Zwammen in een beukenlaan

Op hem bekende en onbekende plekken beschouwt Koos van Zomeren de natuur in een tweewekelijkse rubriek.

Met paddestoelen heb ik nooit veel gehad. Van hun belang ben ik pas doordrongen geraakt toen ik (in 2006) aan mijn bomenboek begon te werken. Dan heb je het over het belang van eindeloos vertakte en onvoorstelbaar veelsoortige schimmelweefsels, waarvan paddestoelen en zwammen de zichtbare manifestaties zijn.

Nu liep ik met Gerrit Keizer, paddestoelenman bij uitstek, in de oude beukenlaan van Einde Gooi, een landgoed bij Hollandsche Rading. Hij wees me op een stelletje rodekoolzwammen – bescheiden, inderdaad rodekoolrode dingetjes die een cruciale rol spelen bij de verjonging van beuk.

Ze behoren tot de mycorrhiza-soorten. Hun schimmelweefsels verbinden zich met de uiteinden van boomwortels. Ze bevorderen de wateropname, voorzien de boom van fosfor en dergelijke, en beschermen hem met antibiotica tegen het binnendringen van parasieten. Voor deze diensten krijgen ze van bomen suikers terug.

Het rodekoolzwammetje heeft zich daarbij gespecialiseerd in de verzorging van beuken in hun eerste levensfase. Hij kan voedingsstoffen overbrengen van volwassen bomen naar kiemplantjes. Pas als deze zaailingen hun mycorrhiza-soorten zelf kunnen onderhouden, worden ze losgekoppeld van het moedersysteem. Rodekoolzwammen worden daarna verdrongen door beukgebonden russula’s, melkzwammen en boleten.

Zaailingen van beuk staan doorgaans op de kroonprojectie, in een nogal wijde cirkel dus, waar ze zich vermengen met de zaailingen van buurbeuken. Maar soms staan ze ook direct aan de voet. Om dat te verklaren, moeten we de betrokken beuk even een bewustzijn toekennen.

Hij merkt dan dat de jaren gaan tellen en maakt om te beginnen minder blad aan in de centrale kroon.

Zonlicht en hemelwater dalen zodoende neer bij de voet en vormen daar een prettig biotoopje. De boom ontwikkelt ter plekke adventiefwortels, die ‘slapende’ schimmelweefsels van rodekoolzwam activeren.

De extra voedingsstoffen die hij vervolgens krijgt aangevoerd, gebruikt de boom om het bladerdak in de centrale kroon weer te sluiten en juist daar veel beukenootjes te produceren.

Deze vallen dicht bij de stam, waar rodekoolzwammetjes als het ware al klaarstaan om ze op te vangen. Voordeel voor de beuk in kwestie: hij weet nu zeker dat hij zijn tanende krachten uitsluitend aan eigen nazaten besteedt. Uiteindelijk sterft hij te midden van zijn kinderen.

Zo is het mij verteld, zo heb ik het althans begrepen.

Eerder al had ik van Keizer begrepen dat vermesting, verzuring en verdroging een ingrijpende verschuiving in ons paddestoelenbestand veroorzaken. Specialisten maken plaats voor generalisten. Die doen het werk ook, maar niet zo goed. Gevolgen voor de levensduur van bomen kunnen niet uitblijven.

Onder ideale omstandigheden kan een beuk driehonderd jaar worden. In Nederland is het maximum nu zo’n beetje 150 jaar.

Hoeveel dat in de toekomst zal zijn? Gerrit haalde zijn schouders op. Minder.