Zwaluw in economie

Een jaar geleden voorspelde de econoom Michael Mussa van het Peterson Institute for International Economics dat de recessie in de VS in de zomer of uiterlijk in het derde kwartaal van 2009 achter de rug zou zijn. Deze econoom uit de, op ogenschijnlijk kille cijfers gefixeerde, Chicago-school van Nobelprijswinnaar Friedman zat er niet ver naast. In de herfst is de Amerikaanse economie, na twaalf maanden onafgebroken krimp, op kwartaalbasis weer gaan groeien.

Ook in Nederland, waar de kredietcrisis wat later omsloeg in een economische crisis, is de recessie volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) nu formeel voorbij. De 0,4 procent in Nederland steekt wat bleek af bij de 3,5 procent van het Amerikaanse bruto binnenlands product (bbp). Maar het is beter dan niets. Bovendien spoort het met een bredere tendens. In Duitsland en Frankrijk, waar de recessie in het tweede kwartaal al achter de rug was, is het bbp in het derde kwartaal bescheiden blijven groeien.

Maar is daarmee het grootste leed ook geleden? De cijfers achter de cijfers schetsen een minder rooskleurig beeld. Waar in Amerika en Duitsland het herstel ten dele op het conto is te schrijven van de auto-industrie, die profiteert van sloopregelingen, is de 0,4 procent in Nederland is grotendeels te danken aan de rol van de overheid. Met name in de zorg dijt de collectieve sector uit.

De export, waar Nederland het van moet hebben, daalt met 8,1 procent minder scherp dan de 12 procent eerder dit jaar. Groeiende landbouwproductie en vooral een herstel in de chemie en metaal dragen daaraan bij.

Op andere terreinen wijzen de cijfers nog steeds naar beneden. De consumenten blijven minder spenderen dan voorheen, wat in de zijlijn wel weer een positief effect heeft op de uitstoot van CO2 omdat er minder met het vliegtuig wordt gereisd. Het meest omineus zijn echter de cijfers die op langere termijn effect hebben. De investeringen dalen met 14,4 procent scherper dan voor de zomer, hetgeen zich onder meer uit in een krimpende bouwproductie. En de werkgelegenheid begint nu ook zichtbaar af te nemen.

De statistieken uit VS, Duitsland, Frankrijk en Nederland geven dan ook geen antwoord op de prangende vraag of de economische crisis de vorm aanneemt van een V, een W of een U. In de eerste variant gaat de weg weer omhoog. De W wijst op een tweede klap en de U op langduriger stagnatie. Niemand die de toekomst exact weet te voorspellen, zoals Mussa een jaar geleden nog durfde.

Intussen is er van energieke internationale coördinatie amper sprake. Economisch beleid is meer en meer nationaal beleid. De twintig grootste industrielanden (G20) besloten vorig weekeinde weliswaar dat het stimuleringsbeleid moet worden voortgezet. Maar er is geen gemeenschappelijk idee wat er daarna moet gebeuren met bijvoorbeeld de staatschuld, belastingdruk, rentestanden en wisselkoersen.

De zogeheten ‘naschokken’ kunnen dus nog wel eens voor onverwachte en ook onaangename verassingen zorgen.