Verhoord alsof hij een volwassene was

Vandaag buigt het Canadese Hooggerechtshof zich over de vraag of Canada Omar Khadr terug moet nemen.

Hij zal waarschijnlijk in Canada niet worden vervolgd.

Van alle ruim 210 overgebleven gevangenen van de Amerikaanse terroristengevangenis op Guantánamo Bay is hij wellicht de bekendste: Omar Khadr, bijgenaamd „het kind van Guantánamo”. Sinds 2002 zit de nu 23-jarige Khadr vast op de Amerikaanse basis in Cuba, in afwachting van een militair proces wegens moord op een Amerikaanse legerarts in Afghanistan.

Vandaag buigt het Hooggerechtshof in Ottawa zich over de vraag of de Canadese regering Khadr naar Canada moet halen. Tegelijkertijd bekijken juristen in de VS of Khadr, wiens militaire rechtszaak is opgeschort door president Obama, in aanmerking komt voor een civiel proces op Amerikaanse bodem.

Je zou Khadr de stergevangene van Guantánamo kunnen noemen. De in Canada geboren zoon van Ahmed Said Khadr, een Egyptisch-Canadese vertrouweling van Osama bin Laden, is de enige nog overgebleven gevangene met een westerse nationaliteit. Hij was als huilende tiener te zien op de enige videobeelden van een verhoor op de basis die openbaar zijn gemaakt. En hij is de jongste bewoner van het complex: hij zit er sinds hij 15 was. Hij is er volwassen geworden.

Zowel Canada als de VS zitten met Khadr in de maag. Want hoewel hij ooit, in de begindagen van de ‘war on terror’, een prachtvangst leek, is sindsdien stevige kritiek geuit op de behandeling van deze minderjarige terreurverdachte. Khadr was een kindsoldaat bij de ‘oorlog tegen terreur’, zeggen waarnemers als Amnesty International, Human Rights Watch en de VN-vertegenwoordiger voor kinderen in gewapende conflicten. Daarom had hij moeten worden behandeld als slachtoffer.

In plaats daarvan werd de jonge Khadr in de Bush-jaren naar voren geschoven als een topkandidaat voor vervolging op Guantánamo. Zwaargewond werd hij in 2002 gevonden door Amerikaanse militairen, in het puin van een gebombardeerde basis van Al-Qaeda in Afghanistan. Hij zou de enige overlevende zijn geweest van het bombardement, dus moest hij wel degene zijn die een handgranaat wierp toen Amerikaanse troepen naderden. Daarbij kwam de legerarts om. Het leek een glasheldere zaak, met grote kans op veroordeling.

De minderjarige gevangene werd door de VS en Canada gemolken als bron van inlichtingen. Hoewel er geen bewijs is van marteling, zijn daarbij omstreden tactieken gebruikt als langdurige slaaponthouding. „Dit kind is gevangen genomen toen hij 15 was, en vanaf de eerste dag blootgesteld aan opsluiting en genadeloze ondervraging als volwassene”, zegt William Kuebler, die meer dan twee jaar werkte als militair advocaat van Khadr op Guantánamo Bay. Hij noemt het „een beschamende vertoning”.

Volgens Dennis Edney, een van Khadrs Canadese advocaten, moet de jongen naar Canada worden gebracht, op vrije voeten worden gesteld en gerehabiliteerd. Want noch de VS, noch Canada zouden de handen moeten vuilmaken aan vervolging van een kind in naam van de ‘oorlog tegen terreur’. „Obama zou de eerste president worden onder wie een kindsoldaat wordt berecht”, aldus Edney. „Als rechtsstaat kunnen we niet toelaten dat een kind op deze manier wordt behandeld op een plek als Guantánamo Bay.”

Advocaat Edney zal vandaag voor het Hooggerechtshof in Ottawa bepleiten dat de Canadese regering Khadr van de VS opeist. Premier Stephen Harper weigert al jaren dat te doen. Canada staat daarin alleen: andere westerse landen hebben hun Guantánamo-gevangenen allang teruggehaald. Harper houdt vol dat hij „de Amerikaanse rechtsgang op zijn beloop laat” – een omstreden opstelling ten aanzien van Guantánamo Bay, dat op zijn zachtst gezegd een twijfelachtige juridische reputatie heeft.

Harpers weigering om te interveniëren werd al twee keer door Canadese rechters veroordeeld. Eerder dit jaar werd geoordeeld dat Canada de grondwettelijke rechten van Khadr schendt door hem op Guantánamo te laten zitten. In hoger beroep is die uitspraak bevestigd, ondanks het regeringsargument dat rechters geen buitenlands beleid mogen voorschrijven. Vandaag buigen de hoogste rechters van Canada zich over de zaak; als ook zij het oordeel bekrachtigen, dan wordt Harper gedwongen de VS te vragen om Khadrs uitlevering.

Volgens waarnemers zou Canada president Obama daar een plezier mee doen. Obama wil Guantánamo Bay sluiten, dus hoe meer gevangenen hij kwijt kan, hoe beter. Zeker als het om Omar Khadr gaat. „Ik denk niet dat de regering-Obama een kindsoldaat wil vervolgen voor oorlogsmisdaden”, zegt ook militair advocaat Kuebler. „Maar ze kunnen hem moeilijk vrijlaten, wegens de beschuldiging dat hij een Amerikaanse militair heeft gedood. Dus ze zouden blij zijn als de Canadese regering belt om de zaak op te lossen. Ik weet zeker dat Obama gehoor zou geven aan een verzoek van Canada om Omar terug te sturen.”

Waarom belt Harper dan niet? Dat heeft ten eerste te maken met Khadrs achternaam. Zijn familie, die woont in Toronto, staat bekend als „de Canadese Al-Qaedafamilie”, in de woorden van Abdurahman Khadr, een oudere broer van Omar. Op initiatief van hun vader, Ahmed Said Khadr, een financier voor Osama bin Laden, vestigde het gezin zich in de jaren negentig in diens kringen in Pakistan en Afghanistan.

De zoons kregen er terreurtrainingen, ook Omar. Op videobeelden is bijvoorbeeld te zien hoe hij leerde om landmijnen te bedraden. Een andere broer, Abdullah, zit vast in Toronto op verdenking van wapenhandel. Moeder Maha Elsamnah en zus Zaynab gaven enkele jaren geleden een tv-interview waarin ze Omar prezen voor de dood van de Amerikaanse militair. Khadr senior kwam in 2003 om bij een vuurgevecht in Pakistan.

Maar de voornaamste reden dat Harper Omar Khadr niet naar Canada wil halen, is dat Khadr in Canada waarschijnlijk niet kan worden vervolgd. De zaak tegen de indertijd minderjarige terreurverdachte is te wankel voor een civiel proces – temeer omdat betrouwbare informatie aan het licht is gekomen dat Khadr de handgranaat mogelijk niet heeft gegooid. Uit uitgelekte defensiepapieren is gebleken dat een andere strijder nog leefde toen de Amerikanen de gebombardeerde Al-Qaedabasis betraden.

„Als iemand een handgranaat heeft gegooid, was het die man”, zegt advocaat Kuebler, verwijzend naar die strijder, die is doodgeschoten. Bovendien is op een onlangs openbaar gemaakte foto van de gebombardeerde basis Omar Khadr te zien, bedolven onder puin en bloedend uit een borstwond. „Als je kijkt naar de foto’s, dan is duidelijk dat Omar Khadr geen handgranaat heeft gegooid”, aldus Kuebler. „De aanklacht tegen hem is een verzinsel.”

Voeg daarbij dat niet openbaar gemaakte verklaringen van Khadr zijn verkregen bij militaire ondervraging van een minderjarige, en er is geen Canadese rechter die zijn zaak aanraakt, stelt de Canadese advocaat Edney. „Ons rechtssysteem zou deze zaak direct verwerpen. Er is geen bewijs dat Omar ooit een handgranaat heeft gegooid, ondanks jaren van leugens door de Amerikaanse regering. Hij zou worden heengezonden.” Uitlevering aan Canada betekent volgens Edney dan ook dat Khadr „thuis komt en vrij is”.

Rest de vraag of dat een probleem zou zijn. Is Omar Khadr, de beruchte kindterrorist van Guantánamo Bay, een gevaar voor de samenleving? Getuigenverklaringen van zijn bewakers en advocaten wijzen op het tegendeel. „Hij is een aardige jongeman, zonder wrok in zich, die is opgepakt op de verkeerde plaats op het verkeerde moment”, zegt Edney. Hij heeft een rehabilitatieplan voor Khadr opgesteld met medische en maatschappelijke organisaties, dat onder meer voorziet in opname in een pleeggezin. „Hij mag zo naar mijn huis komen.”

Ook Kuebler gelooft in de reclasseerbaarheid van Omar Khadr. „Hij is een goede jongeman die geen kansen heeft gehad in het leven, en die als kind dingen heeft moeten doen en naar plekken is gestuurd waar hij geen zeggenschap over had. Hij heeft door zijn eigen familie een vreselijk trauma opgelopen. Maar ondanks alles wat hij heeft doorstaan, is hij niet geradicaliseerd. Hij snakt naar een kans in het leven. Hopelijk krijgt hij die binnenkort, als de Amerikaanse en Canadese regeringen eindelijk de juiste dingen doen.”