Azzurri hopen pijn van L'Aquila te verzachten

Italië-Nederland in Pescara staat vanavond in het teken van de aardbeving die L’Aquila en omgeving in april trof. De KNVB stelt geld ter beschikking.

Aanvoerder Giovanni van Bronckhorst zal vanavond voor de interland tegen Italië namens de voetbalbond KNVB en de spelers van het Nederlands elftal een cheque van 25.000 euro overhandigen aan de capitano van de Squadra Azzurra Fabio Cannavaro. Het geldbedrag is bestemd voor de nabestaanden van de slachtoffers van de aardbeving die L’Aquila en omgeving in de provincie Abruzzo op 6 april van dit jaar zwaar trof. De ramp kostte 297 mensen het leven. Duizend mensen raakten gewond, 66.000 werden dakloos. Nog steeds hebben zo’n vijfduizend mensen geen nieuw onderkomen. Ze leven onder andere in tenten. Overdag is dat door het goede weer – het was gisteren dankzij het najaarszonnetje behaaglijk – nog uit te houden, ’s nachts kan het flink koud worden in het gebied dat wordt omringd door besneeuwde bergtoppen. De schade wordt geschat op tien miljard euro. Maar de president van de provincie, Pezzopane, denkt dat er de komende twintig jaar 50 miljard nodig is voor het herstel. De Europese Unie stelde 495 miljoen euro beschikbaar.

Hierbij vergeleken vormt de geldsom van de KNVB uiteraard een druppel op de gloeiende plaat. „Het is altijd moeilijk wat je in zo’n geval precies moet geven”, stelt woordvoerder Kees Jansma. „Niets is voldoende.” Het bedrag staat op een groot bord dat medewerkers van de bond gisteren het vliegtuig in sjouwden, dat Oranje naar Pescara bracht. De oefeninterland is de stad aan de Adriatische Zee, op honderd kilometer afstand van L’Aquila, toegewezen als steunbetuiging aan de getroffen burgers. De Italianen stonden al eerder recettes en premies af van de WK-kwalificatie-interland tegen Cyprus (3-2) voor het gebied. De afgelopen dagen trainde de selectie van bondscoach Marcello Lippi in L’Aquila. Tevens bracht de wereldkampioen een bezoek aan het stadje, waarvan delen in het oude hart vanwege instortingsgevaar nog steeds zijn afgesloten. De spelers zagen scheuren in muren van huizen, kerken en kazernes, als herinnering aan de aardbeving. Ze hadden de wereldbeker meegenomen. Die werd gestald in het plaatselijke stadionnetje. Maar wel goed gepositioneerd voor de reclameborden. De mensen reageerden enthousiast op de komst van het keurkorps van Lippi. L’Aquila begroet de wereldkampioen, stond er op een spandoek.

Oorspronkelijk was de interland Italië-Nederland, de reprise van de ontmoeting bij het Europees kampioenschap (3-0 zege voor Oranje), in Rome gepland. De aardbeving bracht daar verandering in. De Squadra Azzurra speelt sowieso niet graag in de grote stadions van Italië, zoals het San Siro in Milaan. Daar is het publiek kritischer omdat het voornamelijk de gerenommeerde clubs als Milan, Internazionale en Juventus steunt. Het Italiaanse elftal heeft dan ook veel meer aanhangers in het zuiden van het land. En dat draagt niet bepaald bij aan de toch al grote verdeeldheid tussen het rijke noorden en de armere onderkant van het land.

Het spel van het team van Lippi, na het dramatische Europees kampioenschap teruggehaald als opvolger van de mislukte Roberto Donadoni, geeft de laatste jaren toch al geen aanleiding tot juichen voor de Italianen. De blauwhemden plaatsten zich voor het wereldkampioenschap, dat wel. Maar de kansloze nederlaag tegen Brazilië (3-0) in de strijd om de Confederations Cup, deze zomer, maakte duidelijk dat Lippi aan een dood paard trekt. Vedetten als Fabio Cannavaro (36), Andrea Pirlo (30) en Gianluca Zambrotta (32) raken op leeftijd. Nieuwe topspelers dienen zich niet aan. Of het moeten Giuseppe Rossi (Villarreal) en Daniele Galloppa van Parma zijn. Gianluigi Buffon verdedigt tegen Oranje voor de honderdste keer het doel van de Azzurri. Het zal mede van hem afhangen of het Italiaanse elftal de pijn van de nabestaanden en daklozen in Abruzzo even kan verzachten met een goed optreden.