De clou van de kosmos 3

Natuurkundige Sander Bais stelt dat een geschiedenisleraar de relativiteitstheorie niet kan uitleggen. En toch... en toch komen ook de basics van wis- en natuurkunde in mijn lessen aan bod, zowel op havo- als op vwo-niveau. Ik geef geschiedenis op een vavo, middelbaar (tweedekans)onderwijs in een verkort, éénjarig traject. Ik heb nog minder tijd dan in het reguliere onderwijs om bijvoorbeeld de chaostheorie aan bod te laten komen. En toch doe ik dat, want ik vind dat geschiedenisonderwijs zulke theorieën ook moet aanstippen, al is het maar om een tijd(vak) breder te illustreren (Kuhn). Daarnaast zijn sommige theorieën dusdanig wezenlijk voor een bepaalde tijd dat ik er gewoonweg niet onderuitkom die níét te behandelen. Het verkorte traject betekent wel dat theorieën en wis- en natuurkundigen exemplarisch aan bod komen. Zo is Carl Friedrich Gauss een vaste verschijning in mijn lessen, naast, haast vanzelfsprekend, de quantumtheorie en al genoemde chaostheorie. Poppers falsifieeradagium en Ockams scheermes zijn vaste leidraad, in het bijzonder bij het profielwerkstuk. Ik weet dat veel van mijn collega`s ook een brede kijk op het vak geschiedenis hebben; niet alleen natuurkunde, ook taalkunde, recht en literatuur komen aan bod. Sander Bais` pleidooi snijdt wel degelijk hout, maar kan beter in bredere context begrepen worden. Misschien ben ik een natuurkunde-uitzondering. Doch niet ik ben dan de uitzondering, maar mijn leerlingen die alles in uitermate kort bestek verwerken om grip op het uiterst brede vak geschiedenis te verwerven. Niet het kúnnen uitleggen is hier van elementair belang, maar het dóén.Ik moet overigens wel toegeven dat de speciale noch de algemene relativiteitstheorie door mij in de les is uitgelegd.