'Crisis houdt ons nog decennium zoet'

Er is geen wondermiddel om banken veiliger te maken. Politici kunnen ook verliefd worden op hun staatsbanken. „Je voert beter botte regels in die voor iedereen gelden.”

Elke crisis schept nieuwe mogelijkheden. Phil Middleton van advies- en accountantsfirma Ernst & Young richtte een half jaar geleden een nieuwe adviesgroep op: Financial Services and Government.

Klanten zijn politici, centrale bankiers en toezichthouders die na het uitbreken van de crisis en de noodoperaties bij banken een hele nieuwe rol hebben gekregen. Vorig jaar grepen ze massaal in om het financiële stelsel overeind te houden. Ze nationaliseerden banken, verleenden staatssteun en deden forse injecties in de geldmarkt.

Sindsdien zijn de redders gaan nadenken over hervormingen die het mondiale financiële stelsel stabieler, veiliger en transparanter moeten maken. In de G20, in de EU, in het Basels Comité van centrale bankiers. Zo nu en dan worden de eerste besluiten genomen, maar veel fundamentele vragen zijn nog niet beantwoord. „Gelukkig hebben de overheden en de centrale banken een jaar geleden er alles tegenaan gegooid wat ze hadden”, zegt Middleton. „We realiseren ons nu soms al niet meer dat we dichtbij een algehele ineenstorting van het financiële systeem waren. Er was niet veel meer nodig geweest of we hadden geen geld meer kunnen halen uit de pinautomaat, hadden ons loon niet meer bijgeschreven gekregen op onze rekeningen en alles was tot stilstand gekomen . We hebben nu wel enige mate stabiliteit in het systeem, maar we zijn nog lang niet uit de ellende.”

Ernst & Young heeft een onderzoek gedaan naar de mogelijkheden en dilemma’s die de kredietcrisis oplevert voor overheden en toezichthouder. Daarin werpen Middleton en zijn collega’s vooral vragen op. Zoals: moeten banken kleiner worden? Of: hoe moeten overheden terugtreden uit de banken waarin ze forse belangen hebben genomen? Hoe kan voorkomen worden dat banken er impliciet op rekenen dat ze een volgende keer opnieuw met belastinggeld overeind worden gehouden?

Makkelijke oplossingen zijn er niet, er is nog veel debat nodig. Zeker omdat er bijna tegenovergestelde posities in worden genomen, stelt Middleton. „Er zijn bankiers die zeggen dat er wel een storing is geweest, maar dat die vooral kwam door een paar banken die slecht geleid werden. Dat leidde tot een crisis. Maar dat heb je met mondiale concurrentie. De overlevers zijn in staat om te gaan met complexe internationale financieringen. Die moet je niet beperken in hun innovatie, die moeten verder kunnen groeien, zeggen zij. Anders knel je de economische groei af. Wat zij zeggen is eigenlijk niet anders dan beweren dat het toevoegen van een aantal reddingsboten aan de Titanic voldoende is” , vat Middleton samen.

„Je hebt ook de mensen die zeggen dat we dichtbij een totale ramp zijn geweest. Dat we kleine kinderen met lucifers hebben laten spelen en we ze in de benzine-opslag hebben toegelaten. Dat we nu strenge maatregelen moeten nemen en het financiële systeem veel strakker moeten controleren. Er is economisch onderzoek dat stelt dat economische groei meer gebaat is bij een stabiel bankensysteem, waar de hogere kosten van het aanhouden van meer kapitaal gemakkelijk opwegen tegen de grotere volatiliteit die je anders hebt.”

Dat de banken meer kapitaal aan zullen moeten houden en ervoor moeten zorgen dat ze meer liquide zijn, daar is iedereen van overtuigd. „Maar hoeveel kapitaal is dat dan en wat is de beste timing om die hoeveelheid te vergroten? En hoeveel meer moet je in goede tijden opbouwen en hoe laag mag je gaan in slechte tijden? Daar zal nog veel discussie over zijn en veel gemopper van bankiers.”

Middleton denkt niet dat de regelgeving moet doorslaan in gedetailleerdheid. „Al die banken hebben hele slimme mensen in dienst die gelijk uitdokteren hoe ze om die regels heen kunnen. De partijen die daarin slagen, verdienen daardoor alleen maar weer meer geld dan hun concurrenten. Je kunt beter een aantal botte maatregelen treffen, die voor iedereen gelden. Grotere kapitaalbuffers en de leverage ratio (de hoeveelheid euro’s die wordt uitgeleend voor elke euro eigen vermogen, red.) zijn daar voorbeelden van.”

In oktober blies de baas van de Britse centrale bank Mervyn King de discussie nieuw leven in of er een splitsing moet komen tussen nutsbanken en zakenbanken die met meer risico's en voor eigen rekening handelen. Daarbij is het spaargeld bij de nutsbanken wel gegarandeerd en dat bij de risicovolle banken niet. King vreest dat de financiële giganten te groot blijven of zelfs groeien, zodat ze ook bij een volgende crisis weer met belastinggeld gered moeten worden. „Het idee is sympathiek, maar het is onduidelijk of het in de praktijk kan werken”, zegt Middleton.

Volgens hem zullen politici uiteindelijk terugschrikken voor het opbreken van banken. „Ze willen graag hun nationale kampioenen behouden. Laten we niet vergeten dat allerlei soorten banken in de problemen zijn gekomen. Van de pure zakenbank Lehman in de VS tot Northern Rock en HBOS in het Verenigd Koninkrijk, die spaargeld aantrokken en hypotheken verstrekten.”

Grote nationale kampioenen die over de grens actief zijn, zullen dus alleen haalbaar zijn voor grote Europese landen. Dat is lastiger voor landen als Nederland of Zwitserland, „die moeten vrezen dat ze een nieuw IJsland kunnen worden”. Ook in Nederland waren er banken waarvan het balanstotaal een veelvoud was van het totale bruto binnenlands product.

Toch zijn er voor Zwitserse en Nederlandse banken mogelijkheden, schetst Middleton. „Je kunt je voorstellen dat de bankenonderdelen voor particulieren of vermogensbeheer in eigen land worden ondergebracht, terwijl de risicovolle handelsactiviteiten in Londen of New York zitten en daar onder de jurisdictie vallen. Als die omvallen, kunnen de Britten of Amerikanen beslissen of ze die willen redden. Zo niet, dan is het pech maar kan het andere onderdeel in Zwitserland of Nederland gewoon doordraaien.”

Middleton denkt dat de gevolgen van de crisis nog lang zullen naijlen. „Ik denk dat we nog wel een decennium hiermee bezig zijn. Het zal langer duren voor de overheden zich uit banken kunnen terugtrekken dan politici nu aangeven. Ze kunnen niet allemaal tegelijk met aandelen op de markt komen. Ze zullen het niet zomaar aan iedereen willen verkopen. Wat nu als een Oosters staatsfonds aan de deur klopt? Willen ze hun nationale bank daaraan verkopen?”

Bovendien vreest hij dat politici ook wel weer eens verliefd kunnen raken op de mogelijkheden die staatsbanken bieden. „Net als na de Tweede Wereldoorlog kunnen ze het best prettig vinden dat ze zelf banken in handen hebben die ze voor hun eigen beleid kunnen gebruiken.”