Afrika lijdt honger door droogte en primitieve landbouwmethodes

Één op de drie Afrikanen lijdt honger. De landbouw is te lang verwaarloosd. Afrika importeert een kwart van zijn voedsel, ook al werkt 60 procent van de bevolking in de landbouw.

De ernstigste hongersnood op het Afrikaanse continent heerst in de Hoorn van Afrika. In het door een burgeroorlog getroffen Somalië dreigt een grote ramp. In verschillende andere landen dreigen steeds weer voedseltekorten door het uitblijven van regen. Ten laatste is op het continent de landbouw structureel verwaarloosd . Het resultaat is dat permanent 300 miljoen van de 1 miljard Afrikanen ondervoed is.

De regens vallen de afgelopen kwart eeuw steeds onregelmatiger in Afrika. Kon je vroeger in Kenia de klok gelijk zetten op het begin van de twee regenseizoenen, tegenwoordig vallen de regens veel later of blijven zelfs uit. Deze veranderingen in het weerpatroon treffen vooral de meer marginale gebieden waar nomadische veelteelt wordt bedreven. Nomaden klagen dat ze in de vuurlinie van de klimaatsverandering liggen. Tegen de steeds frequenter terugkerende droogtes kunnen ze niet meer op. Hun eeuwenoude levenswijze wordt bedreigd.

De honger door droogte is het ergst op de savannes en in de woestijnen van Noord-Kenia, Oost-Ethiopië en in Somalië. In totaal hebben 20 miljoen bewoners in deze gebieden dringend voedselhulp nodig. De verstrekking van voedselhulp blijkt het meest problematisch in Somalië. Grote delen van het zuiden worden gecontroleerd door de radicaal-islamitische Al Shabaab. Deze strijdgroep stelt strenge voorwaarden aan westerse hulpverleners, zoals een verbod op vrouwelijke hulpverleners. Amerika houdt voedselhulp aan de VN voor Somalië achter omdat het Al Shabaab als terroristische organisatie heeft aangemerkt. Ongeveer 1,5 miljoen Somaliërs zijn ontheemd en 3,6 miljoen hebben voedselhulp nodig, dat is ongeveer de helft van de bevolking.

De eerste Afrikaanse staatshoofden riepen een halve eeuw geleden bij de ontwikkeling van het continent op om de nadruk op de landbouw te leggen. Dit advies werd niet opgevolgd. Veel Afrikaanse staten besteden minder dan 10 procent van hun begroting aan landbouw. Afrika produceert daardoor te weinig voedsel om de eigen bevolking te voeden en moet een kwart van zijn behoefte importeren, ook al werkt 60 procent van de bevolking in de landbouw.

Ethiopië vormt met 17 procent een uitzondering, en toch staat het nog steeds bekend als hongerland van Afrika. Bij een hongersnood in 1984 kwam een miljoen mensen om het leven. De Ethiopische regering van premier Meles Zenawi richtte na haar machtsovername in 1991 een Productief Veiligheidsnet op, een programma dat zeven miljoen burgers voedsel voor werk geeft. Volgens critici is het grootste knelpunt in het Ethiopische beleid dat kleine boeren niet hun eigen land mogen bezitten en daarom weinig in hun akkers investeren. Andere redenen voor het gebrek aan voedsel zijn de primitieve landbouwmethodes en de grote bevolkingstoename.

Afrika heeft nooit een Groene Revolutie gekend, zoals Azië in de vorige eeuw. Met verbeterde zaden, efficiëntere opslagmethodes, modernere landbouwwerktuigen en eerlijkere prijzen voor de kleine boeren zou de productie kunnen worden opgevoerd, zeggen experts. Afrikaanse landen verkopen of verhuren wel grote stukken land aan buitenlandse firma’s. „In plaats van hun beste land weg te geven, zouden Afrikaanse staten in hun eigen boeren moeten investeren”, zegt Akin Adesina van de Alliantie voor een Groene Revolutie in Afrika (Agra) in Nairobi. „Wat Afrika nodig heeft, is een op kleine boeren gerichte revolutie. Afrikaans land moet niet in de uitverkoop worden gezet.”