Bestelauto voor de burgerman

Is de Citroën Nemo de auto die alle

andere auto’s overbodig maakt? Bijna.

Metaal! In de cabine van de Citroën Nemo zie je iets wat je anders nooit meer in een cabine ziet: gelakt staal, vooral bij de deuren. Ongewoon, want sinds mensenheugenis wordt alle staal binnen in een auto bedekt met antracietkleurig plastic. Dat voelt niet zo koud aan en dat dempt het geluid. Maar deze Nemo Multispace is oorspronkelijk een bestelautootje. Met een paar achterruiten en een achterbank erbij is hij personenwagen geworden, maar ze hebben het bestel-achtige er niet helemaal uitgekregen.

Gelukkig maar, want saaie sedans zijn er al genoeg.

Behalve Citroën hebben ook Peugeot en Fiat zo’n autootje. De Bipper Tepee van Peugeot en de Qubo van Fiat zijn vrijwel identiek aan de Nemo, en ook die auto’s zijn als bestelautootje begonnen en ook zij hebben er een personenwagenversie bij gekregen. Het is meteen een nieuw genre. Wel van hetzelfde koekblikdesign als bijvoorbeeld de Renault Kangoo of de Citroën Berlingo, maar een slagje kleiner.

Het metaal is niet het enige dat aan de afkomst van de Nemo herinnert. Het is ook te merken als je achter het stuur gaat zitten. Je stapt erin en je neemt plaats op een gerieflijke keukenstoel. Het dashboard is de keukentafel, je zit lekker hoog, het stuur is naar alle kanten verstelbaar. Overal zijn vakjes om je spullen en je papieren in te leggen. Behoorlijk professioneel zijn ook de beide achterzijportieren die als schuifdeur zijn uitgevoerd.

Onmiddellijk krijg je zin om pakjes rond te brengen.

Het is weer eens wat anders, zo’n auto die geen enkele poging doet indruk te maken, die geen overbodige luxe kent, maar heel gewillig zijn baas en diens spullen overal heen brengt. Als je de brede achterbank weghaalt zou er een flinke laadvloer beschikbaar moeten komen, maar helaas wordt in het instructieboekje niet onthuld hoe dat moet.

Rechtop zitten

Parkeren is niet moeilijk, want de auto is nog geen vier meter lang. Om toch iedereen een zitplaats te geven, heeft de auto een korte motorkap en zit iedereen rechtop. Heel anders dan in een gewone personenauto, waarin iedereen moedeloos onderuit hangt, rug schuin achterover, benen naar voren. Staat heel relaxed, maar kost veel ruimte. Als je de passagiers rechtop zet hoeft de auto veel minder lang te zijn, alleen wordt hij dan wat hoger.

Die rechte zit is trouwens niet oncomfortabel. Integendeel, na een uurtje rijden worden vooral de voordelen duidelijk. Zoals oudere mensen al veel langer weten, gaat in- en uitstappen veel gemakkelijker als de auto wat hoger is. Komt nog bij dat de mens rechtop zitten langer volhoudt dan onderuit hangen, want een flink deel van het gewicht wordt nu ook door de voeten gedragen. Vervolgens merk je dat rechtop zitten ook betekent dat je je hoofd gemakkelijker alle kanten op kunt draaien; een beter uitzicht dus. Niet alleen de nek, ook de armen hebben opeens een veel grotere actieradius. Zwaaien naar vrienden en buurtgenoten verloopt een stuk geloofwaardiger vanuit een actieve zithouding. Ook al omdat je flink hoger zit dan de doorsnee Mondeo-chauffeur, zie je die opeens veel vaker.

De vast ingebouwde radio zit niet op de gebruikelijke kniehoogte, maar precies op de hoogte die je zou wensen, ter hoogte van de handen namelijk. Hij heeft grote knoppen en je kunt hem bedienen zonder gevaar voor het ongecontroleerde zwenken en het daaruit voortvloeiende frontale botsen dat het nadeel is van de gebruikelijke tiptoetsmodelletjes.

Het duurt een dag, en dan ga je je afvragen waarom niet alle auto’s zo worden gemaakt. Natuurlijk, een hogere auto heeft meer luchtweerstand en is zijwindgevoeliger. Maar in de harde praktijk van het agglomeratieverkeer is dat van secundair belang.

Is de Nemo dus de auto die alle andere auto’s overbodig maakt? Bijna. Je moet er wel een paar offers voor brengen. Het grootste offer bevindt zich onder de motorkap. Daar ligt een 1,4 liter benzinemotortje dat betreurenswaardig weinig pit in zijn donder heeft. Diep intrappen van het gaspedaal bij 80 kilometer per uur heeft secondenlang geen enkel effect. Terugschakelen geeft enige verlichting, maar slechts tijdelijk. Nu zou je dat de constructeurs nog kunnen vergeven als het brandstofverbruik spectaculair laag was, maar dat is niet het geval. Het doorsneeverbruik lag tijdens de testperiode op ongeveer 1 op 13, en dat valt behoorlijk tegen.

Helaas heeft Citroën maar één type motor beschikbaar, de vergelijkbare Fiat Qubo kan ook met een dieselmotor worden geleverd. Die heeft hetzelfde topvermogen, maar een veel hoger koppel. Wat betekent: minder brandstof en toch meer pit.