'Als topsporter raak je eerder aan extremen'

De Amerikaanse schaatser Trevor Marsicano is na een bewogen jeugd, met een langdurige depressie, een man met een missie. Hij wil de jeugd tot voorbeeld zijn.

Het gerucht gonsde al weken rond ijsbanen in de hele wereld, van Milwaukee tot Berlijn. En de cijfers boden inderdaad weinig hoop. Gefluisterd werd dat Trevor Marsicano, als wereldkampioen op de 1.000 meter de revelatie van het vorige seizoen, afgelopen zomer overtraind was geraakt, met in potentie rampzalige gevolgen in een olympisch jaar. Niet geplaatst voor de eerste wereldbekerwedstrijden op de vijf kilometer, waarop hij vorig jaar met aflopende schema’s razendsnel doorbrak naar de wereldtop. In Berlijn vorige week gedegradeerd naar de B-groep op de 1.500 meter. „Ik? Overtraind? Dat zou heel goed kunnen”, zegt de Amerikaan met een vrolijke grijns op zijn gezicht in de aanloop naar de tweede wereldbekerwedstrijd, dit weekeinde in Heerenveen.

Die eerlijkheid is Trevor Marsicano (20) ten voeten uit. Geen spoor van ontkenning, geen greintje geheimzinnigheid of bezorgdheid. Iedereen – de media, de concurrentie, zijn fans – mag weten dat het grote schaatstalent uit Schenectady, New York, zichzelf in het voorseizoen af en toe te veel heeft afgebeuld. „Maar ik doe liever iets te veel dan iets te weinig”, zegt hij nuchter. „Als je te hard hebt gewerkt, weet je dat het daar tenminste niet aan heeft gelegen. Ik heb het niet veel anders aangepakt dan vorig jaar. Nu is het nog niet zo goed, maar als ik straks eenmaal uitgerust ben, zullen mijn tijden per wedstrijd sneller worden.”

Zijn openheid staat in schril contrast met de heersende norm in het schaatswereldje, waar vormverlies, ziekte of fysieke tegenslag angstvallig worden verzwegen – uit concurrentieoverwegingen of om de almachtige eigen trainer niet voor het hoofd te stoten. Maar openheid is gaan horen bij het karakter van de Amerikaan, die als schooljongen al gedwongen was te vechten tegen de pijn van eenzaamheid en depressies, en zelfs ging schaatsen als fysieke uitlaatklep voor zijn frustraties. „Pas toen ik openlijk over mijn problemen ging praten, merkte ik dat ik niet alleen was.”

Als een komeet schoot Marsicano vorig seizoen naar de top. Vijfde bij de WK allround in Hamar, liefst vier medailles bij de WK afstanden in Vancouver (naast goud op de 1.000 en zilver op de 1.500 meter ook brons op de 5.000 en op de ploegachtervolging). „In 2010 kan hij al wereldkampioen allround worden”, zei Eric Heiden over zijn jonge landgenoot. De Amerikaanse schaatslegende won in 1980 op zijn 21ste vijf keer goud bij de Olympische Spelen in Lake Placid, Marsicano is een jaar jonger al op verschillende afstanden kandidaat voor olympische medailles in Vancouver.

Het valt bijna niet voor te stellen dat het gevierde schaatstalent Marsicano nog maar vijf, zes jaar geleden een zielig hoopje mens was. „Ik werd op school fysiek en verbaal gepest, gekleineerd, van achteren aangevallen door anderen jongens. Elke dag kreeg ik te horen dat ik een nietsnut was. Als dat dagelijks gebeurt, gaat het je beïnvloeden.”

Vooral tussen zijn elfde en vijftiende gingen de negatieve gedachten ver. In het blad Sportweek sprak hij eind vorig seizoen over gedachten aan zelfmoord. „Ik was enorm down in die tijd, agressief ook en boos”, zegt Marsicano in zijn hotel in Oranjewoud, bij Heerenveen. „Ik huilde veel. Dan weet je soms niet wat je doet. Ik moest zware medicijnen gebruiken. Zo’n vervelende ervaring neem je de rest van je leven mee. Sommige mensen komen eruit, anderen niet. Ik ben blij en dankbaar dat het mij is gelukt. Het mooie van sport is dat je elke frustratie kunt dumpen in je training.”

Langs de baan van Thialf, vlak na een training, reageert hij zichtbaar geschokt op het bericht van de Duitse doelman Robert Enke, die afgelopen week zelfmoord pleegde. „Ik wist er niets van. Wat verschrikkelijk. So sad. Zijn naam ken ik niet, maar als ik over zulke dingen hoor, doet me dat altijd wat. Natuurlijk. Elk geval is anders, iedereen heeft zijn eigen achtergronden. Maar ik denk dat ik uit ervaring weet hoe depressies je hele leven kunnen bepalen. Ik weet niet of het in topsport vaker voorkomt dan in het gewone leven. Ik zou het me wel kunnen voorstellen omdat je in topsport vaker tot het uiterste gaat, fysiek maar ook mentaal. Dan raak je eerder aan extremen, positief of negatief. Soms merk je ook dat die extremen dicht bij elkaar liggen.”

Enke (32) en ook Belgische wielrenner Dimitri De Fauw (28), die zichzelf vorige week van het leven beroofde, bleken achteraf hun psychische problemen tegenover de buitenwereld te hebben verzwegen. Marsicano: „Toen ik door die crisis heenging, praatte ik er ook niet over. Ik voelde me een wrak en dacht dat alleen ik zoiets had. Maar nu praat ik er juist graag openlijk over. Sinds ik dat doe, komen mensen naar mij toe. Ik hoorde dat ik hier niet alleen in stond, dat ik niet de enige was die zoiets meemaakte. Door die contacten leerde ik dat ik nog steeds mijn dromen kon hebben en doelen kon stellen. Mijn verhaal moedigde weer andere mensen aan hun verhaal te vertellen.”

Marsicano zou als succesvolle sportman graag een rolmodel zijn voor kinderen die worden gepest en worstelen met depressies. „Ik wil graag dingen teruggeven aan andere mensen. Ook al is er maar één positieve persoon in je leven, dat kan net het verschil maken. Mijn familie was er altijd voor mij. Maar ook Paul Marchese, mijn eerste coach, heeft mij erg geholpen. Hij was de eerste buiten mijn familie die in mij een potentiële topsporter zag. En mijn krachttrainer Mark Boudreau heeft me het beste advies gegeven dat ik ooit heb gekregen: omring jezelf met positieve mensen. Want je wordt uiteindelijk zoals de mensen met wie je omgaat.”

Zijn eerste coaches begeleiden hem nog steeds. „Mark Boudreau ken ik al sinds mijn dertiende. Ik speelde ijshockey toen ik hem ontmoette. Ik was heel mager, werd alle kanten opgegooid. Dus door zijn trainingen ben ik sterker geworden. We zijn goede vrienden geworden. En hij is heel goed als mentaal begeleider. Hij geeft me boeken om te lezen, tapes om naar te luisteren. Bijvoorbeeld om rustig te worden door middel van je ademhaling. Het helpt je zelfvertrouwen te vergroten. Daardoor raak je minder down als het minder gaat. Ik denk dat dit onderschat wordt, niet alleen door sportmensen.”

Marsicano ziet daarin ook een verband met zijn rotsvaste geloof. De schaatser neemt op zijn reizen over de wereld steevast een bijbel mee. „De Bijbel zegt ook dat je eerst één moet worden met jezelf, voordat je één kunt worden met God. Als ik mij kan ontspannen, ben ik meer ontvankelijk voor wat Hij wil dat ik doe.”

Alles eruit halen wat erin zit, dat doet Marsicano van jongs af aan. „Dat zit in mijn karakter. Ik wil mezelf bewijzen dat ik kan doen wat ik wil. Mijn familie heeft ook invloed gehad. Als je iets doet, doe het voor honderd procent of doe het niet. Van anderen heb ik begrepen dat ik als klein kind ook al een harde werkinstelling had. Op school wilde ik de beste cijfers halen. Met ijshockey was ik altijd degene die het snelste schaatste, het hardste werkte, of het nu een training of een wedstrijd was.”

Na ijshockey (favoriete club: Detroit Red Wings) kwam shorttrack. Een zwaar shorttrackongeluk in 2005, met een levensbedreigende open wond aan het dijbeen, leidde tot een jaar revalidatie. En opnieuw een gevecht met het leven. Het deed hem definitief overstappen naar de langebaan. „Een puurdere sport, jij tegen de klok. Met shorttrack lijkt het er soms op dat er altijd wel iemand voor je voeten valt.” Zijn achtergrond lijkt daarmee op die van Eric Heiden, die in zijn jeugd ook uitblonk in ijshockey en shorttrack. „Ik woon niet ver van Lake Placid, we komen uit dezelfde regio. Ik voel me wel een beetje verwant met hem. Ik hou net als hij van hard werken, heel veel uren maken.”

Killing yourself everyday is niet voor niets zijn motto. „Als je traint om te sterven, wordt het sterven makkelijker”, legt Marsicano opgewekt uit. „Je merkt dat in de laatste ronde op een 1.500 meter. Je hebt niets meer over, maar je moet toch door die muur heen.” Zijn favoriete training, een training waardoor bij hem echt het licht uitgaat? „Dat is een dag met zware krachttraining, direct gevolgd door een zware dryland-sessie [schaatssprongen, hardlopen, red.]. Dan stap je na afloop in je auto – en ineens slaat het toe. Daarna komt de voldoening. Ja, daar slaap ik lekker op.”

Net als andere schaatsers maakt Marsicano dagelijks aantekeningen over zijn trainingen. De Amerikaan heeft van zijn schrift een compleet fysiek en mentaal dagboek gemaakt. „Ik noteer alles, ook hoe ik me voelde tijdens de training, welke gedachten ik had. Elke negatieve gedachte noteer ik. Als dat een week duurt, weet ik dat ik dat probleem moet oplossen, bijvoorbeeld een flinke ruzie met een van je vrienden. Elke emotie die je hebt, beïnvloedt elke cel in je lichaam.”

Hoewel trainer Marchese telefonisch en per e-mail dag en nacht ter beschikking staat, legt Marsicano zijn weg vooral alleen af. „Je schaatst een race ook alleen. Ik denk dat het je harder maakt als je veel alleen doet. Of ik een loner ben? Ik ben veel op mezelf, rustig, geen type dat veel uitgaat. Ik denk dat ik mezelf redelijk goed ken, ook al ben ik pas 20. Ik ken mijn lichaam, ik ken mijn geest.”

Rijk wordt hij als Amerikaan niet van het schaatsen. „Volgend jaar moet ik weer werken, als bordenwasser, of in de winkel van Paul Marchese. Twee gouden medailles in Vancouver zouden wel helpen, ja.”