Zonder spoorboekje naar lawaaiig centrum

Waar winden stedelingen zich over op? Deventer krijgt misschien driemaal zoveel goederentreinen. „Dat gaat ten koste van de leefbaarheid.”

Treinen rijden huilend langs het station van Deventer. Omwonenden verheffen hun stem om duidelijk te maken hoe groot de overlast is van personen- en goederentreinen.

De familie Benjamins veegt roet en stof van ramen en balkon. Regelmatig worden de binnenmuren geverfd om scheurtjes, volgens de bewoners ontstaan door getril van treinen, aan het zicht te onttrekken. „Maar het went, hoor. Na verloop van jaren valt het lawaai niet meer zo op”, zegt mevrouw Benjamins.

De actiegroep Spoor en Buurt Leefbaar Samen heeft jarenlang gestreden tegen de overlast, vooral tegen de mogelijke komst van een reinigingsplaats van slijptreinen op het emplacement om de hoek. Die zaak ligt nu bij de Raad van State.

Actievoerder Iris Moonen is vermoeid door de „ongelijke strijd” tegen de treinenloop. „Wij zijn niet tegen het spoor, maar het moet niet te gek worden”, vertelt ze.

Want er is overlast van nachtelijke goederentreinen. Er is het lawaai van treinen die knarsen en piepen in de bocht door te laat remmen. En er is herrie van het metalen viaduct – waarvan de onderkant trouwens niet dicht is, zodat de poep uit wc’s van treinen die erover rijden soms op het wegdek van de tunnel lekt. Moonen: „Regelmatig moeten mensen naar huis om zich te douchen.” ProRail erkent dat zoiets „af en toe” voorkomt.

En de overlast wordt groter. Het aantal reizigerstreinen in vooral het westen van het land moet de komende jaren fiks omhoog. Het ideaal is „spoorboekloos” rijden, waarbij de frequentie zo hoog is dat een spoorboekje overbodig wordt.

De eerste plannen van spoorbeheerder ProRail en minister Eurlings (Verkeer, CDA) voor dit Programma Hoogfrequent Spoorvervoer zijn vorige week aan regionale bestuurders gepresenteerd. Op de vier drukste trajecten zal het aantal reizigerstreinen flink worden opgevoerd. Daardoor is er minder plaats voor goederentreinen. Een aantal routes voor de almaar stijgende aantallen goederentreinen wordt verplaatst, onder andere naar de Betuweroute, en in de vele varianten krijgt veelal het oosten van Nederland groei te verwerken.

Daar zijn de oosterlingen niet blij mee. De provincies en gemeenten in Oost-Nederland in een verklaring: „Het verplaatsen van grote goederenstromen, inclusief gevaarlijke stoffen, naar bestaande spoortrajecten in het oosten van het land is onacceptabel als minister Eurlings geen betere oplossing biedt voor leefbaarheids- en veiligheidsproblemen voor inwoners van steden en dorpen langs het spoor.”

Deventer vreest als spoorknooppunt drie keer zo veel goederentreinen als nu te krijgen. Wethouder Gerrit Berkelder (GroenLinks): „Het is niet de taak van een eenvoudig wethoudertje om te vertellen hoe Nederland de problemen op het spoor moet aanpakken. Maar het is wel mijn taak om het kabinet op te roepen zijn huiswerk te maken. Het kan niet zo zijn dat de lusten en lasten ongelijk worden verdeeld. Ook wij in het oosten willen meewerken om meer reizigers in de trein te krijgen. Het aantal reizigers groeit in deze regio de laatste tijd met zo’n 10 procent per jaar. Maar als we straks ook nog de goederentreinen erbij krijgen, dan gaat dat ten koste van de leefbaarheid in het centrum van onze stad.”

De voorlopige plannen van ProRail voorzien in aanleg van een nieuw stukje spoor aan de zuidoostrand van de stad. Over deze ‘boog’ zouden goederentreinen van en naar de Betuweroute kunnen rijden. Daarmee zouden ze het centrum van Deventer mijden. Maar, zeggen de wethouder en zijn ambtenaren, kan minister Eurlings garanderen dat vervoerders van de Betuweroute gebruik maken?

Gemeentelijk spoormanager Co Looijen: „Vervoerders zijn vrij om hun route te kiezen. Misschien kiezen ze straks liever de kortste weg van en naar Duitsland over Amersfoort en Deventer.”

Wethouder Berkelder: „Ik zou een bordje aan de rand van de stad willen plaatsen: Verboden voor goederentreinen. Maar dat mag niet. In Europa bestaat vrij verkeer van goederen. Hoe denkt het kabinet vervoerders te bewegen niet door Deventer te rijden?”

Oostelijk Nederland zou niet zo boos zijn, stipuleert spoormanager Looijen, als tien jaar geleden niet was besloten om de noordoostelijke tak van de Betuweroute toch maar niet aan te leggen. Dan zou de huidige IJssellijn tussen Arnhem en Deventer niet zo zwaar hoeven te worden belast.

Wethouder Berkelder: „Ooit hebben we een IJssellinie aangelegd om de Duitsers dwars te zitten. Nu zit de IJssellijn ons dwars.”

Het is misschien helemaal niet zo gek, stelt spoormanager Looijen, om nog eens na te denken over die noordoostelijke tak van de Betuweroute. „Destijds werd aanleg te duur gevonden. Maar inmiddels zijn de prognoses voor het goederenvervoer alleen maar gestegen. Die tak zou later rendabel kunnen zijn.”

Mochten door Deventer driemaal zo veel goederentreinen gaan rijden, dan houdt bewoner Iris Moonen het voor gezien. „We wonen hier mooi. Maar de overlast moet niet nog groter worden. Dan ga ik weg. Dan ga ik verhuizen.”