashing, zoals na 9/11. De foto, geplukt van CNN, laat de schutter zien in een ‘wit, traditioneel Arabisch gewaad’. Wordt met deze manier van berichtgeving niet juist datgene gestimuleerd waarvoor Justin bang is? Had de krant hier geen andere keuze kunnen en moeten maken?

R. Kruisdijk

Amsterdam

De foto op de voorpagina van 7 november (jongens en meisjes in een kuil op een trimbaan tijdens een kennismakingsprogramma van de Luchtmobiele Brigade) deed mij meteen denken aan Srebrenica. Ik begrijp dat de staat druk uitoefent om propaganda te maken voor het leger, maar werk er niet langer aan mee, zeker niet op de voorpagina.

Ernst Anepool

Mheer

De krant antwoordt

Fort Hood in Texas, waar permanent 50.000 militairen verblijven, is een doorgangskamp van en naar de oorlogen in Irak en Afghanistan. Toen onze correspondent in Washington donderdagavond hoorde van het bloedbad daar, nam hij meteen het vliegtuig om voor de vrijdagkrant een reportage te maken. Fort Hood heeft immers een slechte reputatie bij de aanpak van posttraumatisch stresssyndroom (PTSS), waaraan veel veteranen lijden. Huwelijken lopen er stuk, het zelfmoordcijfer is hoog. Het was vrijwel meteen duidelijk dat de dader een legerarts is die jarenlang veteranen met PTSS had behandeld. Hij stond op het punt te worden uitgezonden naar Afghanistan, maar had op grond van zijn islamitische geloof en Palestijnse afkomst grote weerzin tegen die oorlogen. In dit incident kwam dus de ‘thuisfrontproblematiek’ rond die omstreden oorlogen samen. Inclusief de vraag hoe sommige Amerikanen verscheurd raken tussen patriottisme en hun geloof, én de vraag of andere Amerikanen vinden dat die twee onverenigbaar zijn, zoals ook na ‘11 september’ gebeurde. We zouden onze lezers ernstig tekort gedaan hebben als onze correspondent juist dat, inderdaad ongemakkelijke, aspect buiten beschouwing had gelaten om de politiek correcte redenen die de lezer suggereert. Zowel het woord ‘moslim’ in de kop, als de foto waarop majoor Hasan in wit gewaad is te zien vlak vóór zijn daad, zijn noodzakelijk om te weten waarin deze gebeurtenis verschilt van de zoveelste Amerikaanse schietpartij.

De foto op de voorpagina maakt deel uit van Document Nederland, de jaarlijkse documentaire foto-opdracht van het Rijksmuseum en NRC Handelsblad. Ad van Denderen volgde met zijn camera een jaar lang soldaten, van hun eerste stappen in het leger, tot op het slagveld in Afghanistan. Om die soms rauwe werkelijkheid te belichten, kreeg hij inderdaad medewerking van de Nederlandse strijdkrachten. Maar het lijkt me moeilijk zijn intrigerende, onthullende en soms schokkende foto’s, waarvan er behalve op de voorpagina ook een aantal in NRC Weekblad van die dag stonden, af te doen als reclame voor het leger. Het project, dat te zien is in het Fotomuseum in Den Haag, is een journalistieke verkenning van het Nederlandse krijgsbedrijf. Van Denderen maakt het niet mooier dan het is.