Ankara: toenadering tot Koerden

De Turkse regering heeft gisteren nieuwe voorstellen gedaan om de Koerdische minderheid in het land tegemoet te komen. Ze voorzien niet in amnestie voor Koerdische strijders, zoals geëist door de gewapende Koerdische arbeiderspartij PKK.

„Het is niet mogelijk de problemen [met de Koerden, red.] alleen op te lossen door de inzet van veiligheidstroepen”, zei premier Erdogan in een toelichting op de voorstellen, die gisteren werden ingediend bij het parlement.

De voorstellen behelzen onder andere vrijheid voor het gebruik van de Koerdische taal, herinvoering van Koerdische namen van dorpen (met name in het zuidoosten van Turkije), vermindering van het aantal militaire steunpunten in Koerdisch gebied en de oprichting van instanties die naleving van mensenrechten moeten waarborgen.

Minister Besir Atalay van Binnenlandse Zaken zei dat de voorstellen beogen bij te dragen aan een oplossing voor het Koerdische conflict. Dat dateert uit de jaren tachtig toen opstandige Koerden begonnen te strijden voor autonomie, met steun vanaf bases in Noord-Irak. Atalay beklemtoonde dat de regering het streven naar verzoening met de Koerden beschouwt als een „open en dynamisch proces”.

De Turkse regering staat daarbij onder druk van de oppositie, die toenadering tot de Koerden ziet als ondermijning van de eenheid van het land en als een handreiking aan terroristische rebellen.

Daar staat druk van met name de Europese Unie tegenover. Turkije onderhandelt sinds eind 2005 over toetreding tot de EU, die onder andere waarborgen voor de rechten van de Koerdische minderheid eist. (AP, BBC)