Aanstelleritis

Aan het begin van de negentiende eeuw verwierf de Brit George Brummell faam met zijn manier van kleden. Brummell, een man met een flinke erfenis en zonder enige staat van dienst, poetste zijn schoenen het liefst met champagne. Hij introduceerde de scherp gesneden pantalons. Om zijn hals droeg hij een frivole choker.

Brummell kreeg er een flink aantal volgelingen mee, die de aristocratische kledingvoorschriften tot in het absurde doorvoerden. Dandy’s die aanstellerij tot kunstvorm verhieven.

De dandytrend is nog steeds actueel. Misschien omdat de hang naar luxe in barre tijden groter is. Of omdat het verwerven van faam via een flinke dosis aanstelleritis allesbehalve ouderwets is.

Het privédomein van het eigen huis leent zich bij uitstek om te genieten van luxueuze mode. Wat is er fijner immers dan op zondagmorgen, wanneer de wind de regen hard tegen het raam laat kletsen, de voeten in een paar elegante pantoffels te steken.

Op aanraden van Brummell kan men vervolgens ‘twee uur in de tobbe, twee uur voor de spiegel’ doorbrengen en daarna een zijden robe de chambre aantrekken. Een kledingstuk dat in navolging van natuurkundige Sir Isaac Newton – hij liet zich omstreeks 1700 graag in de jas schilderen – ook buitenshuis kan worden gedragen. Als ode aan de lefgozers van de achttiende en negentiende eeuw.