Dag bomen, dag Nazca's

Voor de Nazca’s in Peru was de woestijn een kilometers groot tekenvel. Uit een vliegtuig kun je hun tekeningen nog altijd zien. Maar de Nazca’s zelf gingen lang geleden ten onder.

Als je vanaf Lima, de hoofdstad van Peru, vierhonderd kilometer naar het zuiden vliegt, zit je midden boven de Nazcawoestijn. En dan zie je iets heel geks. In de schrale bodem zijn honderden gigantische tekeningen gekerfd. Een kolibrie die een heel voetbalveld kan bedekken. Een reuzenaap met een zwierig krulstaart. Een iets kleinere, maar nog altijd enorme spin. Een mannetje met, zo lijkt het wel, een uil op zijn hoofd...

Die raadselachtige en bijna buitenaardse tekeningen zijn gemaakt door het Nazcavolk. Lang geleden trokken de Nazca’s deze lange lijnen in de woestijn door beetje bij beetje het bovenste laagje rood gruis van de bodem te schrapen. Maar rond de Ica-rivier groeven ze ook geulen, verbouwden ze maïs en waren machtig.

Tot 1.500 jaar geleden die Nazca-beschaving armetierig werd. Bijna in dezelfde tijd dat bij ons, in Europa, het West-Romeinse Rijk instortte. Maar dát gebeurde nadat de Romeinen eeuwenlang waren aangevallen door Hunnen, Vandalen, Goten, Franken en Allemannen. De Nazca’s verloren hun macht zomaar, leek het.

Wel zagen onderzoekers dat een El Nino, een grote weersverstoring, voor zware overstromingen in Peru had gezorgd. Maar konden die het Nazca-volk zoveel verzwakken?

Archeologen hebben dat nu onderzocht. Zij spitten in de woestijnbodem naar boomstronken, plantenresten en oude zaden. Het zit zo, zeggen zij: de Nazca kapten steeds meer van de grote Amerikaanse Johannesbroodbomen op hun vlaktes om. Ze wilden daar geen grote bomen zien, maar heel veel maïs verbouwen.

Alleen: toen El Nino overstromingen bracht, waren er geen boomwortels meer om de bodem bij elkaar te houden. Alle vruchtbare grond spoelde weg en er bleef een zilte vlakte vol onkruid achter. Dat vertellen de zaden. Dag bomen, dag Nazca’s dus.