De Haagsche Muur

De Laan van Meerdervoort snijdt Den Haag in tweeën, boven wonen ‘de Hagenaars’ beneden ‘de Hagenezen’. Lars Kuipers schreef er een boek over.

Terwijl een dame een kopje aan haar mond zet, wijst haar pink omhoog. Deze foto uit het (foto-) boek Op het Zand, genomen in het ‘Damesleesmuseum’ aan het Nassauplein in de Haagse Archipelbuurt, vertelt volgens journalist Lars Kuipers eigenlijk het hele verhaal van de Haagse chic. Het draait om de etiquette, de wijze waarop ‘ons soort mensen’ zich behoort te gedragen.

Kuipers heeft samen met fotograaf Gerhard van Roon getracht het welgestelde Den Haag in de 21e eeuw vast te leggen. Het resultaat is een fraai vormgegeven, zwart-witfotoboek dat de plekken en gelegenheden toont waar de ‘Haagse kak’ zich anno 2009 begeeft. Zo zien we het jaarlijkse Rozenconcours in het Westbroekpark, een wat stijve kledingwinkel, kegelclubs, een beroemde tabakszaak en natuurlijk hét bolwerk van de Haagse elite: Sociëteit De Witte aan het Plein, naar eigen zeggen de oudste en grootste sociëteit van het land.

De auteurs pretenderen geen volledigheid. De deftigste voetbalvereniging van Den Haag, HVV, is buiten beschouwing gelaten. Hetzelfde geldt voor de oudste golfclub van Nederland, de Koninklijke Haagsche Golf & Country Club (opgericht in 1893). Ook winkels als de Bonneterie ontbreken.

De titel Op het Zand verwijst naar de eeuwenoude scheiding tussen beter en minder bedeeld Den Haag. Op de duingronden vestigden zich in de 17e en 18e eeuw de hofhuishouding en andere welgestelden, op de veengronden huisden de arbeiders.

De Laan van Meerdervoort kan globaal worden beschouwd als de grens tussen Hagenaars en Hagenezen. Op de zandgronden zijn huizen van een miljoen euro of meer geen uitzondering, terwijl aan de andere kant woningen van minder dan een ton staan. Aan de ene zijde overwegend blanke wijken, aan de andere zijde wijken waar 90 procent van de inwoners van niet-westerse afkomst is. Geen stad zo verdeeld als Den Haag.

En dat wil het welgestelde deel van de stad graag zo houden. Bij de presentatie van het boek, afgelopen maandag in – hoe kan het anders – De Witte werd gediscussieerd over de vraag wat nu precies typisch Haags is. In een week waarin de val van de Berlijnse Muur uitvoerig wordt herdacht, luidt een van de conclusies dat Den Haag zijn eigen, onzichtbare, muur heeft. De verschillende bewonersgroepen van de stad leven nog altijd vrijwel geheel langs elkaar heen. Auteur Lars Kuipers noemt Den Haag een „stad die het verschil nog op waarde weet te schatten”.

De Haagse kak is tegenwoordig nog het nadrukkelijkst aanwezig in het Benoordenhout, meent Kuipers. Naar een antiek- annex verlichtingsspeciaalzaak bellen soms nog klanten op om te vragen of de knecht aanwezig is. Sommigen verwachten dat het personeel de gekochte boodschappen naar de auto draagt.

De auteurs vragen zich af of de vormelijke en conservatieve levensstijl over twintig tot dertig jaar nog bestaat. De auteurs constateren in de keurige Van Hoytemastraat een toename van SUV’s. En besmuikt wordt er gesproken over lege flessen naast de glasbak. De eerste tekenen van verloedering.

De bewoners van het Benoordenhout zijn zuinig, maar statusbewust. Hier doet het ertoe van welke patisserie de bonbons bij de koffie afkomstig zijn. En of iemand wel aan de ‘goede kant’ van een bepaalde straat woont. Volgens Rivke Jaffe, antropoloog aan de Universiteit Leiden, geldt voor veel mensen in dit deel van Den Haag de „paradox van geen geld hebben, maar toch laten zien dat je klasse hebt”.

Want uiteindelijk bedient ook chic Den Haag zich van ‘Haagse bluf’, een houding die aan de andere kant van de Laan van Meerdervoort ook zo nadrukkelijk aanwezig is. Het omslag van Op het Zand is groter dan het boekblok, een verwijzing naar de spreekwoordelijke Haagse Bluf. Kuipers: „Het lijkt heel wat, maar als je eenmaal goed kijkt, stelt het allemaal minder voor dan je dacht.”

Voor meer informatie: www.op-het-zand.nl/bestel-online/14,95 euro, inclusief verzendkosten