TIJDSCHRIFT

Nop Maas zei in een interview dat hij in de jaren dat hij met de biografie van Gerard Reve bezig was, iedere dag wel een keer hard had moeten lachen om waar hij in zijn graafwerk nu weer tegen aan was gelopen. In Tirade nummer 4 een anekdote, opgeschreven door Ulli Jessurun d’Oliveira, waarvan je vermoedt dat die Maas, mocht het hem al tijdens zijn research onder ogen zijn gekomen, tot een lachbui heeft bewogen.

Jessurun d’Oliveira brengt in de late jaren vijftig samen met Reve, die net als hij redacteur bij Tirade was, een bezoek aan een feest op Jagtlust. ‘In de kale kelder was voor muziek en drank gezorgd. Robert Jasper Grootveld, de latere antirookmagiër, die altijd al iets met vuur had, ontblootte zijn bovenlijf en probeerde hardnekkig brand te stichten, waarin hij zo nu en dan slaagde [...]. Wij lieten ons daardoor niet allen afleiden. Gerard stapte op me af, knoopte vormelijk zijn jasje dicht en vroeg me op goedburgerlijke wijze ten dans. Natuurlijk stemde ik toe en zo schuifelden we over de betonnen vloer. Algauw omvatte hij daarbij niet meer mijn schouders, maar een paar van mijn primaire geslachtskenmerken, wat ik zonder veel geestdrift toeliet. No big deal, en we waren tenslotte redacteuren onder elkaar, twee handen op een buik.’ Te mooi om hier niet in z’n geheel af te drukken.

Ook in dit nummer een mooi stuk van J.C. Bloem-biograaf Bart Slijper, waarin hij wijst op de schoonheid van de bondige brief. De aangehaalde brief van Flaubert is inderdaad een juweel. Op de website van het tijdschrift (www.tirade.nu) is na de vertalers Martin de Haan en Rokus Hofstede, schrijver Jan van Mersbergen en criticus Carel Peeters nu de jonge auteur David Pefko aan de beurt om een ‘gastblog’ bij te houden. (SK)